RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/601246-11 Datum uitspraak: 23 december 2013 Beslissing ex artikel 38s Wetboek van Strafrecht Beslissing van de meervoudige raadkamer voor strafzaken, naar aanleiding van het onderzoek ex artikel 509aa van het Wetboek van Strafvordering, betrekking hebbend op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd aan: [veroordeelde], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], thans verblijvende in PI Wolvenplein te Utrecht. De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder: - het vonnis van deze rechtbank d.d. 21 maart 2012 waaruit blijkt dat aan de veroordeelde is opgelegd de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaar;- het verzoek van de veroordeelde d.d. 23 juli 2013 inhoudende dat de rechtbank zal toetsen of het voortzetten van de tenuitvoerlegging van de opgelegde ISD-maatregel nog wenselijk of noodzakelijk is;- een de veroordeelde betreffend voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel d.d. 23 september 2013 en een aanvulling voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel d.d. 13 november 2013, beide opgemaakt door mevrouw J. Haitjema, individueel trajectbegeleider ISD, PI Utrecht, locatie Wolvenplein, waarin wordt geadviseerd tot voortzetting van de ISD-maatregel; - een brief van Altrecht, afdeling Wier+ Kliniek van 28 november 2013 aan mevrouw J. Haitjema; - een brief van de raadsvrouw, mr. Jager, aan (de voorzitter van) de rechtbank van 3 december 2013 met een drietal bijlagen. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 1 oktober 2013 en 9 december 2013, waarbij zijn gehoord: - de officier van justitie; - de veroordeelde; - de raadsvrouw van de veroordeelde, mr. R.E.H. Jager, advocaat te Amersfoort; - de getuige-deskundige mevrouw Haitjema voornoemd; - de getuige-deskundige de heer J. Vos, case-manager bij Victas. OVERWEGINGEN: Voornoemd voortgangsverslag d.d. 23 september 2013 houdt onder meer het volgende in: De heer [veroordeelde] verblijft sinds ruim vijf maanden in een behandelsetting met expertise op het gebied van middelengebruik en de problematiek ten aanzien van LVB. De behandeling is nog niet afgerond waardoor het risico op recidive nog steeds aanwezig is. Indien de maatregel wordt opgeheven wordt de kans op recidive zeer hoog geacht. Geadviseerd wordt de ISD-maatregel te continueren. In de aanvulling op het voortgangsverslag, d.d. 13 november 2013, wordt -zakelijk weergegeven- het volgende vermeld: Na een klinisch behandeltraject van ruim vijf maanden werd veroordeelde op 27 september 2013 teruggeplaatst naar de ISD-afdeling binnen het Wolvenplein. Sinds de laatste time-out was er niet veel veranderd in zijn gedrag en houding. Er was nog steeds sprake van negatieve beïnvloeding van de groep, alcohol drinken en blowen. Daarnaast werden afspraken door hem niet nagekomen en was er geen enkele samenwerking. De enige behandeldoelen van veroordeelde waren wonen en werken. Op 02 oktober 2013 hebben twee casemanagers van GAVO/Victas veroordeelde gesproken samen met rapporteur. In dit gesprek is gesproken over zijn terugplaatsing naar het Wolvenplein en over de mogelijkheden die er nog zijn in zijn traject. In principe wilde hij wel terug naar de kliniek, maar weigerde hiervoor zelf een verzoekbrief naar de kliniek te sturen. Twee andere opties voor plaatsing na de ISD-maatregel, het hostel en “AanZien”, wees veroordeelde eveneens pertinent van de hand. Op 16 oktober 2013 heeft opnieuw een gesprek met veroordeelde plaatsgevonden met betrekking tot huisvesting. Veroordeelde bleef bij zijn standpunt uit het vorige gesprek ten aanzien van plaatsing in “AanZien” en het hostel. Ook gaf hij aan na de ISD-maatregel geen begeleiding meer te willen hebben van GAVO. Op 4 november 2013 werd veroordeelde opnieuw besproken in het nazorgoverleg. De deelnemers betreurden zijn weigering om gebruik te maken van de enige opties die nog mogelijk zijn ten aanzien van huisvesting. Het laatste gesprek in aanwezigheid van rapporteur vond plaats op 6 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.