beschikking RECHTBANK MIDDELBURG Sector civiel recht zaaknummer / rekestnummer: 75327 / KG RK 10-395 Beschikking van 15 oktober 2010 in de zaak van de vennootschap naar Chileens recht CHILEAN LUMBER COMPANY S.A., statutair gevestigd en kantoorhoudende te San Bernardo, Chili, verzoekster, advocaat: mr. P.H.N. van Spanje te Wageningen, en de vennootschap naar Engels recht ARKANS LIMITED, kantoorhoudende te Nieuwegein, verweerster, advocaat: mr. drs. M.H.G. Plieger te Nieuwegein. Het procesverloop Bij een op 15 september 2010 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift, heeft Chilean Lumber Company SA (nader: CLC) de voorzieningenrechter verzocht om, ter verzekering van een door haar gepretendeerde vordering op Arkans Limited (nader: Arkans), verlof te verlenen voor het leggen van conservatoir beslag op roerende goederen, te weten partijen houten vloerdelen Jatoba, ter grootte van ongeveer 1.541 m2, welke partij hout zich bevond op het opslagterrein, eigendom van Verbrugge Zeeland Terminals BV (nader: Verbrugge) te Vlissingen. Bij beslissing van 15 september 2010 heeft de voorzieningenrechter voorlopig verlof verleend tot het leggen van dat beslag, met – eveneens voorlopig – bevel tot gerechtelijke bewaring en met benoeming van Verbrugge tot gerechtelijk bewaarder. Tegelijkertijd heeft hij bepaald dat, alvorens er definitief op het verzoek van CLC zou worden beslist, een mondelinge behandeling zou plaatsvinden. Na het horen van partijen op 28 september 2010 heeft de voorzieningenrechter het verzochte verlof bij beschikking van 29 september 2010 afgewezen, op de grond dat CLC, in het licht van het ter zitting door Arkans gevoerde verweer, in onvoldoende mate aannemelijk had gemaakt dat zij een opeisbare vordering had op Arkans en dat zij evenmin aannemelijk had gemaakt dat de onderhavige partij hout niet tot de handelsvoorraad van Arkans zou behoeven te worden gerekend. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 6 oktober 2010, heeft CLC andermaal verzocht om verlof te verlenen tot het leggen van conservatoir beslag op bedoelde partij hout, met begroting van haar vordering op € 500.000,00, met aanstelling van een gerechtelijk bewaarder en met bepaling van de termijn als bedoeld in artikel 700 lid 3 Rv op 30 dagen. Subsidiair, te weten voor het geval de voorzieningenrechter het verlof niet aanstonds zou toewijzen, heeft CLC verzocht om het verlof tot het leggen van beslag voorlopig te verlenen totdat partijen zouden zijn gehoord, en meer subsidiair om het verzochte verlof voorlopig te verlenen tot het gerechtshof ’s Gravenhage, nevenzittingsplaats Den Bosch, op het door CLC in te stellen hoger beroep tegen de beschikking van 29 september 2010 zou hebben beslist. De voorzieningenrechter heeft CLC op 6 oktober 2010 doen weten dat hij het verzoek niet aanstonds, ook niet voorlopig, inwilligde maar dat CLC – desgewenst – gebruik kon maken van het recht om te worden gehoord (279 lid 2 Rv). CLC heeft daarop medegedeeld gebruik te willen maken van dat recht, waarna een mondelinge behandeling is bepaald. Arkans heeft schriftelijk verweer gevoerd tegen het (nieuwe) verzoekschrift van CLC. Zij heeft er (onder meer) op gewezen dat CLC op 6 oktober 2010 hoger beroep heeft ingesteld tegen de beschikking van de voorzieningenrechter van 29 september 2010 en dat het gerechtshof ondertussen voorlopig verlof heeft verleend tot het leggen van conservatoir beslag op de meerbedoelde partij hout. Arkans heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid haar standpunt nader toe te lichten op de op 14 oktober 2010 gehouden mondelinge behandeling van het verzoek. CLC is wel verschenen op die zitting. Zij heeft haar verzoek daarbij nader toegelicht. De beoordeling van het verzoek en de gronden daarvoor Alvorens kan worden toegekomen aan de vraag of de inhoud van het op 6 oktober 2010 ter griffie ontvangen verzoekschrift van CLC, mede bezien in het licht van het daartegen door Arkans gevoerde (schriftelijke) verweer, het verzochte verlof kan dragen, zal de voorzieningenrechter de volgende vragen dienen te beantwoorden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.