← Nederland

ECLI:NL:RBMID:2010:BO4559

vonnis RECHTBANK MIDDELBURG " \* MERGEFORMAT Sector civiel recht, voorzieningenrechter zaaknummer / rolnummer: 71346 / KG ZA 10-11 Vonnis van 17 maart 2010 in de zaak van

  1. de rechtspersoon naar Chinees recht GUANGZHOU OCEAN SHIPPING COMPANY (COSCO GUANGZHOU), gevestigd te Guanzhou, China,
  2. de rechtspersoon naar Chinees recht CHINA OCEAN SHIPPING COMPANY, gevestigd te Beijing, China, eiseressen, advocaat: mr. M.M. van Leeuwen, tegen
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NEDSPICE SOURCING B.V. (voorheen h.o.d.n. MAN-PRODUCTEN ROTTERDAM B.V.), gevestigd te Rotterdam,
  4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TYBEX WAREHOUSING B.V., gevestigd te Rotterdam,
  5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid C. STEINWEG-HANDELSVEEM B.V. (voorheen h.o.d.n. HANDELSVEEM B.V.), gevestigd te Rotterdam, gedaagden, advocaten: mrs. R. de Haan en G.W. Oreel. Het (verdere) verloop van de p rocedure 1.1 Op 18 februari 2010 heeft de voorzieningenrechter tussen partijen vonnis gewezen. 1.2 Bij faxbericht van 18 februari 2010 heeft mr. Van Leeuwen medegedeeld dat er een kennelijke schrijffout in rechtsoverweging 4.3 van voornoemd vonnis staat. Hij verzoekt het vonnis te verbeteren in die zin dat de zinsnede “(…) dat het vooralsnog niet onaannemelijk moet worden geacht dat het starten van een arbitrage na een tijdsverloop van 16½ jaar nog mogelijk is.” wordt gewijzigd in: “(…) het vooralsnog niet aannemelijk moet worden geacht (…)” of “(…) het vooralsnog onaannemelijk moet worden geacht (…)”. 1.3 Mrs. De Haan en Oreel hebben, hoewel daartoe door de rechtbank in de gelegenheid gesteld, niet gereageerd op het verzoek van mr. Van Leeuwen strekkende tot verbetering van het vonnis van 18 februari
  6. De beoordeling De voorzieningenrechter is van oordeel dat er in rechtsoverweging 4.3 van het vonnis van 18 februari 2010 sprake is van een andere kennelijke fout in de zin van artikel 31 lid 1 Rv. De in die rechtsoverweging opgenomen zinsnede: “(…) dat het vooralsnog niet onaannemelijk moet worden geacht dat het starten van een arbitrage na een tijdsverloop van 16½ jaar nog mogelijk is.” dient te luiden: “(…) dat het vooralsnog niet aannemelijk moet worden geacht dat het starten van een arbitrage na een tijdverloop van 16½ jaar nog mogelijk is.” Aangezien deze kennelijke fout zich voor eenvoudig herstel leent, zal de voorzieningenrechter het vonnis van 18 februari 2010 wijzigen in na te melden zin.
  7. De beslissing De voorzieningenrechter bepaalt dat de in rechtsoverweging 4.3 van het vonnis van 18 februari 2010 opgenomen zinsnede: “(…) dat het vooralsnog niet onaannemelijk moet worden geacht dat het starten van een arbitrage na een tijdsverloop van 16½ jaar nog mogelijk is.” wordt gewijzigd in: “(…) dat het vooralsnog niet aannemelijk moet worden geacht dat het starten van een arbitrage na een tijdverloop van 16½ jaar nog mogelijk is.” bepaalt dat deze verbetering door de griffier wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 18 februari
  8. Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2010.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.