RECHTBANK MIDDELBURG sector bestuursrecht enkelvoudige kamer ____________________________________________________ UITSPRAAK ____________________________________________________ Reg.nr.: Awb 05/1424 Inzake: [Naam] wonende te [plaats], eiser. gemachtigde: mr. H. Weinans. advocaat te Roosendaal, Tegen: de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder. I. Procesverloop Bij besluit van 13 juni 2005 heeft verweerder aan [naam bedrijf] te [plaats], (hierna: bedrijf) op grond van de Wet arbeid vreemdelingen een boete opgelegd ter hoogte van € 16.000,-. Tegen dit besluit heeft [naam mede-compagnon] , namens [bedrijf] bezwaar gemaakt. Verweerder heeft bij besluit van 26 oktober 2005 dit bezwaar ongegrond verklaard. Hierna heeft eiser alsnog een bezwaarschrift ingediend bij verweerder. Verweerder heeft dit bezwaarschrift met instemming van eiser als beroepschrift tegen het besluit van 26 oktober 2005 aan de rechtbank gezonden. Het beroep is op 29 juni 2006 behandeld ter zitting. Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. M. Contant, ambtenaar bij verweerders ministerie. II. Overwegingen 1.Ingevolge artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan geen beroep bij de administratieve rechter worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld. 2.Eiser is op 1 november 2003 met [naam mede-compagnon] een vennootschap onder firma aangegaan. Deze vennootschap exploiteert onder de naam [naam bedrijf] een fastfoodbedrijf aan de [adres]. Blijkens de gegevens uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor West-Brabant is eiser volledig bevoegd en [naam mede-compagnon] beperkt bevoegd. Eiser is blijkens deze gegevens uitsluitend bevoegd tot het voeren van procedures. 3.Op 4 februari 2005 hebben inspecteurs van de Arbeidsinspectie in het kader van een controle in het bedrijfspand te [plaats] geconstateerd dat daar twee vreemdelingen in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 werkzaam waren zonder dat [bedrijf] in het bezit was van de voor hen vereiste tewerkstellingsvergunningen. 4.Verweerder heeft [bedrijf] bij het besluit van 13 juni 2005 terzake hiervan wegens overtreding van artikel 2 van de Wet arbeid vreemdelingen een boete opgelegd ter hoogte van € 16.000,- . Dit besluit is toegezonden aan het bedrijfsadres te [plaats]. 5.[naam mede-compagnon] heeft namens [bedrijf] bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Eiser heeft daartegen aanvankelijk geen bezwaar gemaakt. 6.Eiser heeft, nadat aan hem op 22 november 2005 een exploot betekend was, waaruit bleek dat op 19 november 2005 op zijn woning op verzoek van de Staat der Nederlanden executoriaal beslag is gelegd tot zekerheid van inning van de opgelegde boete, alsnog op 28 november 2005 bij verweerder bezwaar gemaakt tegen de boeteoplegging. Verweerder heeft dit bezwaarschrift met instemming van eiser ter behandeling als beroepschrift tegen de inmiddels genomen beslissing op bezwaar van 26 oktober 2005 doorgezonden naar de rechtbank. Ter zitting heeft eiser verklaard dat hij uitsluitend voor zichzelf en niet namens [bedrijf] beroep instelt. 7.Gelet hierop staat vast dat eiser geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit van 13 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.