RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummers: 16/700900-12; 16/659240-13 (P) vonnis van de meervoudige strafkamer van 10 juli 2013 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] te[geboorteplaats] zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland gedetineerd in de PI Amsterdam, HvB Demersluis, Amsterdam. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 13 maart 2013 en 26 juni 2013. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw mr. M.L. Plas, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: parketnummer 16/700900-12 feit 1 A: in de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 juni 2012 heeft geprobeerd [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], waarvan verdachte wist of moest vermoeden dat zij nog geen 18 jaar waren, te verleiden tot het plegen en dulden van ontuchtige handelingen; B: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 1 april 2011 heeft geprobeerd ontuchtige handelingen te plegen met [slachtoffer 1], terwijl hij nog geen 16 jaar was; feit 3: in de periode van 14 februari 2006 tot en met 13 februari 2007 (primair) [slachtoffer 5] heeft aangerand of (subsidiair) ontuchtige handelingen met die [slachtoffer 5] heeft gepleegd, terwijl die [slachtoffer 5] nog geen 16 jaar was; feit 4: in de periode van 14 februari 2007 tot en met 13 februari 2008 (primair) [slachtoffer 5] heeft aangerand of (subsidiair) die [slachtoffer 5], waarvan verdachte wist of moest vermoeden dat hij nog geen 18 jaar was, heeft verleid tot het dulden van ontuchtige handelingen; parketnummer 16/659240-13 feit 1:in de periode van 26 juni 2002 tot en met 25 juni 2006 A:[slachtoffer 6] heeft aangerand en/of B: ontucht heeft gepleegd met de minderjarige[slachtoffer 6], die aan zijn zorg was toevertrouwd; en/of C: ontuchtige handelingen heeft gepleegd bij die[slachtoffer 6], terwijl die[slachtoffer 6] nog geen 16 jaar was; feit 2: in de periode van 24 juni 2002 tot en met 23 juni 2006 A: [… 1] heeft aangerand; en/of B: ontucht heeft gepleegd met de minderjarige [… 1], die aan zijn zorg was toevertrouwd; en/of C primair(24 juni2002 tot 23 juni 2006) : die [… 1], waarvan verdachte wist of moest vermoeden dat hij nog geen 18 jaar was, heeft verleid tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen; Subsidiair(24 juni 2002 tot 23 juni 2004): ontuchtige handelingen heeft gepleegd bij die [… 1], terwijl die [… 1] nog geen 16 jaar was; feit 3: in de periode van 2 maart 2010 tot en met 12 juni 2012 hennep aan [slachtoffer 1], [… 2], [… 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 2] en [… 4] verstrekt. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de (primair) ten laste gelegde feiten heeft begaan. De officier van justitie baseert dit op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen en hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en heeft vrijspraak bepleit. Kort gezegd zijn er kanttekeningen geplaatst bij de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangevers en zijn er bewijsverweren gevoerd. Niet bewezen kan worden dat aangevers ten tijde van de gepleegde handelingen, voor zover die zijn komen vast te staan, de leeftijd hadden zoals ten laste is gelegd. Tevens ontbreekt het opzet van verdachte op de ten laste gelegde feiten, aldus de verdediging. 4.3 Feiten en omstandigheden De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen uit van de volgende feiten en omstandigheden. Parketnummer 16/700900-12 Feit 1 A en B Verdachte is geboren op [geboortedatum 1]. Verdachte wist dat[slachtoffer 2] een kwetsbare jongen was. [slachtoffer 2] heeft aan verdachte gevraagd of hij bij verdachte mocht overnachten. Verdachte heeft [slachtoffer 1] naar een feestje gebracht. Verdachte heeft een massageapparaat op de kleding van [slachtoffer 1] uitgeprobeerd. Verdachte nam wel eens te blowen mee voor de jongens. Hij heeft voor anderen wiet meegenomen omdat hij voor zichzelf ging halen. [slachtoffer 1] is geboren op [geboortedatum 2]. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij 13 jaar was toen hij met verdachte in contact kwam in Vianen. Als hij daar was draaide verdachte joints en gaf die door. In twee uur tijd rookte [slachtoffer 1] drie of vier jointjes. Er werd wiet uitgedeeld en ze gingen allemaal roken. [slachtoffer 3], [slachtoffer 2] en [… 3] waren er ook Er stonden bij verdachte altijd pornofilms op. Dit waren films die verdachte zelf op DVD had of die op de televisie waren. Verdachte heeft tegen [slachtoffer 1] gezegd: “ik vind pijpen lekker”. [slachtoffer 1] heeft zich begin 2011 door verdachte laten masseren. Verdachte heeft zijn rug en nek gemasseerd. [slachtoffer 1] zat op de bank en verdachte stond achter de bank toen hij [slachtoffer 1] ging masseren. Verdachte kwam vervolgens naast [slachtoffer 1] zitten en vroeg of [slachtoffer 1] wilde gaan liggen. Verdachte trok het shirt van [slachtoffer 1] iets omhoog. Verdachte masseerde met zijn handen en een blauw massageapparaat. Verdachte ging op een gegeven moment met zijn handen van achteren naar voren ter hoogte van de rand van zijn onderbroek. [slachtoffer 1] dacht dat verdachte met zijn hand in zijn broek wilde gaan. [slachtoffer 1] heeft op dat moment tegen verdachte gezegd dat het wel goed was zo. [slachtoffer 1] had geblowd en hij was stoned. [slachtoffer 1] kon geen “nee” zeggen omdat hij bang was om verdachte teleur te stellen. [slachtoffer 1] had aan verdachte verteld dat hij zich klote voelde omdat zijn moeder borstkanker had en dat zij daarvoor chemokuren kreeg en operaties moest ondergaan. [slachtoffer 1] heeft voor ongeveer € 30,00 of € 50,00 aan wiet van verdachte gekregen en twee keer heeft hij wiet van hem gekocht. [slachtoffer 1] heeft 3 a 4 keer in de bus van[verdachte] gezeten. [slachtoffer 1] heeft in de nacht van 3 op 4 maart 2012 bij verdachte in de auto gezeten waar door hen een joint is gerookt die [slachtoffer 1] van verdachte had gekocht. Verdachte en [slachtoffer 1] zijn naar Kockengen gereden waar [slachtoffer 1] nog een joint van verdachte heeft gekregen. In de woning in Kockengen (de verblijfplaats van verdachte op dat moment), heeft verdachte tegen [slachtoffer 1] gezegd: “Hee [voornaam 1], als je me pijpt, kan je extra wiet krijgen.” [slachtoffer 1] dacht toen: “dit gaat niet goed, ik moet daar weg”. [slachtoffer 1] voelde zich toen niet prettig. [slachtoffer 1] heeft vervolgens aan verdachte gevraagd om hem terug te brengen naar het feestje, waarna verbalisant [verbalisant] hen die nacht heeft aangehouden. Verdachte heeft tegen verdachte gezegd: “He [voornaam 1] als je een keer iets anders wil dan geld betalen. Ik vind pijpen heel erg lekker. Dan geef ik je gratis wiet of zo.” Verbalisant [verbalisant] heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] in de nacht van 3 op 4 maart 2012 bij verdachte in de auto heeft aangetroffen. [slachtoffer 1] was toen 14 jaar. [slachtoffer 2] is geboren op [geboortedatum 3]. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij wel eens mee reed in de bus van verdachte. Als [slachtoffer 2] met een paar jongens in de woning van verdachte in Vianen was, zette een van de jongens of verdachte porno op op de computer. [slachtoffer 2] heeft wel een trekje van een joint van verdachte gehad. Verdachte heeft aan [slachtoffer 2] gevraagd: “Wil je even pijpen?”. [slachtoffer 2] dacht dat als hij “ja”zou zeggen verdachte het wel zou doen. [slachtoffer 2] was toen minderjarig. Verdachte heeft hem een joint aangeboden. [slachtoffer 2] heeft twee keer bij verdachte geslapen. Dit was in 2011 in Vianen en in 2012 in Kockengen. Dit was nadat [slachtoffer 2] uit huis gezet was door zijn ouders, omdat het slecht ging thuis. [slachtoffer 3] is geboren op [geboortedatum 4]. [slachtoffer 3] kent verdachte sinds zijn twaalfde. Hij is toen met een vriend bij verdachte naar binnen gegaan in diens woning in Vianen. Hij kwam daar regelmatig. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat verdachte hem in Vianen heeft gevraagd: “Wil je me pijpen?”. [slachtoffer 3] blowde in die tijd heel veel. Verdachte heeft aan [slachtoffer 3] een sms-bericht gestuurd met de volgende inhoud: “(…) Je moet mij wel met alles vertrouwen kerel. Ik weet niet of je het door hebt, maar ……..ik geef eigenlijk best wel veel om jou!!!!!!!Vraag niet waarom, maar je prikkeld mij en mijn hart gaat 10x sneller. (…)” [slachtoffer 3] was op dat moment 15 jaar. Verdachte heeft aan [slachtoffer 3] verteld dat hij verliefd op [slachtoffer 3] was. [slachtoffer 3] durfde de straat niet meer op na een vechtpartij en zocht toen zijn toevlucht bij verdachte. [slachtoffer 4] is geboren op [geboortedatum 5]. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat hij veel heeft geblowd bij verdachte thuis in Vianen en dat verdachte ook wiet uitdeelde. Verdachte heeft iets over pijpen tegen hem gezegd. [slachtoffer 4] is toen boos geworden op verdachte waarna hij is weggegaan. [slachtoffer 4] betaalde verdachte ongeveer € 10,00 voor een zakje wiet. Verdachte heeft tegen [slachtoffer 4] gezegd: “Ik wil je wel pijpen voor € 10,00”. [slachtoffer 4] had op dat moment problemen thuis. Feiten 3 en 4 primair Verdachte heeft verklaard dat de seksuele handelingen met [slachtoffer 5] zoals vermeld op de tenlastelegging hebben plaatsgevonden. [slachtoffer 5] is geboren op [geboortedatum 6]. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij bij verdachte in Den Haag is ingetrokken nadat hij van huis was weggelopen. Zijn moeder heeft hem toen uitgeschreven uit de gemeentelijke basisadministratie. Dit was in augustus 2006. Toen [voornaam 2]15 was kwam hij op een keer niet naar huis terug. Dat was een verrassing voor zijn moeder. Toen ze naar het restaurant ging waar [voornaam 2]werkte hoorde ze dat [voornaam 2]door verdachte was gemanipuleerd om daar te gaan wonen. Ze heeft [voornaam 2]naar huis gehaald, maar kort daarop is [voornaam 2]toch weer naar verdachte gegaan. Daarna is verdachte met [voornaam 2]naar De Bilt verhuisd, zonder haar toestemming. Verdachte bood [voornaam 2]aan om hem in huis te nemen. Verdachte praatte toen regelmatig op [slachtoffer 5] in om seksuele handelingen bij hem te verrichten. Verdachte zei dan dat het niet zo erg was en dat het goed voelde en dat [slachtoffer 5] er geen spijt van zou krijgen. Verdachte zei dat een man het beter kon doen. Verdachte zette pornofilms op waarna hij zei: “zal ik je anders effe een keertje lekker pijpen.” [slachtoffer 5] was 15 jaar toen verdachte in Den Haag seksuele handelingen bij hem verrichtte. [slachtoffer 5] heeft meerdere malen aangegeven dat hij de seksuele handelingen niet wilde. Verdachte had [slachtoffer 5] voor de keuze gesteld: of hij zou seksuele handelingen verrichten of verdachte zou bellen met het/een kamertrainingscentrum. [slachtoffer 5] herinnert zich nog goed dat hij nog geen 16 jaar was omdat hij zijn 16e verjaardag nog niet gevierd had (die hij zich goed herinnert omdat hij toen een scooter kreeg). Verdachte heeft tegen hem gezegd dat als hij verdachte niet zou helpen, hij hem dan ook niet kon helpen en dat hij dan zou bellen dat [slachtoffer 5] in een kamertraining zou komen. Een voorval vond plaats toen [slachtoffer 5], die nog geen 16 jaar was, na 24:00 uur (half) lag te slapen op de bank. Verdachte heeft toen de broek en de onderbroek van [slachtoffer 5] naar beneden gedaan, waarna verdachte de lul van [slachtoffer 5] in zijn mond nam en hem ging pijpen. Terwijl verdachte [slachtoffer 5] aan het pijpen was, trok verdachte zichzelf af. [slachtoffer 5] heeft er niets van gezegd omdat hij niet naar een kamertraining wilde. Hij was toen nog jong en niet stabiel. Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 5] in De Bilt heeft gepijpt. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat de tweede keer in De Bilt gebeurde na zijn 16e verjaardag. [slachtoffer 5] was naar een feestje geweest en hij was dronken. Verdachte zat naast hem op de bank en streelde over zijn schouder en rug. Verdachte deed de spijkerbroek van [slachtoffer 5] open en schoof zijn onderbroek aan de kant waarna verdachte hem pijpte. Verdachte pakte [slachtoffer 5] daarbij bij zijn schouders. Ondertussen trok verdachte zichzelf af. Vanaf 30 augustus 2007 is De Raad voor de Kinderbescherming betrokken bij [slachtoffer 5]; op 13 september 2007 is een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging uithuisplaatsing uitgesproken. Parketnummer 16/659240-13 Feit 1 A, B, en C[slachtoffer 6] is geboren op [geboortedatum 7]. [slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij in Nieuwegein voor het eerst softdrugs kreeg bij verdachte.[slachtoffer 6] was toen 13 of 14 jaar.[slachtoffer 6] herinnert zich dit omdat hij al rookte en hij daarmee is begonnen na zijn eerste schooljaar.[slachtoffer 6] werd in Nieuwegein door verdachte naar de badkamer geroepen alwaar verdachte aan[slachtoffer 6] vroeg of hij hem zijn geslachtsdeel wilde laten zien. Verdachte heeft aan[slachtoffer 6] gevraagd of hij hem in zijn mond mocht nemen. Binnen een paar seconden had verdachte hem in zijn handen en weer een paar seconden later had verdachte hem in zijn mond. Verdachte is[slachtoffer 6] toen gaan pijpen.[slachtoffer 6] had tussen de vijf en tien hijsen gehad van een jont. Verdachte kon zien dat hij gerookt had. [slachtoffer 6] was al de keren dat verdachte bij hem seksuele handelingen heeft verricht onder invloed van softdrugs. In die periode bleef[slachtoffer 6] bijna elk weekend bij verdachte slapen. De moeder van[slachtoffer 6] wist dat[slachtoffer 6] bij verdachte bleef en zij vertrouwde verdachte volledig. [slachtoffer 5] en [… 1] waren er ook vaak bij. Toen verdachte in Den Haag woonde, gingen ze op de bank zitten en rookten. Het was vervolgens het idee van verdachte om een pornofilm op te zetten. Verdachte zette de aanwezigen dan aan om te masturberen. Hierbij was ook [… 1] aanwezig.[slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat verdachte seksuele dingen heeft gedaan bij [… 1]. Dat was een keer in Utrecht. Verdachte vroeg of hij erbij kwam en heeft toen de een afgetrokken en de ander gepijpt. Verdachte liep vervolgens langs en zei dan: “Mag ik je even pijpen?“ Het is een aantal keren gebeurd dat[slachtoffer 6] het geslachtsdeel van verdachte heeft beetgehad en dat hij hem heeft gemasturbeerd. Dit is een aantal keer gebeurd terwijl verdachte[slachtoffer 6] dan pijpte. Af en toe zei verdachte: “Kom jij anders vanavond bij mij in bed slapen?” Dan wist[slachtoffer 6] al wat er ging gebeuren: verdachte ging hem aftrekken en pijpen. Verdachte gaf hem het gevoel dat het normaal was en dat het goed was.[slachtoffer 6] was bang dat verdachte anders naar hem zou kijken als hij niet deed wat verdachte wilde. Het stopte toen[slachtoffer 6] 15 of 16 jaar was.[slachtoffer 6] heeft geen vader gehad en verdachte was een soort vaderfiguur voor hem.[slachtoffer 6] [slachtoffer 6] is voor het eerst bij verdachte gaan logeren toen hij in de tweede klas van de middelbare school zat. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat hetzelfde is gebeurd bij [… 1] en[slachtoffer 6]. Feit 2 A, B en C primair Verdachte heeft verklaard dat de seksuele handelingen, genoemd op de dagvaarding ten aanzien van [… 1] hebben plaatsgevonden. [… 1] was dagelijks bij hem en hij bleef geregeld bij verdachte slapen. Verdachte haalde wel eens blowtjes voor [… 1]. [… 1] is geboren op [geboortedatum 8]. [… 1] heeft verklaard dat hij 14 jaar oud was toen het fysieke contact met verdachte begon. Hij zat toen in de tweede klas van de middelbare school. Als [… 1] bij verdachte in Vianen bleef slapen was[slachtoffer 6] er ook altijd. Verdachte begon met aanrakingen en het eindigde met aftrekken. Er hebben ook seksuele handelingen plaatsgevonden in Den Haag en in Utrecht. Verdachte haalde ook wiet voor hen. Als er seksuele handelingen gebeurden, dan had [… 1] geblowd en verdachte was hiervan op de hoogte. In een weekend gingen er wel 15 joints doorheen. [… 1] was de hele dag aan het blowen eigenlijk. In Den Haag heeft verdachte [… 1] drie of vier keer gepijpt en Nieuwegein is het vaker gebeurd. De reden dat [… 1] zich niet verzette is dat hij bang was voor verdachte. In de beginperiode verbleef [… 1] met toestemming van zijn moeder bij verdachte. [… 1] was vaak alleen thuis, zijn moeder werkte veel en daarom kwam hij graag bij verdachte. [… 1] voelde eigenlijk niets, een soort zwart gat. Het gebeurde gewoon. Er was geen emotie of een lichamelijk gevoel bij. Het was een soort onrealistische ervaring, alsof hij er niet bij was. Verdachte heeft hem en[slachtoffer 6] afgetrokken en gepijpt. Het seksuele contact stopte voordat [… 1] 16 jaar werd. [… 1] herinnert zich dat nog goed omdat hij nog geen scooter had toen het stopte. Verdachte woonde tot 27 oktober 2004 in Nieuwegein en in 2006 woonde hij in Den Haag. Bewijsoverwegingen De verklaringen van de aangevers/getuigen De rechtbank neemt in haar bewijsoverwegingen bovenvermelde verklaringen van de aangevers/getuigen als uitgangspunt. Zij is van oordeel dat deze geloofwaardig zijn zowel wat betreft de door verdachte verrichte handelingen als de periode waarin deze hebben plaatsgevonden. De verklaringen geven een gedetailleerde weergave van hetgeen verdachte bij hen heeft verricht. Verder zijn de verklaringen consistent, niet alleen afzonderlijk maar ook in onderlinge samenhang bezien. De verklaringen ondersteunen elkaar. De handelingen die verdachte bij de aangevers/getuigen heeft verricht zijn op essentiële punten gelijk aan elkaar. Ten slotte heeft de verklaring van verdachte de verklaringen van de aangevers/getuigen zelf voor een groot deel ondersteund. Hij heeft verklaard over gelijke (seksuele) handelingen die hebben plaatsgevonden als waarover de aangevers/getuigen hebben verklaard. Weliswaar betwist de verdachte (deels) de periode waarin die handelingen hebben plaatsgevonden, maar de rechtbank acht op grond van de hiervoor weergegeven verklaringen van de jongens in onderling verband en samenhang beschouwd aannemelijk dat de feiten ook, en juist, plaatsvonden vóór de jongen 16 jaar waren. Parketnummer 16/700900-12 Feit 1 onder A Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 onder A en B ten laste gelegde. Nu [slachtoffer 1] op [geboortedatum 2] is geboren, was hij in de ten laste gelegde periode nog geen 16 jaar. Met verdachte - die in de ten laste gelegde periode tussen de 49 en 51 jaar oud was - gold een groot leeftijdsverschil. Ook ten aanzien van [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] was dit het geval. Er gold een leeftijdsverschil van ruim 35 jaar. Geen van de jongens had de leeftijd van 18 jaar nog bereikt. En verdachte wist dat. Dit aanzienlijke leeftijdsverschil is reeds voldoende om aan te nemen dat verdachte misbruik heeft gemaakt van het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht. In het onderhavige geval is ook nog sprake van – deels – kwetsbare jongens die onder invloed waren van softdrugs. Door middel van het beschikbaar stellen van de softdrugs heeft verdachte geprobeerd de jongens te brengen tot de seksuele handelingen. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte, het pijpen en aftrekken, zonder meer als ontuchtig kunnen worden aangemerkt zodat sprake is van ontuchtige handelingen in de zin van artikel 248a Sr. Feit 1 onder B Zoals hiervoor is overwogen, was [slachtoffer 1] ten tijde van het ten laste gelegde nog geen 1. jaar. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte zonder meer als ontuchtig (handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm) kunnen worden aangemerkt als deze zouden zijn voortgezet door verdachte. Er is dan ook sprake van een poging tot het plegen van ontuchtige handelingen in de zin van artikel 247 Sr. Dat louter sprake was van een demonstratie van een massageapparaatje wordt weerlegd door de – betrouwbare – verklaring van [slachtoffer 1]. Parketnummer 16/700900-12 Feiten 3 en 4 primair Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feiten 3 en 4 primair ten laste gelegde. [slachtoffer 5] heeft verklaard dat hij 15 respectievelijk 16 jaar was op het moment dat de ten laste gelegde handelingen plaatsvonden. Nu [slachtoffer 5] op [geboortedatum 6] is geboren, was hij in de ten laste gelegde periode 15 respectievelijk 16 jaar oud. Als ijkpunt voor zijn leeftijd noemt [slachtoffer 5] het feit dat hij zijn 16e verjaardag ten tijde van de eerste seksuele handelingen door verdachte nog niet had gevierd. [slachtoffer 5] kreeg op zijn 16e verjaardag een scooter en die had hij toen nog niet gehad, aldus [slachtoffer 5]. De rechtbank gaat uit van de juistheid van deze verklaring omdat het zeer aannemelijk is dat een gemiddelde jongen van 16 jaar zich het krijgen van een scooter nog herinnert en dat het voorval met verdachte op deze manier kan worden geijkt. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte, het pijpen en aftrekken, zonder meer als ontuchtig kunnen worden aangemerkt zodat sprake is van ontuchtige handelingen in de zin van artikel 246 Sr. Parketnummer 16/659240-13 Feit 1 A, B en C Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 onder A, B en C ten laste gelegde.[slachtoffer 6] heeft verklaard dat hij 13 of 14 jaar was op het moment dat verdachte de handelingen zoals in de tenlastelegging omschreven bij hem heeft verricht. Nu[slachtoffer 6] is geboren op [geboortedatum 7], had hij deze leeftijd in de ten laste gelegde periode en had hij de leeftijd van 16 jaar nog niet bereikt. Als ijkpunt voor zijn leeftijd toen het startte noemt[slachtoffer 6] het feit dat hij toen rookte en dat hij dat is gaan doen na zijn eerste jaar op de middelbare school en dat de seksuele handelingen in het tweede jaar van de middelbare school hebben plaatsgevonden. Gemiddeld zijn jongeren in de tweede klas van de middelbare school 13 of 14 jaar. De rechtbank acht het aannemelijk dat[slachtoffer 6] dit moment zich goed kan herinneren en zo de handelingen met verdachte in de tijd kan verankeren. De rechtbank gaat bij haar beoordeling dan ook uit van de juistheid van de verklaring van[slachtoffer 6]. Ook ten aanzien van dit feit acht de rechtbank bewezen dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestaande uit het aanzienlijke leeftijdsverschil met[slachtoffer 6] (ongeveer 30 jaar), het onder invloed van softdrugs verkeren, het overnachten in de woning van verdachte, het vertonen van pornofilms en seksueel getinte opmerkingen maken. Door middel van deze feitelijkheden heeft verdachte[slachtoffer 6] gedwongen tot het ondergaan en zelf plegen van seksuele handelingen. Verdachte heeft[slachtoffer 6] zijn keuzevrijheid hiermee ontnomen. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte, het pijpen en aftrekken, zonder meer als ontuchtig kunnen worden aangemerkt zodat sprake is van ontuchtige handelingen in de zin van artikel 246 Sr. De moeder van[slachtoffer 6] vertrouwde verdachte volledig en was op de hoogte van het regelmatige verblijf van[slachtoffer 6] bij verdachte. Onder deze omstandigheden was[slachtoffer 6] aan de zorg en waakzaamheid van verdachte toevertrouwd in de zin van artikel 249 Sr. Feit 2 A, B en C primair Gelet op de redengevende feiten en omstandigheden die in voornoemde bewijsmiddelen zijn vervat, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 onder A, B en C ten laste gelegde. [… 1] heeft verklaard dat hij 14 en 15 jaar was op het moment dat verdachte de handelingen zoals in de tenlastelegging omschreven bij hem heeft verricht. Nu [… 1] is geboren op [geboortedatum 8], had hij deze leeftijd in de ten laste gelegde periode en had hij de leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt. Als ijkpunt voor zijn leeftijd noemt [… 1] het feit dat de seksuele handelingen door verdachte stopten voordat hij 16 jaar werd.[… 1] herinnert dit zich nog goed omdat hij nog geen scooter had toen het stopte. Net als bij de overweging ten aanzien [slachtoffer 5] gaat de rechtbank uit van de juistheid van deze verklaring omdat het zeer aannemelijk is dat een gemiddelde jongen van 16 jaar zich het hebben van een scooter nog herinnert en dat de handelingen met verdachte op deze manier kunnen worden geijkt. Ook ten aanzien van dit feit acht de rechtbank bewezen dat verdachte misbruik heeft gemaakt van de uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestaande uit het aanzienlijke leeftijdsverschil met[… 1] (ongeveer 28 jaar), het onder invloed van softdrugs verkeren, het overnachten in de woning van verdachte en de kwetsbaarheid van [… 1]. Door middel van deze feitelijkheden heeft verdachte [… 1] gedwongen tot het ondergaan van seksuele handelingen. Verdachte heeft [… 1] zijn keuzevrijheid hiermee ontnomen. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte, het pijpen en aftrekken, zonder meer als ontuchtig kunnen worden aangemerkt zodat sprake is van ontuchtige handelingen in de zin van artikelen 246, 249 en 248a Sr. Parketnummer 16/659240-13 Feit 3 Met betrekking tot feit 3 is verdachte een bekennende verdachte, waarbij de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering ten aanzien van beide feiten volstaan met onderstaande opsomming van de bewijsmiddelen: - de verklaringen van [slachtoffer 1], [… 2], [… 3] en [slachtoffer 4]; - een bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Parketnummer 16/700900-12 1. A op tijdstippen omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 12 juni 2012 te Kockengen, gemeente Stichtse Vecht en Vianen, meermalen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk, door giften en beloften van goed en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, personen, te weten: [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2], en [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3], en [slachtoffer 3] geboren [geboortedatum 4] en [slachtoffer 4], geboren [geboortedatum 5], waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt, te bewegen tot ontuchtige handelingen, waaronder het pijpen van verdachte of het door hem, verdachte, gepijpt worden, met dat opzet, bestaande dat uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht uit onder meer: een groot leeftijdsverschil tussen hem, verdachte en die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en het onder invloed van verdovende middelen verkeren van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en de kwetsbaarheid en gemoedstoestand van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]: die [slachtoffer 1] heeft meegenomen en vervoerd met/in zijn, verdachte’s, auto/busje en met hem in de auto heeft verbleven en hem naar zijn, verdachte’s, woning heeft vervoerd, en/of met die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gedurende de nachtelijke uren of avond in die woning is verbleven en terwijl op de televisie of via de laptop of computer pornografische afbeeldingen werden vertoond/afgespeeld en/of met die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] pornofilms heeft bekeken en/of die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] wiet heeft verstrekt en gegeven en aangeboden en wiet voor hen is gaan halen bij een coffeeshop en/of die [slachtoffer 1] heeft gemasseerd met een voorwerp en zijn handen en met zijn handen over de gedeeltelijk ontblote rug van die [slachtoffer 1] richting de broeksband aan de voorzijde van het lichaam van die [slachtoffer 1] is gegaan en/of heeft aangeboden die [slachtoffer 1] te pijpen in ruil voor wiet en/of tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft gezegd “Wil je me pijpen” en/of tegen die [slachtoffer 4] heeft gezegd “ik wil je wel pijpen voor tien euro”, tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd “He [voornaam 1] als je een keer iets anders wil dan geld betalen. Ik vind pijpen heel erg lekker. Dan geef ik je gratis wiet of zo.” en/of die [slachtoffer 3] een sms-bericht heeft gezonden met (onder meer) de tekst “Je moet mij wel met alles vertrouwen kerel. Ik weet niet of je het door heb, maar ……..ik geef eigenlijk best wel veel om jou!!!!!!!Vraag niet waarom, maar je prikkeld mij en mijn hart gaat 10x sneller.” en tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd “ik ben verliefd op je”, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; en B. in de periode van 01 januari 2011 tot en met 1 april 2011 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen te plegen, die [slachtoffer 1]: in zijn, verdachte’s, woning heeft laten verblijven en samen met hem in zijn, verdachte’s, woning is verbleven en naast die [slachtoffer 1] is gaan zitten en vervolgens die [slachtoffer 1] heeft gevraagd/voorgesteld te gaan liggen op de bank en vervolgens het shirt van die [slachtoffer 1] omhoog heeft gedaan en/of opzij heeft geschoven en met een voorwerp en zijn handen de blote rug van die [slachtoffer 1] heeft gemasseerd en hierbij/vervolgens over de rug van die [slachtoffer 1] met zijn handen in de richting van en naar de broeksband aan de voorzijde van het lichaam van die [slachtoffer 1] is gegaan, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; 3. Primair in de periode van 14 februari 2006 tot en met 13 februari 2007 te ’s-Gravenhage door een andere feitelijkheid [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot dulden van ontuchtige handelingen, te weten het: pijpen van die [slachtoffer 5] en daarbij in het bijzijn van die [slachtoffer 5] aftrekken van zichzelf bestaande die feitelijkheid hierin dat verdachte misbruik heeft gemaakt van een uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bestaande uit onder meer: een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer 5] en het door verdachte onttrekken en onttrokken houden van die [slachtoffer 5] aan het bevoegde gezag/bevoegd opzicht en het door verdachte verschaffen van onderdak aan die van huis weggelopen [slachtoffer 5] en regelmatig opmerkingen tegen die [slachtoffer 5] maakte over het uitvoeren/ondergaan van seksuele handelingen en pijpen en hierbij tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat een man het beter kon, en pornofilms heeft vertoond en afgespeeld en na het vertonen/afspelen van die pornofilms tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd “ Zal ik je anders effe een keertje lekker pijpen?”, en tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd: "als je mij niet helpt, dan kan ik jou niet helpen en moet je terug naar de kamertraining", en tijdens de nachtelijke uren naar die deels/half slapende en slaperige [slachtoffer 5] is toegegaan en de broek en onderbroek van die [slachtoffer 5] heeft uitgetrokken en de penis van die [slachtoffer 5] in zijn, verdachte’s, mond heeft genomen; 4. Primair in de periode van 14 februari 2007 tot en met 13 februari 2008 te De Bilt door een andere feitelijkheid [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, het door verdachte pijpen van die [slachtoffer 5] en daarbij in het bijzijn van die [slachtoffer 5] zichzelf aftrekken door verdachte bestaande die feitelijkheid hierin dat verdachte misbruik heeft gemaakt van een uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bestaande uit onder meer: een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en die [slachtoffer 5] en het door verdachte tot aan 30 augustus 2007 onttrekken en onttrokken houden van die [slachtoffer 5] aan het bevoegde gezag en het door verdachte verschaffen van onderdak aan die van huis weggelopen [slachtoffer 5] en het onder invloed van alcohol verkeren en dronken zijn van die [slachtoffer 5] en regelmatig opmerkingen tegen die [slachtoffer 5] maakte over het uitvoeren/ondergaan van seksuele handelingen en pijpen en hierbij tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd dat een man het beter kon, en tegen die [slachtoffer 5] heeft gezegd: "als je mij niet helpt, dan kan ik jou niet helpen en moet je terug naar de kamertraining", en die [slachtoffer 5] heeft betast/gestreeld over de schouder en rug de broek van die [slachtoffer 5] heeft losgemaakt/opengemaakt en de onderbroek van die [slachtoffer 5] opzij heeft geschoven/naar beneden heeft getrokken en die [slachtoffer 5] bij diens schouders heeft vastgepakt; Parketnummer 16/659240-13 1.A. op tijdstippen in de periode van 26 juni 2002 tot en met 25 juni 2006 te Nieuwegein en 's-Gravenhage en Utrecht, door een andere feitelijkheid[slachtoffer 6] meermalen heeft gedwongen tot dulden van ontuchtige handelingen, te weten het: - betasten en aanraken van de penis van verdachte en het aftrekken van verdachte en - daarbij en gelijktijdig pijpen van die[slachtoffer 6] en - betasten van de penis van die[slachtoffer 6] en het aftrekken van die[slachtoffer 6] bestaande die feitelijkheid hierin dat verdachte: - misbruik heeft gemaakt van een uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bestaande uit onder meer: een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en die[slachtoffer 6] en het onder invloed van verdovende middelen verkeren van die[slachtoffer 6] en het overnachten van die[slachtoffer 6] in de woning van verdachte en - die[slachtoffer 6] heeft verzocht naar de badkamer te komen en vervolgens die[slachtoffer 6] heeft gevraagd zijn penis te tonen en vervolgens die[slachtoffer 6] heeft gevraagd of hij "hem eens in zijn mond mocht nemen", en vervolgens de penis van die[slachtoffer 6] heeft betast en in zijn, verdachtes, mond heeft genomen en - meermalen pornografie in zijn, verdachtes, woning heeft vertoond in de aanwezigheid van[slachtoffer 6] en toe heeft gelaten dat die[slachtoffer 6] in die woning pornografie bekeek en daarbij masturbeerde en vervolgens die masturberende[slachtoffer 6] te vragen of die[slachtoffer 6] mocht pijpen, en - meermalen aan die[slachtoffer 6] heeft gevraagd of hij bij hem, verdachte, in bed kwam slapen; en B. op tijdstippen in de periode van 26 juni 2002 tot en met 25 juni 2006 te Nieuwegein en 's-Gravenhage en Utrecht, ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige[slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 7], immers heeft hij: - de penis van die[slachtoffer 6] betast en die[slachtoffer 6] afgetrokken en gepijpt en - die[slachtoffer 6] zijn penis laten betasten en die[slachtoffer 6] hem, verdachte, laten aftrekken; en C. op tijdstippen in de periode van 26 juni 2002 tot en met 25 juni 2006 te Nieuwegein en 's-Gravenhage en Utrecht,[slachtoffer 6], geboren op [geboortedatum 7], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig: - betasten en aanraken en aftrekken en pijpen van de penis van die[slachtoffer 6] en van die[slachtoffer 6] en - het laten betasten en aftrekken van zijn, verdachtes, penis door die[slachtoffer 6]; 2.A. op tijdstippen in de periode van 24 juni 2002 tot en met 23 juni 2006 te Nieuwegein en 's-Gravenhage en Utrecht door een andere feitelijkheid [… 1] meermalen heeft gedwongen tot dulden van ontuchtige handelingen, te weten het: betasten en aftrekken en pijpen van de penis van die [… 1] en betasten van het lichaam van die [… 1], bestaande die feitelijkheid hierin dat verdachte: - telkens misbruik heeft gemaakt van een uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht bestaande uit onder meer: een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en die [… 1] en het onder invloed van verdovende middelen zijn van die [… 1] en de kwetsbaarheid en gemoedstoestand van die [… 1] en B. op tijdstippen in de periode van 24 juni 2002 tot en met 23 juni 2006 te Nieuwegein en 's-Gravenhage en Utrecht ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [… 1], geboren op [geboortedatum 8], immers heeft hij meermalen de penis van die [… 1] betast en die [… 1] afgetrokken en gepijpt; en C. Primair. op tijdstippen in de periode van 24 juni 2002 tot en met 23 juni 2006 te Nieuwegein en 's-Gravenhage en Utrecht, een persoon, te weten [… 1], geboren op [geboortedatum 8], waarvan verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, door giften en beloften van goed en misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, bestaande die giften en beloften van goed en dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht uit onder meer: het door verdachte geven en verstrekken en verkopen van wiet aan die [… 1] en het onder invloed van verdovende middelen verkeren van die [… 1] en een groot leeftijdsverschil tussen verdachte en die [… 1] en telkens opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen van hem te dulden te weten het: betasten en aftrekken en pijpen van de penis van die [… 1] en betasten van het lichaam van die [… 1]; 3. in de periode van 02 maart 2010 t/m 12 juni 2012 te Vianen en Kockengen, gemeente Stichtse Vecht en elders in Nederland, meermalen, hennep heeft vervoerd en verkocht en afgeleverd en verstrekt aan [slachtoffer 1] en [… 2] en [… 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] en [… 4], zijnde hennep telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 6De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op: feit 1 A (parketnummer 16/700900-12): poging tot door giften of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd; feit 1 B (parketnummer 16/700900-12): poging tot met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; feit 3 primair, feit 4 primair (parketnummer 16/700900-12) en feit 1A en feit 2 A (parketnummer 16/659240-13): telkens feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd; feit 1 B en feit 2 B (16/659240-13): telkens ontucht plegen met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd; feit 1 C (16/659240-13): met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; feit 2 C primair: door giften of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd; feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Er is sprake van eendaadse samenloop: wat betreft feit 1 A (parketnummer 16/700900-12)- 8e gedachtenstreepje en feit 1 B (parketnummer 16/700900-12); wat betreft de feiten 1A, B en C (parketnummer 16/700900-12) en wat betreft de feiten 2A, B en C (parketnummer 16/700900-12). De rechtbank houdt hiermee rekening bij de strafoplegging. 7De strafbaarheid van verdachte De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde de verdachte niet volledig kan worden toegerekend. Voor de motivering verwijst zij naar hetgeen hierna onder 8.3 is opgenomen. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar met aftrek van voorarrest en dat daarnaast de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging (hierna te noemen: TBS) zal worden gelast. 8.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd. 8.3. Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rapporten van de deskundigen De psycholoog Van de Kant komt in zijn rapport van 26 oktober 2012 tot de conclusie dat bij de verdachte sprake is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken, alsook van cannabismisbruik (thans in remissie door zijn detentie). Wat betreft de toerekening stelt de psycholoog aanvankelijk, toen geraadpleegd naar aanleiding van verdenking van de feiten 1 en 2 van de dagvaarding met parketnummer 16/700900-12, dat niet mogelijk is gebleken het tenlastegelegde in het licht van de aanwezige problematiek te zien door de ontkenning van de verdachte. In het aanvullend rapport van 7 maart 2013 concludeert Van de Kant dat de persoonlijkheidsstoornis bevestigd wordt door de nieuwe informatie, verklaart hij dat er sterkere vermoedens zijn van parafilie, maar dat dit niet enkel kan worden vastgesteld op basis van het tenlastegelegde. Bij bewezenverklaring zou, aldus Van de Kant, het recidiverisico hoger ingeschat moeten worden en is wellicht in sterkere mate sprake van dwang of drang vanuit de stoornis dan eerder aangegeven. Het rapport van het Pieter Baan Centrum d.d. 21 juni 2013 verschaft veel informatie over het gedrag van de verdachte tijdens de observatie, maar een diagnose wordt niet gesteld, kort gezegd omdat de onderzoekers niet het gewenste onderzoek konden verrichten, bij gebrek aan medewerking door de verdachte. Het bagatelliseren (het stelde niet veel voor) en externaliseren (de jongens zochten hem
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.