RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/650800-12 (P) vonnis van de meervoudige strafkamer van 12 maart
- in de strafzaak tegen [verdachte] geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] ([postcode]) in [woonplaats]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 februari
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en de advocaat, mr. L. de Leon, naar voren hebben gebracht. De voorzitter deelt mede dat deze zaak gelijktijdig maar niet gevoegd wordt behandeld met de zaak van verdachte onder parketnummer 16/653293-
- 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 28 oktober 2012 in Utrecht een agent heeft beledigd. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Ten aanzien van het tenlastegelegde baseert de rechtbank zich op: - de bekennende verklaring van verdachte bij de politie en ter terechtzitting; - de aangifte van [aangever]. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 28 oktober 2012 te Utrecht, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [aangever] (hoofdagent van Politie Utrecht), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, belast met de incidentenafhandeling in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden ‘politie, lik mijn ballen’. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als eenvoudige belediging, terwijl die belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.
- De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 20 uur, met bevel, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren (heeft) verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 10 dagen. 8.
- Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat dit feit normaliter zou zijn afgedaan met een transactie, ook gezien de documentatie van verdachte. Om verdachte nu een werkstraf van 20 uur op te leggen gaat wel erg ver. 8.
- Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en heeft met name gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 16 januari 2013, waaruit blijkt dat verdachte eerder voor geweldsdelicten is veroordeeld. het vonnis van heden, waarbij verdachte is veroordeeld tot 26 dagen jeugddetentie en een leerstraf van 35 uur. De rechtbank is van oordeel dat een werkstraf van 10 uur passend en geïndiceerd is. Indien verdachte deze werkstraf niet of niet naar behoren verricht, zal vervangende jeugddetentie van 5 dagen worden toegepast. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 63, 77a, 77g, 77m, 77n, 266, 267 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 10Beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Strafbaarheid Het bewezen verklaarde levert op: Eenvoudige belediging, terwijl die belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, daarvoor strafbaar. Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 10 uur; - beveelt dat indien de verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 5 dagen Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, voorzitter, mrs. M.J. Veldhuijzen en Y.M. Vanwersch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 maart
- BIJLAGE : De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat hij op of omstreeks 28 oktober 2012 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [aangever] (hoofdagent van politie Utrecht), gedurende en / of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, belast met de incidenten afhandeling in diens / dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "politie, lik mijn ballen", althans woorden van gelijke beledigende aard en / of strekking; art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om het proces-verbaal met nr. PL091A 2012240979, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van verhoor verdachte, p.
- Proces-verbaal van aangifte, p. 3 en 4.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.