RECHTBANK MIDDELBURG Sector strafrecht parketnummer: 12/700303-10 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 8 december 2011 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren [1964], thans gedetineerd in de PI Middelburg, locatie Torentijd, Torentijdweg 1 te Middelburg, ter terechtzitting verschenen, raadsman mr. J. Wouters, advocaat te Middelburg, ter terechtzitting aanwezig. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 november 2011, waarbij de officier van justitie mr. Rammeloo en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 30 augustus 2010 te Middelburg, in elk geval (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk vanuit de haven in Antwerpen (België) binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/althans opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 40 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; art 2 ahf/ond A Opiumwet art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 10 lid 5 Opiumwet 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het aan hem tenlastegelegde feit en baseert zich daarbij op het vonnis in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte], de verklaring van [medeverdachte] waarin hij kenmerken noemt die op verdachte van toepassing zijn, de telefoongegevens waarmee de politie uiteindelijk bij [nichtje van verdachte] (zijnde het nichtje van verdachte) is uitgekomen, het vergelijkend spraakonderzoek waaruit blijkt dat de stem van verdachte waarschijnlijk past bij de stem van de telefoongesprekken met [medeverdachte] alsmede de vluchtgegevens van verdachte waaruit blijkt dat hij een dag nadat de ananassen in Ecuador op transport zijn gezet uit Ecuador is vertrokken en vlak nadat [medeverdachte] is gearresteerd, uit Nederland is vertrokken. Net als [medeverdachte] wordt verdachte als een professional beschouwd. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is primair van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op de ontkennende verklaring van verdachte, alsmede op het feit dat de verklaring van [medeverdachte] op bepaalde punten aantoonbaar onjuist is gebleken en dus ongeloofwaardig is. Daarnaast kan niet bewezen worden dat verdachte gebruik maakte van de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2]. Verder spreekt verdachte geen Spaans, is hij nog nooit eerder in Zeeland geweest en kunnen zendmastgegevens van mobiele telefoons alleen als ondersteunend bewijs dienen en geen bewijsmiddel op zich zijn. Tot slot wordt het spraakvergelijkend onderzoek door de verdediging in twijfel getrokken. Gelet op de korte duur van de telefoongesprekken en het ontbreken van Spaanstaling vergelijkingsmateriaal, dienen de fragmenten B2, B3, B4 en B5 van het bewijs te worden uitgesloten. Fragment B1 heeft een duur van 32 seconden en dat is te kort om aan het fragment conclusies te verbinden. Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat er nader onderzoek dient te worden verricht naar de personen en telefoonnummers die in het dossier in de cirkeloverzichten op pagina 64 en 79 zijn opgenomen. Daarnaast wil de verdediging nader onderzoek laten verrichten naar de vader van verdachte. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Op maandag 30 augustus 2010 is in een loods aan de [adres loods] aangetroffen en vervolgens inbeslaggenomen een zeecontainer met koelaggregaat met daarin circa 1076 dozen ananassen. Bij nader onderzoek op 31 augustus 2010 is aan de binnenzijde achter een aluminium plaat ongeveer 40 kilo cocaïne aangetroffen. Eigenaar van de ananassen en gebruiker van de zeecontainer is [medeverdachte]. De container is vanuit Ecuador via de haven van Antwerpen (België) op 30 augustus 2010 binnen het grondgebied van Nederland gebracht in opdracht van die [medeverdachte]. De rechtbank overweegt voor wat betreft het cocaïnetransport dat: - [medeverdachte] op 26 juli 2010 en 29 juli 2010 via een op zijn naam gestelde rekening bij de Belgische bank KBC respectievelijk $ 18.500,-- en $ 3.000,-- heeft doen overschrijven naar het bedrijf Bonnafruit te Ecuador; - [medeverdachte] de container heeft laten vervoeren door [transportbedrijf] van Antwerpen naar Middelburg; - [medeverdachte] [transportbedrijf] voorafgaande aan dat transport contant heeft betaald hetgeen volgens deze vervoerder opmerkelijk is; - [medeverdachte] persoonlijk betrokken is geweest bij de aankomst van de container te Middelburg op 30 augustus 2010; - [medeverdachte] door werkzaamheden in de loods deze opslagmogelijkheid voor handen had en weinigen daarvan op de hoogte waren; - [medeverdachte] midden in de zomer op geen enkele wijze heeft voorzien in een adequate koeling van de container, die naast de cocaïne circa 1076 dozen ananassen bevatte, terwijl ananassen constant moeten worden gekoeld en binnen twee weken bij de consument moeten zijn. Indien de ananassen niet worden gekoeld dan dienen zij binnen twee dagen bij de consument te zijn omdat de kwaliteit anders niet kan worden gegarandeerd; - [medeverdachte] niet adequaat heeft voorzien in een afzetmogelijkheid voor de circa 1076 dozen ananassen met in elke doos ongeveer 14 ananassen, dus in totaal ruim 15.000 ananassen; - in de container, die onder regie van [medeverdachte] is vervoerd naar een loods die hij daartoe had bestemd, cocaïne is aangetroffen; - [medeverdachte] op 27 december 2010 is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar voor het medeplegen van de invoer van 40 kilogram cocaïne binnen het grensgebied van Nederland, het voorhanden hebben van een wapen uit categorie II en een wapen uit categorie III (parketnummer 12/700269-10); Voor wat betreft de rol van verdachte overweegt de rechtbank als volgt. [medeverdachte] is op 31 augustus 2010 aangehouden. Tijdens de doorzoeking in de auto van [medeverdachte] is een briefje aangetroffen waarop '[alias]:' stond met twee telefoonnummers ([telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2]). In zijn verklaring bij de politie heeft [medeverdachte] verklaard dat hij met '[alias]' en '[alias 2]' de man '[betrokkene]' bedoeld, dat hij hem kent uit Amsterdam, dat hij hem al wel twintig jaar kent en dat [betrokkene] eigenlijk uit Suriname komt. Daarnaast heeft [medeverdachte] verklaard dat op het briefje dat in zijn auto is aangetroffen, telefoonnummers staan van [betrokkene], dat zij elkaar wel eens zagen bij de McDonalds in Middelburg, in Rotterdam en in Amsterdam, dat [betrokkene] een chineesachtig uiterlijk heeft, dat hij het neefje is van [naam] en dat hij een Braziliaanse vrouw heeft. In zijn verklaring bij de politie en ter terechtzitting heeft verdachte erkend dat hij een neef is van [naam], dat hij een Braziliaanse vrouw heeft en dat zijn grootvader van vaders kant afkomstig is uit China. Deze informatie strookt met de bevindingen van een ingesteld onderzoek naar de identiteit van verdachte. Hieruit blijkt dat de moeder van verdachte [naam moeder] is en dat de vader van verdachte, genaamd [vader verdachte], een Chinese vader had. Op basis van het voorgaande acht de rechtbank het aannemelijk dat verdachte de persoon is, die op het in de auto van [medeverdachte] aangetroffen briefje met de naam '[alias]' wordt aangeduid. Vervolgvraag is of de op het briefje vermelde telefoonnummers ([telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2]) door verdachte zijn gebruikt. De telefoongesprekken die met voornoemde nummers zijn gevoerd zijn afgeluisterd. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is verzocht om in een vergelijkend spraakonderzoek, de spraakuitingen van de gebruiker van telefoonnummer 0681481648 te vergelijken met spraakuitingen van verdachte, welke zijn opgenomen gedurende een verhoor. Voor wat betreft het nummer 0681481648 is van belang dat [medeverdachte] op 30 augustus 2010, de dag van de aankomst van het transport, om 9:45 uur met dit nummer het volgende telefoongesprek heeft gevoerd (dit fragment is door het NFI aangeduid met nummer B1 ): "1648 ; Hoi Wim met mij Wim ; mogge .. ntv.. wat is er dan met die telefoon van jouw man 1648 ; ik had het uitgezet Wim ; o want hij is steeds in gesprek als ik bel 1648 ; nee hij is gewoon uit Wim ; ooo, ik denk al ligt hij zoveel te neuken of hoe zit dat 1648 ; gisteren heb je gebeld zeker Wim ; Heel de morgen ben ik al aan het bellen 1648 ; om 6 uur heb ik hem aangezet Wim ; Ik snapte het niet hij is allemaal in gesprek dus daarom stuurde ik een smsje Nou fingers crossed he vandaag gaan ze erom 1648 ; ok Wim ; dus zodra ik wat weet dan bel ik je, dus hou je telefoon bij de hand 1648 ; hij is al bij de hand dus… ntv… Wim ; Fingers crossed 1648 ; ok, anders hoe laat bel ik je dan 5 uur ? Wim ; Dat is goed jongen, maar zodra ik wat weet dan bel ik je. Je mag af en toe tussendoor bellen maar dat heeft geen zin. Want zodra ik wat weet dan bel ik je gelijk op. 1648 ; Dat bedoel ik, ik bel je om 5 uur als ik niks hoor, of wat dan ook. Wim ; is goed jongen" Op 30 augustus 2010 om 17:06 uur heeft [medeverdachte] wederom contact gehad met nummer 0681481648. In dit gesprek meldt [medeverdachte] dat hij zenuwachtig is en dat hij nog niets gehoord heeft. Dit vanwege het feit dat 'ze er om ongeveer 3 uur zijn omgegaan'. [medeverdachte] zal bellen, zodra hij wat hoort. Dit fragment is door het NFI aangeduid met nummer B2. Nadat [medeverdachte] van [transportbedrijf] heeft vernomen dat het transport aanstaande is, belt hij weer naar nummer 0681481648 en wordt op 30 augustus 2020 om 19:34 het volgende telefoongesprek gevoerd (dit fragment is door het NFI aangeduid met nummer B3): "1648; hoe istie ? WN ; GEWELDIG, ze hebben me net gebeld om half negen istie bij mij 1648; ok maar wat ik je wou zeggen. Je moet even binnenblijven. Neem maar even zo'n meisje mee WN ; Daar hebben we het al over gehad 1648; ok ik zit met 1 van mijn vrienden hier, die is vandaag gekomen. Ik hoor wel van je morgen WN ; OK" Nadat het transport is gearriveerd en [medeverdachte] is opgepakt, heeft de gebruiker van het nummer 0681481648 veelvuldig, doch tevergeefs gepoogd om met [medeverdachte] in contact te komen . De dagen erna heeft de gebruiker van het nummer een aantal malen contact gehad met Kris8615. Beiden zijn duidelijk op zoek naar [medeverdachte]. Eén van voornoemde gesprekken met Kris8615, te weten het gesprek in het Spaans gevoerd op 31 augustus om 16:53 uur is door het NFI aangeduid met B5. Het NFI heeft overeenkomsten in de spraakuitingen aangetroffen en concludeert: De bevindingen van het onderzoek zijn waarschijnlijker wanneer verdachte het betwiste materiaal in de Nederlandse fragmenten B1, B3 en B4 heeft geproduceerd dan wanneer iemand anders dan de verdachte dit materiaal heeft geproduceerd. De bevindingen van het onderzoek zijn iets waarschijnlijker wanneer verdachte het betwiste materiaal in het Nederlandse fragment B2 heeft geproduceerd dan wanneer iemand anders dan de verdachte dit materiaal heeft geproduceerd. De bevindingen van het onderzoek zijn iets waarschijnlijker wanneer verdachte het betwiste materiaal in het Spaanse fragment B5 heeft geproduceerd dan wanneer iemand anders dan de verdachte dit materiaal heeft geproduceerd. Voor wat betreft het verweer van de verdediging dat de waarde van het vergelijkend spraakonderzoek in twijfel moet worden getrokken, merkt de rechtbank op dat de verdediging de mogelijkheid heeft gehad een contra-expertise te laten verrichten maar daar van af heeft gezien. Nu de rechtbank geen reden heeft om te twijfelen aan de inhoud van het door het NFI opgestelde deskundigenrapport, verwerpt zij het verweer van de verdediging. Blijkens de historische printgegevens van nummer 0681481648 heeft dit nummer gedurende de periode van 21 juni 2010 tot en met 30 augustus 2010 38 keer contact gehad met [medeverdachte] en 20 keer met HMG Holdings B.V., het bedrijf van [medeverdachte] en Chico Marney Ho, de broer van verdachte. Uit de printgegevens blijkt tevens dat de gebruiker van het telefoonnummer zich hoofdzakelijk bevindt in de mastlocatie 'Lagedijk Spaarndam'. De historische printgegevens van nummer 0644245669 wijzen uit dat de gebruiker van dit nummer in de periode van 12 juli 2010 tot en met 2 september 2010 117 keer contact heeft gehad met [medeverdachte]. Daarnaast is er 88 keer contact geweest met een Braziliaans nummer, is er 95 keer contact geweest met verschillende Ecuadoriaanse nummers en 15 keer met een Peruaans nummer. Dit nummer heeft verder 3 keer contact gehad met Gina Ho, een zus van verdachte, die in Spaarndam woont. Voor wat betreft de locatie is de gebruiker van dit nummer veelvuldig op mastlocaties in Spaarndam
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.