vonnis RECHTBANK MIDDELBURG " \* MERGEFORMAT Sector civiel recht zaaknummer / rolnummer: 61831 / HA ZA 08-110 Vonnis van 20 oktober 2010 in de zaak van de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK OOSTERSCHELDE U.A., als rechtsopvolger van de coöperatie Coöperatieve Rabobank Beveland U.A., gevestigd te Goes, eiseres, advocaat mr. K.P.T.G. Flos te Middelburg, tegen
- [gedaagde sub 1], wonende te Vlissingen,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCHUITEMA MAKELAARS B.V., gevestigd te Vlissingen, gedaagden, advocaat mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam. De procedure Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 28 juli 2010 - de antwoordakte van Rabobank Ten slotte is vonnis bepaald. De verdere beoordeling Bij tussenvonnis van 28 juli 2010 heeft de rechtbank Rabobank – nu dat nog niet was gebeurd – in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het door [gedaagden] c.s. gedane verzoek om hem toe te staan tegen het (tussen-)vonnis van 14 april 2010 (tussentijds) hoger beroep in te stellen. Rabobank heeft bij akte daartegen verzet; tussentijds hoger beroep zal tijdverlies en een gefragmenteerde behandeling van de zaak met zich brengen 2.
- In het tussenvonnis van 14 april 2010 heeft de rechtbank – voortbouwend op haar tussenvonnis van 12 augustus 2009 – beslissingen genomen ten aanzien van de (juridische) vraag of er aan de zijde van [gedaagden] c.s. aansprakelijkheid kan bestaan voor het geheel van oninbare vorderingen dat Rabobank op Janssen en de vennootschap heeft. Thans is nog aan de orde de (feitelijke) vaststelling of de situatie zo is geweest, dat van een dergelijke aansprakelijkheid daadwerkelijk sprake is. Daarvoor dient nog nader (feitelijk) onderzoek te worden gedaan, in ieder geval bestaande uit het (opnieuw) taxeren van het object. 2.
- Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de onder 2.2 weergegeven omstandigheden doorbreking van het in art. 337 Rv vastgelegde uitgangspunt, dat van tussen vonnissen geen hoger beroep kan worden ingesteld. Zij zal [gedaagden] c.s. toestaan het (oordeel over de aansprakelijkheid in) tussenvonnis van 14 april 2010, voordat het nadere feitelijke onderzoek wordt gedaan, aan een hogere rechter ter beoordeling voor te leggen. De proceseconomie is ermee gediend dat, nu over de houdbaarheid van bedoeld oordeel tussen partijen discussie is, eerst daarover duidelijk komt. 2.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. De beslissing De rechtbank bepaalt dat hoger beroep is toegelaten tegen het in het geschil tussen partijen door deze rechtbank op 14 april 2010 gewezen vonnis met het bovenvermelde rolnummer; verwijst de zaak naar de parkeerrol van 5 oktober 2012 voor uitlaten zijdens [gedaagden] c.s. inzake het hoger beroep; houdt iedere verdere beslissing aan in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep. Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.J. van Dijk en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2010.