RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: -Rekestnummer: 13/998 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer, op het op 23 april 2013 ter griffie van deze rechtbank ingekomen klaagschrift van [klager], (hierna te noemen: klager), geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum], wonende te[woonplaats], domicilie kiezende ten kantore van zijn raadsman, mr. B. van Nimwegen, advocaat te Utrecht. Het klaagschrift is gericht tegen (het voortduren van) de inbeslagneming en (daarmee kennelijk tevens) tegen het uitblijven van een last tot teruggave van het inbeslaggenomene aan klager. De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van een afschrift van een proces-verbaal met nummer PL0910 2013079460, van voornoemd klaagschrift en van het advies zoals de officier van justitie dat ter zitting van de raadkamer heeft gegeven en welke geldt als vervanging van het schriftelijk advies van de officier van justitie d.d. 11 juni
- Het klaagschrift is behandeld in openbare raadkamer op 25 juni
- Gehoord zijn de officier van justitie, klager en de raadsvrouw van klager, mr. S. Kaya, advocaat te Nijmegen, die verklaart de zaak van mr. B. van Nimwegen te hebben overgenomen. De rechtbank gaat bij de beoordeling van het onderhavige beklag uit van de navolgende feiten en omstandigheden:
- onder klager is op 11 april 2013 in beslag genomen: Een auto, merk Audi A4, kenteken[kenteken]; Een geldbedrag van € 485,-;
- klager heeft geen afstand gedaan van hetgeen in beslag is genomen. Overwegingen Maatstaf bij de beoordeling van het onderhavige klaagschrift is of het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van hetgeen bij klager in beslag is genomen. Nu beslag is gelegd op de voet van artikel 94 Sv is daarbij in dit geval van belang of het voortduren van het beslag nodig is voor het aan de dag brengen van de waarheid in een strafzaak. De raadsvrouw van klager heeft in raadkamer ter aanvulling op het klaagschrift aangevoerd dat abusievelijk in het klaagschrift van 23 april 2013 is gesteld dat er twee geldbedragen in beslag genomen zouden zijn en dat het slechts gaat om het bedrag van € 485,-. De officier van justitie heeft zich verzet tegen teruggave en daartoe aangevoerd dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen teruggave, nu het voortduren van het beslag nodig is voor het aan de dag brengen van de waarheid in de strafzaak. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat ook een verdenking van witwassen is ontstaan en dat voorts onderzocht dient te worden of sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel. Om deze reden dient nader onderzoek te worden verricht in het kader van de waarheidsvinding en dient het beslag voort te duren. Het tijdsverloop sinds de inbeslagname is niet dusdanig dat dat tot een ander oordeel noopt. Hetgeen van de zijde van het openbaar ministerie is aangevoerd rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat het belang van strafvordering zich in dit geval verzet tegen de teruggave van de auto, merk Audi A4 en het geldbedrag van € 485,- aan klager. De rechtbank overweegt dat het beslag voort dient te duren voor het aan de dag brengen van de waarheid in de strafzaak. Het klaagschrift zal derhalve ongegrond worden verklaard. Beslissing De rechtbank: verklaart het beklag ongegrond. Deze beslissing is gewezen door mr. C.A.M. van Straalen, rechter, als lid van de enkelvoudige raadkamer, in tegenwoordigheid van mr. J. van Elk, griffier en uitgesproken ter openbare zitting van de enkelvoudige raadkamer in deze rechtbank van 9 juli 2013.