RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/712051-11 (P) vonnis van de meervoudige strafkamer van 18 juni
(2010)blijkt de aankoop van een aanhanger Pega door verdachte. Uit de factuur van [bedrijf 3]2009) blijkt de aankoop van onder meer een boot (Style 200 Bowrider Azure) door verdachte, met daarop een notitie dat op 4 juni een bedrag van € 10.000,00 per bank en op 18 juni een bedrag van € 28.108,00 contant is ontvangen. Nadere bewijsoverweging Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de hoogte van het vergokte bedrag niet exact kan bevestigen, maar dat het wel in de lijn van het ten laste gelegde bedrag (ad € 1.127.684,80) is. De rechtbank zal dan ook van dit bedrag uitgaan. Vermenging De verdediging heeft betoogd dat de Volkswagen Tiguan en de aanschaffen voor de woning en andere grote aankopen met legaal vermogen zijn betaald, zodat wat betreft die goederen geen sprake is van witwassen. Daartoe is gesteld dat de auto is aangeschaft aan het begin van de ten laste gelegde periode, dat deze grotendeels met de inruilwaarde van de vorige auto is gefinancierd en dat door verkoop van een woning ongeveer 70 duizend euro spaargeld beschikbaar was, zodat daarmee de grote aanschaffen konden worden betaald. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2010 (LJN: BN0578), is de rechtbank is van oordeel dat het gehele vermogen van verdachte en zijn echtgenote door de toevoeging van de uit misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen is ‘besmet’. Daarbij is in aanmerking genomen de verhouding tussen de omvang van de vermogensbestanddelen die middels verduistering zijn verkregen en de omvang van de legale inkomsten van verdachte en zijn echtgenote [medeverdachte], het structurele karakter waarmee de vermenging plaats heeft gehad, de lange periode gedurende welke illegale vermogensbestanddelen zijn verkregen alsmede de wijze waarop deze met elkaar vermengd zijn geraakt. Wat betreft de legale en illegale inkomsten, blijkt uit financieel onderzoek (proces-verbaal van verstrekking van gegevens (bevindingen ABN AMRO) dat Van Aalst en zijn echtgenote over de periode 2006 – 2010 totaal € 226.122,65 aan salaris hebben ontvangen. Daartegenover staat een bedrag van € 800.882,59 dat in deze periode door verdachte is verduisterd. Deze legale en illegale bedragen kwamen op de bankrekening van verdachte samen. De gelden op de bankrekening werden grotendeels gebruikt voor casinobezoeken. Voorts werden - geruime tijd nadat de verduistering was begonnen - van deze rekening (grote) aankopen gedaan. De door de verdediging expliciet genoemde Volkswagen Tiguan is in augustus 2008 aangeschaft, terwijl de ten laste gelegde periode aanvangt op 20 september
- Gewoontewitwassen De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van criminele gelden. Gezien de veelheid van verschillende witwashandelingen en de lange periode waarin deze hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van het witwassen van criminele gelden een gewoonte heeft gemaakt. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek
- genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
- op tijstippen in de periode van 20 september 2006 tot en met 8 december 2010, te Woerden en te Den Haag, meermalen telkens opzettelijk (girale) geldbedragen, in totaal ten bedrage van ongeveer 800.882,59 euro, die toebehoorden aan de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie (NVLF), en welke geldbedragen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als boekhouder en/of financieel controleur bij[benadeelde], in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
- in de periode van 13 tot en met 15 december 2010 te Woerden en/of te Den Haag, de herkomst verborgen en/of verhuld en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp was en/of het voorwerp voorhanden had, immers heeft hij onder meer: op 14 december 2010 een auto (Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken 1]) overgeschreven op naam van[A], en op 15 december 2010 een boot (van het merk Border Azuur Style 200 met registratienummer [nummer]) overgeschreven op naam van [A], terwijl hij wist dat deze voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig zijn uit enig misdrijf; en in de periode van 20 september 2006 tot en met 26 april 2011 in Nederland, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, telkens voorwerpen overgedragen en/of verworven en/of omgezet en/of van voorwerpen gebruik gemaakt, immers heeft hij telkens onder meer: meerdere geldbedragen (in totaal ten bedrage van ongeveer 1.127.684,80 euro) uitgegeven bij diverse vestigingen van Holland Casino, en in de periode van 2 januari 2007 tot en met 26 oktober 2010 één of meerdere goederen gekocht bij een juwelier en ten behoeve van woninginrichting, en gekocht en voorhanden gehad: auto’s (een Toyota Yaris, kenteken [kenteken 2] en een Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 1]) en een aanhanger (Pega type ZB2300/600, kenteken [kenteken 3]), en een boot (Border Azuur Style 200), en een caravan, terwijl hij wist dat deze geldbedragen en voorwerpen- onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig zijn uit enig misdrijf; Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft; (eerste deel) witwassen en (tweede deel) gewoontewitwassen 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.
- De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met verplicht reclasseringscontact en als bijzondere voorwaarden: meldingsgebod, behandeling bij De Waag en financiële hulpverlening. 8.
- Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd. 8.
- Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft in zijn functie van medewerker financiële administratie meer dan € 800.000,- van zijn toenmalige werkgever,[benadeelde], verduisterd. Verdachte heeft zijn werkgever en diens leden grote financiële schade toegebracht. Verdachte heeft een aanzienlijk deel van het door hem verduisterde geldbedrag vergokt. Van het resterende bedrag heeft hij (grote) aankopen gedaan, zoals auto’s, een boot, een caravan en een aanhangwagen. Verdachte heeft in het geheel geen rekening gehouden met de gevolgen van zijn gedrag en heeft zich alleen laten leiden door zijn streven naar zijn eigen financiële gewin. De rechtbank rekent het verdachte bovendien zwaar aan dat hij misbruik heeft gemaakt van de mogelijkheden die hij in zijn functie binnen de vereniging had en dat hij het daarbij behorende vertrouwen dat zijn werkgever in hem had, ernstig heeft geschaad. Verdachte heeft zich voorts gedurende een periode van bijna vijf jaar schuldig gemaakt aan het witwassen van de door hem ontvangen geldbedragen. Verdachte heeft de van misdrijf afkomstige gelden grotendeels vergokt en daarvan meerdere (grote) aankopen gedaan. Hij heeft door zijn handelen er aan bijgedragen dat de opbrengsten van zijn misdrijven aan het zicht werden onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst werd verschaft. Het witwassen van criminele gelden heeft een ontwrichtende werking op het financieel-economisch verkeer. Deze werking wordt versterkt indien dit geld via witwassen als vermeend legaal geld aangewend kan worden in investeringen in de reguliere economie. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op: een uittreksel uit de justitiële documentatie van 25 april 2013, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld; een reclasseringsadvies d.d. 23 mei 2013, opgemaakt door Reclassering Nederland, waarin - kort gezegd - een meldplicht, een behandelverplichting voor zijn deviante gedrag in samenhang met zijn emotioneel welzijn, financiën en denkpatronen en deelname aan financiële hulptrajecten wordt geadviseerd. Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat het een relatief oude zaak betreft, waardoor verdachte voor langere tijd in onzekerheid is gebleven. De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en hetgeen in vergelijkbare zaken pleegt te worden opgelegd, aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank acht een gevangenisstraf van 18 maanden in beginsel passend en geboden. De rechtbank ziet evenwel in het tijdsverloop aanleiding een deel van deze straf, te weten 10 maanden, geheel voorwaardelijk op te leggen. Met dit voorwaardelijk deel wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Voorts maakt dit begeleiding en behandeling zoals voorgesteld door de reclassering mogelijk. 9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel De behandeling van de vordering van [benadeelde], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. De raadsman van de benadeelde partij heeft ter terechtzitting zijn vordering toegelicht, in die zin dat het verschil tussen het oorspronkelijke schadebedrag ad € 800.882,59 en het door de kantonrechter toegekende bedragen ad € 655.598,00 wordt gevorderd. Het opgevoerde bedrag ad € 22.894,42 aan proceskosten wordt niet gevorderd, nu daarvoor reeds een titel bestaat. Voorts heeft de raadsman de vordering gematigd met een bedrag van € 50.000,00, nu dit bedrag inmiddels door executie van beslag is voldaan. De verdediging heeft verzocht om de schadevergoedingsmaatregel af te wijzen. Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert de schade op € 95.284,59 (aan materiële schade), vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf de datum van de aangifte. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. De rechtbank acht het gelet op de hoogte van het toegewezen bedrag niet opportuun de schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Oplegging daarvan zou er ongetwijfeld toe leiden dat verdachte de vervangende hechtenis moet ondergaan, en dan is hij niet meer in staat om door middel van werkzaamheden inkomen te verwerven en aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Daar komt bij, dat de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie een professionele vereniging is, die heel wel in staat moet worden geacht haar vorderingen te innen. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 322, 420 bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 11Beslissing De rechtbank: Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft; (eerste deel) witwassen en (tweede deel) gewoontewitwassen. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar. Strafoplegging Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden. Beveelt dat een gedeelte, groot 10 maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende voorwaarden houdt. Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft. Stelt als bijzondere voorwaarden: Veroordeelde moet zich binnen 5 dagen na afloop van zijn detentie melden bij Reclassering Nederland, zo frequent en zolang de reclassering zich noodzakelijk acht. Veroordeelde moet zich tijdens de proeftijd gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland. Veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelen bij de Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling aan de reclassering. Veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling / behandelaar worden gegeven. Veroordeelde wordt verplicht om, indien de toezichthouder dit nodig vindt, mee te werken aan financiële hulpverleningstrajecten, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Geeft aan genoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Benadeelde partij Wijst de vordering van de[benadeelde]toe tot € 95.284,59 (zegge vijfennegentigduizend tweehonderd vierentachtig euro en negenenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 15 december 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie voornoemd. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Oostendorp, voorzitter, mr. S. Wijna en mr. E.M. de Stigter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Westerhout, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juni
- BIJLAGE : De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat
- hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 september 2006 tot en met 8 december 2010, te Woerden en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk één of meer (girale) geldbedrag(en), in totaal ten bedrage van ongeveer 800.882,59 euro, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de [benadeelde]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) geldbedrag(en) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als boekhouder en/of administrateur en/of financieel controleur bij [benadeelde], in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, (telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; art 321 Wetboek van Strafrecht art 322 Wetboek van Strafrecht
- hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 september 2006 tot en met 26 april 2011 te Woerden en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) de herkomst verborgen en/of verhuld en/of (telkens) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp is/was en/of het voorwerp voorhanden had, immers heeft hij en/of zijn mededader(s) (onder meeer): op of omstreeks 14 december 2010 een auto (Volkswagen Tiguan met kenteken [kenteken 1]) overgeschreven op naam van R. van Aalst, in elk geval een ander dan verdachte zelf, en/of op of omstreeks 15 december 2010 een boot (van het merk Border Azuur Style 200 met registratienummer [nummer]) overgeschreven op naam van [A], in elk geval een ander dan verdachte zelf, terwijl hij wist dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig is/zijn uit enig misdrijf; art 420ter Wetboek van Strafrecht art 420bis lid 1 afh/ond a Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht en/of hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 september 2006 tot en met 26 april 2011 te Woerden en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) (een) voorwerp(en) overgedragen en/of verworven en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en) gebruik gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) (onder meer): één of meerdere geldbedrag(en) (in totaal ten bedrage van ongeveer 1.127.684,80 euro) uitgegeven bij diverse vestigingen van Holland Casino, en/of op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 januari 2007 tot en met 26 oktober 2010 één of meerdere (grote) goederen gekocht en/of diensten afgenomen bij (een) juwelier(s) en/of ten behoeve van woninginrichting, en/of gekocht en/of gebruikt/voorhanden gehad: een of meer auto('s) (waaronder een Toyota Yaris, kenteken[kenteken 2] en/of een Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 1] en/of een aanhanger (Pega type ZB2300/600, kenteken[kenteken 3]), en/of een boot (Border Azuur Style 200), en/of een caravan, terwijl hij wist dat dit/deze geldbedrag(en) en/of voorwerp(en)- onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig is/zijn uit enig misdrijf; art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht art 420ter Wetboek van Strafrecht art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht [medeverdachte] Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 september 2006 tot en met 26 april 2011 te Woerden en/of te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) (een) voorwerp(en) overgedragen en/of verworven en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en) gebruik gemaakt, immers heeft zij, verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) (onder meer) : één of meerdere geldbedrag(en) (in totaal ten bedrage van ongeveer 1.127.684,80 euro) uitgegeven bij diverse vestigingen van Holland Casino, en/of op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 januari 2007 tot en met 26 oktober 2010 één of meerdere (grote) goederen gekocht en/of diensten afgenomen bij (een) juwelier(s) en/of ten behoeve van woninginrichting, en/of gekocht en/of gebruikt/voorhanden gehad: een of meer auto('s) (waaronder een Toyota Yaris, kenteken[kenteken 2]en/of een Volkswagen Tiguan, kenteken [kenteken 1]) en/of een aanhanger (Pega type ZB2300/600, kenteken [kenteken 3], en/of een boot (Border Azuur Style 200), en/of een caravan, terwijl zij en/of die ander of anderen, wist(en), in elk geval redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat genoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; art 420ter Wetboek van Strafrecht art 420bis lid 1 ond/ahf b Wetboek van Strafrecht art 420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Indien hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt hierbij telkens verwezen naar de bijlagen bij het proces-verbaal van Politie Utrecht met nummer 201094472, doorgenummerde pagina’s 1 tot en met
- Proces-verbaal van aangifte, doorgenummerde pagina’s 61 ev Proces-verbaal verstrekking gevraagde gegevens (PV bevindingen ABN AMRO), doorgenummerde pagina’s 162 ev Proces-verbaal van verhoor van[A] (als verdachte), doorgenummerde pagina 29 Proces-verbaal van verhoor van [A] (als verdachte), doorgenummerde pagina 30 Proces-verbaal verstrekking gevraagde gegevens (bevindingen ABN AMRO), doorgenummerde pagina 163 Proces-verbaal verstrekking gevraagde gegevens (bevindingen ABN AMRO), doorgenummerde pagina 164 Proces-verbaal verstrekking gevraagde gegevens (bevindingen ABN AMRO), doorgenummerde pagina 164 Proces-verbaal verstrekking gevraagde gegevens (bevindingen International Card Services), doorgenummerde pagina 524 Proces-verbaal van bevindingen (relaas van het onderzoek), doorgenummerde pagina 8 Proces-verbaal van bevindingen (relaas van het onderzoek), doorgenummerde pagina 10 Proces-verbaal verstrekking gevraagde gegevens (bevindingen ABN AMRO), doorgenummerde pagina 164 Proces-verbaal van bevindingen (relaas van het onderzoek), doorgenummerde pagina 11 Proces-verbaal van bevindingen (relaas van het onderzoek), doorgenummerde pagina 11 Proces-verbaal van bevindingen (relaas van het onderzoek), doorgenummerde pagina 11 Een geschrift, zijnde een factuur van[bedrijf 3] d.d. 18/6/2009, doorgenummerde pagina 667 Een geschrift, zijnde een factuur van [bedrijf 3] d.d. 18/6/2009, doorgenummerde pagina 665