Uitspraak 2 62252 / HA ZA 08-161 23 september 2009 vonnis RECHTBANK MIDDELBURG 62252 / HA ZA 08-16115 oktober 2008 Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 62252 / HA ZA 08-161 Vonnis van 23 september 2009 in de zaak van [eiseres], woonplaats gekozen hebbende te Terneuzen, doch feitelijk verblijvende buiten Nederland, eiseres, advocaat voorheen mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk, thans mr. R.M.A. Lensen te Terneuzen, tegen de naamloze vennootschap ING SCHADEVERZEKERING RETAIL N.V., als rechtopvolger onder algemene titel van de naamloze vennootschap POSTBANK SCHADEVERZEKERING N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. C.J. IJdema te Middelburg. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de vonnissen van 1 oktober 2008 en 25 maart 2009 in het door gedaagde opgeworpen incident tot het stellen van een bankgarantie en de in die vonnissen genoemde stukken de akte na tussenvonnis van eiseres de (antwoord)akte na tussenvonnis van gedaagde de antwoordakte na incidenteel tussenvonnis van gedaagde. Ten slotte is vonnis bepaald. De beoordeling 2.1. Bij het incidentele (eind-)vonnis van 25 maart 2009 heeft de rechtbank bepaald dat eiseres binnen 6 weken na datum vonnis ten behoeve van gedaagde zekerheid diende te stellen (door middel van een bankgarantie) voor proceskosten, ten bedrag van € 7.500,--. Eiseres heeft in haar akte gesteld voornemens te zijn tegen het vonnis van 25 maart 2009 hoger beroep in te stellen, maar dat daadwerkelijk beroep is ingesteld is niet gebleken, terwijl de termijn daarvoor inmiddels is verstreken. De rechtbank gaat er van uit dat het vonnis van 25 maart 2009 onherroepelijk is. Uit de akten van beide partijen blijkt voorts dat eiseres niet binnen de in het vonnis van 25 maart 2009 genoemde termijn zekerheid heeft gesteld. Dat leidt ertoe – zoals door gedaagde ook is verzocht – dat eiseres in haar vordering niet kan worden ontvangen. De rechtbank zal daartoe beslissen. Gedaagde vraagt voorts om veroordeling van eiseres in de proceskosten, ook in die van het incident, vermeerderd met nakosten en rente. Over de kosten in het incident is al bij vonnis van 25 maart 2009 beslist. De rechtbank zal eiseres veroordelen in de (overige) door gedaagde onbetwist gestelde, aan haar zijde gevallen, proceskosten, tot op heden begroot op: - vast recht € 1.855,-- - salaris advocaat € 894,-- (1 x tarief IV, € 894,--) - nakosten € 131,-- totaal: € 2.880 ,--, te vermeerderen met € 68,-- indien betekening van het vonnis plaatsvindt en bij niet betaling binnen 8 dagen na betekening van het vonnis vermeerderd met de wettelijke over het totaalbedrag met ingang van de negende dag na de betekening. De beslissing De rechtbank verklaart eiseres niet-ontvankelijk in haar vordering; veroordeelt eiseres in de kosten van deze procedure, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op € 2.880,--, te vermeerderen met € 68,-- indien betekening van het vonnis plaatsvindt en bij niet betaling binnen 8 dagen na betekening van het vonnis vermeerderd met de wettelijke over het totaalbedrag met ingang van de negende dag na de betekening. Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2009.?
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.