RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht parketnummer: 16/701812-12 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 28 maart 2013 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1993] te [geboorteplaats] wonende te [adres], [woonplaats]. Raadsman mr. R.I. Takens, advocaat te Amsterdam. 1Onderzoek van de zaak Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 maart
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de advocaat van verdachte, mr. R.I. Takens, naar voren heeft gebracht. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte al dan niet samen met anderen op 27 november 2011 in Rhenen een tankstation heeft overvallen. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft begaan. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de officier van justitie gewezen op CIE-informatie waarin staat dat verdachte betrokken is geweest bij de overval op het tankstation in Rhenen. Ook heeft de officier van justitie gewezen op telecomgegevens van een telefoonnummer dat toebehoort aan verdachte en welk nummer op de dag van de overval een zendmast in Rhenen heeft aangestraald. Voorts zijn op een simkaart toebehorende aan verdachte afbeeldingen aangetroffen van wapens, waarvan er één sterke gelijkenissen vertoont met het wapen dat tijdens de overval op het tankstation is gebruikt. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het aan verdachte ten laste gelegde feit. Hiertoe heeft de raadsman het volgende aangevoerd: Uit de camerabeelden van het tankstation kan niet worden afgeleid dat verdachte een van de overvallers was. De CIE-informatie waaruit zou blijken dat verdachte de overval gepleegd zou hebben, kan niet voor het bewijs gebruikt worden. De verdediging heeft de betreffende anonieme CIE-informant niet kunnen horen. De CIE-informatie dient als onbetrouwbaar aangemerkt te worden nu de juistheid van die informatie niet te controleren is. Daarbij wordt de CIE-informatie niet ondersteund door ander materiaal in het dossier. Het aanstralen van een telefoonnummer, welk nummer wordt toegedicht aan verdachte, in de buurt van de plaats delict, zegt niets. Er kan niet worden vastgesteld dat verdachte het betreffende nummer op het moment van de overval bij zich had. Uit het aanstralen van een zendmast in Rhenen, gelet op de locatie van de zendmast, kan niet volgen dat verdachte bij de plaats delict is geweest. Het feit dat op een onder verdachte in beslag genomen geheugenkaartje wapens te zien zijn die gelijkenissen vertonen met het wapen dat bij de overval is gebruikt, maakt niet dat er sprake is van dezelfde wapens. Het ontbreken van de veiligheidspal bij een van de wapens duidt daar weliswaar op, maar ook dan is daarmee nog niet vastgesteld dat het verdachte was die de beschikking had over dit wapen ten tijde van de overval op het tankstation. Er is geen sprake van wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde feit te kunnen komen. Verdachte dient te worden vrijgesproken. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezen verklaring van het ten laste gelegde feit te kunnen komen. In het dossier bevinden zich evenwel aanwijzingen dat verdachte bij de gewapende overval op het tankstation betrokken geweest zou kunnen zijn, maar dit levert niet het wettig bewijs op. Nu de rechtbank van oordeel is dat er slechts aanwijzingen in het dossier te vinden zijn die duiden op betrokkenheid van verdachte bij het hem ten laste gelegde feit, maar het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, zal de rechtbank verdachte van het hem ten laste gelegde feit vrijspreken. 5De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het hem ten laste gelegde feit. Dit vonnis is gewezen door mr. E.A.A. van Kalveen, voorzitter, mr. I.P.H.M. Severeijns en mr. A. van Maanen, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 maart
- BIJLAGE I: De tenlastelegging hij op of omstreeks 27 november 2011 te Rhenen, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid sigaretten en/of euro, althans enig geldbedrag en/of een hoeveelheid snoep, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam] en/of BP tankstation, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) - een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, gericht heeft/hebben (gehouden) op die [slachtoffer] en/of - " liggen, liggen" en/of "ik wil je handen zien, ik wil je handen zien" en/of "waar is de kluis, maak de kluis open", althans woorden van gelijke aard of strekking heeft/hebben geroepen en/of - die [slachtoffer] met dat (vuur)wapen, althans met dat op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp en/of met zijn hand op/tegen het (achter)hoofd heeft/hebben geslagen en/of - die [slachtoffer] op/tegen de rug, althans het lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt; art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht