Uitspraak RECHTBANK MIDDELBURG Sector kanton Locatie [adres] zaak/rolnr.: 195348 / 09-2731 vonnis van de kantonrechter d.d. 30 juni 2010 in de zaak van [A], wonende te [adres], eisende partij, verder te noemen: [eiseres], gemachtigde: mr. F. Bakker, t e g e n : de besloten vennootschap Neckermann.com B.V., gevestigd te [adres], gedaagde partij, verder te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. J.P.M. Mol. het verloop van de procedure De procedure is als volgt verlopen: - dagvaarding van 11 november 2009, - conclusies van antwoord, repliek en dupliek. de beoordeling van de zaak
- Bij dagvaarding heeft [eiseres] een schadevergoeding ad € 5.000,- gevorderd op de grond dat de aankoop van een woning te [adres] geen doorgang mocht vinden door een onjuiste negatieve BKR-registratie, waarvoor [gedaagde] verantwoordelijk was.
- [Gedaagde] heeft haar aansprakelijkheid alsook de schade betwist en geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid op de grond dat de vordering niet voldoende is onderbouwd. [Eiseres] heeft vervolgens haar vordering nader toegelicht en enkele stukken in het geding gebracht. [Gedaagde] heeft in haar verweer volhard.
- Inderdaad was de vordering bij dagvaarding onvoldoende onderbouwd. Wat betreft de grond voor aansprakelijkheid heeft [eiseres] bij repliek wel voldoende feiten gesteld. Dat geldt echter niet voor de gestelde schade ad € 5.000,-. Dienaangaande heeft [eiseres] bij repliek, samengevat, gesteld: De woning was inmiddels aan een ander verkocht, toen [gedaagde] de onjuiste negatieve BKR-registratie liet corrigeren. Daardoor heeft [eiseres] schade geleden. Het was en is voor [eiseres] en haar partner erg moeilijk om een geschikte woning te vinden. Toen ze die uiteindelijk hadden gevonden, kon de koop niet doorgaan door de onjuiste negatieve BKR-registratie van [gedaagde]. [Eiseres] neemt [gedaagde] dit erg kwalijk. Het moge duidelijk zijn dat [eiseres] door toedoen van [gedaagde] schade heeft geleden. [Eiseres] is zelfs van oordeel dat haar schade veel groter is. Maar zij heeft haar vordering beperkt tot € 5.000,-.
- Uit dit betoog kan niet worden afgeleid dat [eiseres] vermogensschade heeft geleden. Niet gesteld of gebleken is dat [eiseres] de in de koopakte vermelde boete ad € 12.500,- heeft verbeurd aan de verkoopster van de woning te [adres]. Verondersteld kan worden dat er, zoals gebruikelijk, een ontbindende voorwaarde van financiering was over-eengekomen. Uit het betwiste feit dat [eiseres] geen vergelijkbare woning heeft kunnen kopen, volgt zonder toelichting – die ontbreekt – niet dat [eiseres] vermogensschade geleden heeft.
- Uit het betoog kan eventueel wel worden afgeleid dat [eiseres] vergoeding wenst van immateriële schade. [Eiseres] neemt het [gedaagde] erg kwalijk en wenst daarvoor wellicht met smartengeld gecompenseerd te worden. Een negatieve emotie als boosheid komt echter niet in aanmerking voor verzilvering. De wet, art. 6:106, lid 1, BW, stelt veel hogere eisen aan een vergoeding van immateriële schade. Dienaangaande heeft [eiseres] ook bij repliek veel te weinig gesteld. Gelet op het voorgaande zal [eiseres] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk worden verklaard en worden verwezen in de proceskosten. DE BESLISSING De kantonrechter: verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar vordering; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, welke aan de zijde van [gedaagde] tot op heden worden begroot op € 400,- wegens salaris van de gemachtigde van [gedaagde]. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.