Uitspraak 2 68192 / HA ZA 09-311 11 november 2009 vonnis RECHTBANK MIDDELBURG 68192 / HA ZA 09-31111 november 2009 Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 68192 / HA ZA 09-311 Vonnis in incident van 11 november 2009 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident], gevestigd te Goes, eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. K. van Overloop, tegen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident], wonende te Kapellen (België), gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident, advocaat mr. J.C. van den Doel. Partijen zullen hierna [verweerster in in[eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] en [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] genoemd worden. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring de incidentele conclusie van antwoord. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. De feiten in het incident In de hoofdzaak vordert [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] veroordeling van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] tot betaling van een bedrag van € 7.659,55 in hoofdsom vermeerderd met rente, ter zake onbetaalde facturen. De facturen waarvan betaling wordt gevorderd betreffen door [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] in de uitoefening van zijn beroep als advocaat ten behoeve van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] uitgevoerde werkzaamheden. Het geschil in het incident [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] beroept zich op de onbevoegdheid van de rechtbank, nu de vordering van [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] begroot dient te worden zoals bedoeld in de Wet Tarieven Burgerlijke Zaken (Wtbz). Gezien deze specifieke procedure in de wet is de rechtbank volgens [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] onbevoegd om van de vordering kennis te nemen. [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] meent dat de rechtbank wel bevoegd is. Zij verwijst daarbij naar de door [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] kenbaar gemaakte verweren, die niet slechts de betwisting van de hoogte van de facturen betreffen, maar met name zijn stelling dat er sprake was van wanprestatie doordat de werkzaamheden niet vakkundig zouden zijn uitgevoerd.[eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] stelt, onder verwijzing naar de jurisprudentie over dit onderwerp, dat in een dergelijk geval de artikelen 32 tot 40 Wtbz niet kunnen worden toegepast en het geschil aan de gewone rechter dient te worden beoordeeld. De beoordeling in het incident [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] heeft voor alle weren de exceptie van onbevoegdheid voorgesteld ten aanzien van de vordering van [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident]. De rechtbank overweegt het volgende. Uit zijn eigen stellingen alsmede uit de overgelegde stukken volgt dat [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] als reden voor het niet betalen van de declaratie van [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] onder meer aanvoert dat [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] de werkzaamheden niet vakkundig heeft uitgevoerd. De Wet tarieven in burgerlijke zaken, art. 32 e.v., bevat een procedure voor het innen van betwiste declaraties in civiele zaken. In een dergelijke procedure bestaat slechts ruimte voor debat over de vraag op welk honorarium de advocaat, gelet op de door hem verrichte werkzaamheden, in de gegeven omstandigheden aanspraak kan doen gelden. Indien de cliënt om andere redenen de declaratie niet betaalt, bijvoorbeeld omdat hij aanvoert dat de advocaat slecht werk heeft geleverd, dan dient de advocaat zich te wenden tot de gewone rechter. Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vordering van[eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident]. De exceptie van onbevoegdheid is derhalve ten onrechte voorgesteld. [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De beslissing De rechtbank in het incident wijst de vordering af; veroordeelt [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [eiseres in hoofdzaak, verweerster in incident] begroot op € 452,-- aan procureurssalaris; in de hoofdzaak verwijst de zaak naar de rol van 9 december 2009 voor het nemen van een conclusie van antwoord aan de zijde van [gedaagde in hoofdzaak, eiser in incident]; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2009.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.