← Nederland

ECLI:NL:RBMID:2008:BQ0815

vonnis RECHTBANK MIDDELBURG " \* MERGEFORMAT Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 57579 / HA ZA 07-222 Vonnis van 16 juli 2008 in de zaak van

  1. [eiseres sub 1], wonende te Wemeldinge,
  2. [eiseres sub 2], wonende te Vlissingen,
  3. [eiseres sub 3], wonende te Yerseke, eiseressen, procureur mr. M.R. Minekus, tegen [gedaagde], wonende te Wemeldinge, gemeente Kapelle, gedaagde, procureur mr. H.M. Dunsbergen. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek. Ten slotte is vonnis bepaald. De feiten Bij vonnis van de meervoudige kamer van de sector strafrecht van deze rechtbank d.d. 31 mei 2006 is [gedaagde] veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar. De rechtbank verklaarde bewezen dat [gedaagde] zich schuldig had gemaakt aan seksueel misbruik (artikel 245 Wetboek van Strafrecht) van [eiseres sub 3] van 1 juni 1997 tot 1 januari 2000 en van [eiseres sub 2] van 19 januari 2000 tot 15 augustus
  4. Ook verklaarde de rechtbank bewezen dat [gedaagde] zich schuldig had gemaakt aan verkrachting van [eiseres sub 2] op 19 januari 2000 en van [eiseres sub 1] in de periode van 1 juli 2000 tot 1 september
  5. 2.
  6. [gedaagde] heeft van dit vonnis hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof te ’s Gravenhage heeft het vonnis van de rechtbank bij arrest van 30 januari 2007 vernietigd en bewezen verklaard dat [gedaagde] zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik (artikel 245 Wetboek van Strafrecht) van [eiseres sub 2] (in de periode van 19 januari 2000 tot 15 augustus 2001), [eiseres sub 1] (in de periode van 1 juli 2000 tot 1 september 2000) en [eiseres sub 3] (in de periode van 1 juni 1997 tot 1 januari 2000). Hiervoor heeft het hof [gedaagde] veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Het hof heeft de vorderingen van eiseressen als benadeelde partijen in de strafzaak toegewezen tot een bedrag van € 2.152,-- (inclusief € 2.000,-- immateriële schadevergoeding) voor [eiseres sub 3], € 3.202,24 (inclusief € 3.000,-- immateriële schadevergoeding) voor [eiseres sub 2] en € 1.689,48 (inclusief € 1.500,-- immateriële schadevergoeding) voor [eiseres sub 1]. 2.
  7. [gedaagde] heeft tegen het arrest van het hof cassatieberoep ingesteld. Het geschil Eiseressen stellen dat zij op jeugdige leeftijd door [gedaagde] seksueel zijn misbruikt. Zij vorderen - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis - uitvoerbaar bij voorraad - : - voor recht verklaart dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld en gehouden is de dientengevolge geleden schade te vergoeden; - [gedaagde] gebiedt om bij wijze van voorschot op de schadevergoeding te betalen aan eiseres sub 1 een bedrag van € 17.496,57, aan eiseres sub 2 een bedrag van € 16.461,89 en aan eiseres sub 3 een bedrag van € 20.765,71, telkens met wettelijke rente; - de zaak voor wat betreft de begroting van de schade verwijst naar de schadestaatprocedure, na het inwinnen van deskundigenberichten; - [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten. 3.
  8. Eiseressen stellen door het seksueel misbruik materiële en immateriële schade te hebben geleden. [eiseres sub 1] lijdt aan een persoonlijkheids- of ontwikkelingsstoornis met borderline trekken als gevolg althans geluxeerd door het seksueel misbruik, waardoor zij onder andere gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. [eiseres sub 2] heeft als gevolg van het misbruik klachten die passen bij een posttraumatisch stresssyndroom, zoals nachtmerries, flashbacks, concentratiestoornissen en problemen met fysiek contact. [eiseres sub 3] lijdt als gevolg van het misbruik aan paniek- en angststoornissen, concentratiestoornissen, aanpassingsproblematiek en gestoorde conflicthantering. 3.
  9. Als gevolg van het seksueel misbruik en de daardoor veroorzaakte klachten, hebben eiseressen hun middelbare schoolopleiding niet of niet tijdig kunnen afronden. Daardoor lijden zij inkomensschade. Voor [eiseres sub 1] bedraagt die schade over de periode vanaf september 2003 tot en met 2006 € 34.847,90 netto. Zij vordert daarvan thans als voorschot een bedrag van € 11.500,--, overeenkomstig de NPP-aanbeveling voor studievertraging. Ook [eiseres sub 2] en [eiseres sub 3] vorderen elk dit bedrag wegens studievertraging. Daarnaast stellen zij dat zij ook schade hebben geleden wegens verlies aan verdienvermogen doordat zij hun middelbare schoolopleidingen niet hebben kunnen afronden. Voor de berekening van die schade verzoeken zij verwijzing naar de schadestaatprocedure. Dit geld ook voor de door eiseressen gestelde behandelings-, reis en verletkosten. Verder stellen eiseressen buitengerechtelijke kosten te hebben gemaakt voor de inschakeling van een medisch adviseur en de raadsman. De gezamenlijke kosten voor de ingeschakelde medisch adviseur bedragen tot nu toe € 2.533,
  10. Tot slot vorderen eiseressen veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de in de strafzaak aan eiseressen toegekende bedragen aan immateriële schadevergoeding, bij wijze van voorschot, alsmede de wettelijke rente over de verschillende schadeposten. Zij verzoeken de rechtbank een medisch deskundige te benoemen en noemen in dit verband mevrouw mr. drs. J. Groenendijk, psychiater te Amsterdam. 3.
  11. Eiseressen doen een beroep op de “omkeringsregel” voor wat betreft het bewijs ten aanzien van het causaal verband en de schade wegens verlies aan verdienvermogen. Zij bestrijden het beroep van [gedaagde] op matiging krachtens artikel 6:109 BW. De ontstane schade valt onder de dekking van de door [gedaagde] afgesloten APV-verzekering. Bovendien verzet de aard van de gedragingen en van de aansprakelijkheid zich tegen matiging. 3.
  12. [gedaagde] betwist dat hij eiseressen seksueel heeft misbruikt en wijst erop dat hij niet onherroepelijk is veroordeeld nu hij cassatieberoep heeft ingesteld. Er is daarom geen sprake van dwingend bewijs. De verklaringen die eiseressen in de strafzaak hebben afgelegd zijn tegenstrijdig en onbetrouwbaar. Het rapport van prof. dr. Bullens is gebaseerd op onvolledige gegevens en daarom onbetrouwbaar. In het rapport is onvoldoende weerlegd dat eiseressen uit wraak handelden. [gedaagde] verzoekt subsidiair deze procedure aan te houden totdat in de strafzaak onherroepelijk is beslist. Voorts doet hij een beroep op matiging. 3.
  13. Meer subsidiair betwist [gedaagde] de gestelde schade en het causaal verband tussen zijn handelen en die gestelde schade. De door eiseressen genoemde symptomen kunnen ook duiden op een schuldgevoel wegens het ten onrechte beschuldigen van [gedaagde]. Voor toepassing van de “omkeringsregel” is geen plaats. Eiseressen dienen op grond van artikel 150 Rv ook het causaal verband te bewijzen. Dat [eiseres sub 1] en [eiseres sub 3] (psychiatrische) behandelingen ondergaan, is niet onderbouwd. De reiskosten in verband met het onderzoek door prof. dr. R. Bullens dienen voor rekening van het Openbaar Ministerie te komen. Ten aanzien van [eiseres sub 1] wijst [gedaagde] voorts onder meer op de brief van 19 juni 2006 van psychiater Verbeek die geen causaal verband tussen misbruik en borderline aanwezig acht. Ook wijst hij erop dat psychiater Van Eyk constateert dat [eiseres sub 1] sinds de puberteit bekend is met psychische problematiek, waardoor haar opleiding mislukte. Van Eyk concludeert dat er geen aanknopingspunten zijn voor een borderlinestoornis. [eiseres sub 1] zou als een bliksemafleider fungeren voor andere psychosociale problematiek in de familiesfeer. Ten aanzien van [eiseres sub 2] wijst [gedaagde] op haar problematische thuissituatie: het herseninfarct van haar moeder in 1997 en de ruzie met haar vader eind
  14. Voor de door [eiseres sub 2] ondergane abortus kan [gedaagde] niet aansprakelijk worden gehouden. Ook ten aanzien van [eiseres sub 3] wijst [gedaagde] op de moeilijke gezinssituatie. Tengevolge van de problematiek thuis werd [eiseres sub 3] in 1999/2000 uit huis geplaatst. Uit het verrichte onderzoek blijkt niet dat de klachten van [eiseres sub 3] zijn veroorzaakt door seksueel misbruik. De beoordeling De rechtbank dient in de eerste plaats vast te stellen of de feiten, waardoor eiseressen stellen schade te hebben geleden, hebben plaatsgevonden. Nu tegen het arrest van het gerechthof ’s-Gravenhage van 30 januari 2007 beroep in cassatie is ingesteld, levert dat arrest geen dwingend bewijs op van de daarin bewezen verklaarde feiten. Het arrest heeft echter wel vrije bewijskracht. De rechtbank is van oordeel dat eiseressen daarmee voorshands bewezen hebben dat [gedaagde] de feiten heeft gepleegd die in dat arrest bewezen zijn verklaard. Nu [gedaagde] die feiten betwist, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om tegenbewijs te leveren. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de hierna te noemen rolzitting zodat [gedaagde] bij akte kan aangeven op welke wijze hij voornemens is het bedoelde bewijs te leveren. 4.
  15. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. De beslissing De rechtbank: - verwijst de zaak naar de rolzitting van 13 augustus 2008 voor akte aan de zijde van [gedaagde] als bedoeld onder 4.1.; - houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Graaf en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2008

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.