Uitspraak vonnis RECHTBANK MIDDELBURG 52339 / HA ZA 06-1946 mei 2009 Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 52339 / HA ZA 06-194 Vonnis van 20 mei 2009 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CONSIPIO B.V., gevestigd te Warder, eiseres, advocaat mr. R.R.E. Nobus te Terneuzen, tegen 1. [gedaagde 1], wonende te Barcelona, 2. de vennootschap naar het recht van Gibraltar [gedaagde 2], gevestigd te Gibraltar, gedaagden, advocaat mr. C.J. IJdema te Middelburg. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het incidenteel vonnis van 14 mei 2008 de conclusie van dupliek akte tot aanvulling van de conclusie van dupliek akte houdende uitlating producties. Ten slotte is vonnis bepaald. De feiten [gedaagde 1] is Chief Executive Officer en – onder and[gedaagde 2]els [gedaagde 2] (hierna: [gedaagde 2]) – grootaandeelhouder van de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika [hoofdbedrijf gedaagde 2] (hierna: [hoofdbedrijf gedaagde 2]). 2.2. Op 11 juni 2002 is tussen (onder meer) [gedaagde 1] voor zichzelf, voor [gedaagde 2] en voor andere rechtspersonen, als “Borrower” en [vertegenwoordiger eiseres] voor (onder meer) Consipio Holding B.V., gevestigd te Walsoorden, als “Lender”, een Short Term Loan Agreement gesloten. In die overeenkomst werd een oudere lening vernieuwd. De overeenkomst bevat onder meer de navolgende bepalingen: “the Borrower agreed upon joint liability of the (…) parties involved (…) “(…) 1.1. the Lender hereby agrees to extend a loan to the Borrower in the sum of [leenbedrag] (…), the “loan amount” (…) 1.2. The loan has been granted for a period of one year as from the 1-1-2002 until 31-12-2002. 1.3. The loan shall be repaid by the Borrower on repayment date 31-12-2002 (…). (…) 2.1. The Borrower shall owe interests on the amount of the loan outstanding at the rate of 8% during the terms of thais agreement so that the interest will remain 8% during the agreed 1 year. Interests shall be due and payable each quarter. (…) 6. This agreement shall be governed by and construed in accordance with the laws of the Netherlands. 7. Any differences or disputes arising in connection with the interpretation or performance of this agreement shall be submitted to and settled by the laws of Middelburg” 2.3. Daarnaast is eerder tussen [gedaagde 1] en [vertegenwoordiger eiseres] een – handgeschreven en door beiden ondertekende – overeenkomst gesloten, die luidt: “The following people make the next agreement. [vertegenwoordiger eiseres] gets the option from [voornaam] [gedaagde 1] to sell 2.000.000 shares private comp for a price of 10.27 at the date of 31-12-03. Payment will be in a period of six month with an interest reight of 6 % p.a. The contract will be finished within 2 weeks from now. Barcelona, 18-02-2002 [vertegenwoordiger eiseres] (handtekening) [voornaam] [gedaagde 1] (handtekening)” 2.4. Op 25 februari 2002 zijn door [vertegenwoordiger eiseres], voor zichzelf, Consipio Holding B.V. en anderen, een tweetal “Option Agreements” gesloten, één met [bedrijf 1] ([bedrijf 1]), gevestigd te Gibraltar (vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger bedrijf 1], Director) en één met [bedrijf 2] ([bedrijf 2]), gevestigd op de Kaaimaneilanden (vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger bedrijf 2], Director). De schriftelijke weergave van deze twee overeenkomsten (hierna: de optieovereenkomsten) is nagenoeg gelijk, en luidt, voor zover hier van belang: “1. [vertegenwoordiger eiseres] (= [vertegenwoordiger eiseres], invoeging rechtbank) has the right to ask until 31 December 2003 [bedrijf 1] ([bedrijf 2]) to sell on its behalf shares of [hoofdbedrijf gedaagde 2], to a maximum of 981.143 common stock traded on the Nasdaq National Market owned by [vertegenwoordiger eiseres], hereafter referred to as the Shares, in the market at a guaranteed minimum average price of $ 9.923, established as per Annex 2, per share on December 31, 2003 (guaranteed by [bedrijf 1] ([bedrijf 2])) equal to a total value of USD 9,735,631 and [bedrijf 1] ([bedrijf 2]) has agreed to sell the Shares in the market at a value of USD 9,735,631. The total value of USD 9,735,631 is hereafter referred to as the Amount Receivable and the right to ask [bedrijf 1] ([bedrijf 2]) to sell the Shares in the market is hereafter referred to as the Option. 2. [bedrijf 1] ([bedrijf 2]) has agreed tot deliver the Amount Receivable to [vertegenwoordiger eiseres] for the shares within six months from the exercise of the Option. Interest equal to a rate of 6% per annum shall accumulate on the balance payable on the Amount Receivable as from the exercise of the Option, hereafter referred to as the Interest Receivable. Interest Receivable shall be delivered within six month from the exercise of the Option. (…) 10. Arbitration. Governing Law This Agreement shall take effect, be construed and interpreted in all respects in accordance with the laws of Luxembourg, as such laws shall from time to time be in effect. Such law shall also govern in the settlement, by arbitration, court procedures or otherwise, of all disputes and differences which may arise hereunder. 11. Disputes Any dispute out of or in connection with this agreement shall be finally and exclusively settled by arbitration in accordance with Luxembourg Act of Arbitration, as such law shall from time to time be in effect. The arbitration proceedings shall be conducted in the English language and take place in Luxembourg.” 2.5. De onder 2.2 bedoelde lening is niet binnen de overeengekomen termijn terugbetaald. Consipio Holding B.V. heeft zekerheden uitgewonnen. Er resteert nog een schuld. 2.6. Bij (gelijkluidende) brieven van 27 maart 2003 van Consipio Holding B.V. aan [bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn de bij de optie- overeenkomsten door Consipio Holding B.V. verkregen opties ingeroepen. Van elk van beide rechtspersonen diende Consipio een bedrag van $ 9,735,631 te ontvangen. [bedrijf 1] en [bedrijf 2] hebben de aandelen niet verkocht en aan Consipio Holding B.V. niets uitgekeerd. Consipio Holding B.V. heeft op enig moment de aandelen zelf verkocht; zij verkreeg een veel lagere prijs dan die, welke in de optieovereenkomsten was gegarandeerd. 2.7. Vorderingen, die Consipio Holding B.V. op grond van voormelde overeenkomsten op [gedaagde 1] of [gedaagde 2] heeft zijn op 1 juni 2004 (met mededeling op 8 juli 2004 aan [gedaagde 1] en [gedaagde 2]) aan Consipio gecedeerd. 2.8. Bij incidenteel vonnis van 7 maart 2007 is het beroep van [gedaagde 1] c.s. op onbevoegdheid van deze rechtbank om te oordelen over de vordering, die betrekking heeft op de optieovereenkomsten, afgewezen. Voorts is bij incidenteel vonnis van 14 mei 2008 de provisionele eis van Consipio toegewezen in die zin, dat [gedaagde 1] c.s. zijn veroordeeld om uit hoofde van de onder 2.2 genoemde lening aan Consipio te betalen [lening], vermeerderd met de contractuele rente van 8% per jaar vanaf 31 maart 2006, waarbij het bedrag waarover die rente verschuldigd is steeds na drie maanden wordt vermeerderd met de over die drie maanden verschuldigde rente. Tegen dat vonnis is door [gedaagde 1] c.s. hoger beroep ingesteld. Het geschil Consipio vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk veroordeelt tot betaling van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.