RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht parketnummer: 16/661596-13 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 november 2013 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1977] te [geboorteplaats] (Turkije) thans verblijvende te [woonplaats], [adres] (Forensische Kliniek Weerlanden) raadsvrouw mr. E.D. van Elst, advocaat te Veenendaal 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 29 oktober 2013, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Op 12 juni 2013 samen met een ander met geweld en door bedreiging met geweld een laptop heeft gestolen van [aangever]. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is primair van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verdachte dient derhalve vrij gesproken te worden. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de aangever [aangever] ten tijde van zijn verklaringen bij de politie en de rechter-commissaris onder invloed was en/of warrig overkwam, dat hij wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard en dat zijn verklaringen derhalve niet bruikbaar zijn voor het bewijs. [medeverdachte], medeverdachte, heeft een eigen belang om een voor verdachte belastende verklaring af te leggen. Zijn verklaring dat verdachte de laptop in zijn broeksband stopte wordt niet bevestigd door de aangever. Voorts heeft [medeverdachte] bij de rechter-commissaris een beroep gedaan op zijn verschoningsrecht. De verdediging is van mening dat hiertoe geen reden bestond, tenzij [medeverdachte] iets te verbergen heeft. Hierdoor heeft de verdediging geen mogelijkheid gehad de door [medeverdachte] afgelegde verklaring te toetsen. De verdediging is derhalve van mening dat de verklaring van [medeverdachte], afgelegd bij de politie, onbetrouwbaar is en daarom niet als bewijsmiddel kan dienen. Subsidiair stelt de verdediging dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de gekwalificeerde diefstal, nu alle geweldshandelingen en bedreigingen toegeschreven kunnen worden aan [medeverdachte]. Daarnaast is er geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking nu de opzet van verdachte niet gericht was op de door [medeverdachte] verrichte handelingen en hij zich daar ook niet mee heeft bemoeid. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Verklaringen [aangever] en [medeverdachte] Verklaring [aangever]. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat [aangever] bij de politie en de rechter-commissaris consistent en gedetailleerd heeft verklaard. Voorts vinden de verklaringen van [aangever] steun in de - hierna te noemen – bewijsmiddelen, met name de verklaring van [medeverdachte], en deels in de verklaring van verdachte zelf. De rechtbank acht de door [aangever] afgelegde verklaringen derhalve geloofwaardig en betrouwbaar. Dat deze verklaringen op enkele onderdelen niet overeenkomen met elkaar doet daar niet aan af. Verklaring [medeverdachte] De rechtbank overweegt dat de door [medeverdachte] afgelegde verklaring steun vindt in de door [aangever] afgelegde verklaringen, zowel wat betreft de gebeurtenissen in de woning, het aantal mensen daar en de omstandigheden waaronder zij daar zijn gekomen, en deels in de door verdachte afgelegde verklaringen. Niet gebleken is dat [medeverdachte] enig belang heeft gehad bij het afleggen van zijn verklaring, nu deze verklaring ook belastend is voor hem zelf. De rechtbank acht de door [medeverdachte] afgelegde verklaring derhalve, anders dan de verdediging, geloofwaardig en betrouwbaar. De rechtbank zal voornoemde verweren dan ook verwerpen. 4.3.2 Feiten en omstandigheden De vindplaats vermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers van het proces-verbaal nummer PL091A 2013129694. De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. [aangever] heeft verklaard dat hij op 12 juni 2013 met twee jongens in zijn woning aan de [adres] te [woonplaats] was. Een van de jongens droeg een korte zwarte leren jas, de andere jongen droeg een blauwe jas. De jongen in de blauwe jas trok de stekkers uit zijn laptop. Hij liep naar de jongen om hem tegen te houden en zag dat de andere jongen op hem af liep. Deze jongen gaf hem een duw. Hij liep naar de keuken om de politie te bellen en beide jongens zeiden tegen hem: “Je gaat niet de politie bellen of we steken je neer.” De jongen in de zwarte jas begon hem te duwen en de jongen in de blauwe jas had de laptop in zijn hand. De donkere jongen (de rechtbank begrijpt: de jongen in de zwarte jas) sloeg zijn telefoon uit zijn hand. Hij, [aangever], was vervolgens naar buiten gerend en zag dat beide jongens zijn woning verlieten. Terwijl hij achter de jongen met de zwarte jas aan liep kwam de politie. Even later zag hij in zijn woning dat zijn laptop (merk Asus type K55a, registratienummer [nummer]) weg was. [aangever] heeft verder verklaard dat toen de ene jongen de laptop begon los te koppelen en hij opstond om hem tegen te houden, de andere (donkere) jongen naar hem toe kwam om hem de keuken in te duwen. Dit gebeurde toen hij zei dat de jongen moest ophouden met de computer losmaken. Deze jongen ging ondertussen verder met stekkers losmaken. Toen haalde hij zijn telefoon uit zijn zak en de donkere jongen zei, als je de politie belt, steek ik je neer en hij sloeg de telefoon uit zijn handen. Kort na de melding van de diefstal van een laptop wordt verdachte [verdachte] op de [adres] aangehouden. [verdachte] draagt een blauwe jas. Verbalisant [verbalisant] liep over de [adres] in de richting waarin de man met de blauwe jas volgens [aangever] was gelopen. Ter hoogte van huisnummer [nummer] vond hij in een plantenbak een laptop. [aangever] herkende deze als zijnde zijn eigendom. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij op 12 juni 2013 samen met [verdachte] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [verdachte]) in de woning van [aangever] was (de rechtbank begrijpt: de woning van [aangever]) Hij zag dat [verdachte] de laptop pakte en in zijn broeksband stopte. [aangever] wilde de politie bellen en pakte zijn telefoon. [medeverdachte] wilde dat niet, werd (net als [verdachte]) boos op [aangever] en wilde de telefoon uit de handen van [aangever] slaan. Verdachte heeft verklaard dat hij op 12 juni 2013 samen met zijn medeverdachte (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte]) in de woning van de aangever (de rechtbank begrijpt: [aangever]) was. Op een gegeven moment had hij de woning verlaten en werd even later door de politie schuin tegenover de woning van [aangever] aangehouden. Bewijsoverwegingen Medeplegen Op het moment dat verdachte de laptop pakte, heeft medeverdachte [medeverdachte] niet alleen aangever [aangever] weggeduwd, maar heeft vervolgens ook getracht te verhinderen dat deze de politie belde door de telefoon van die [aangever] uit diens hand te slaan. Ook is [aangever] door zijn medeverdachte bedreigd. Verdachte heeft van de reeks handelingen, bestaande uit duwen, slaan en dreigen, van zijn medeverdachte gebruikgemaakt om zich de laptop toe te eigenen. Verdachte en zijn medeverdachte hebben vervolgens de woning verlaten. De rechtbank is van oordeel dat er gezien de uiterlijke verschijningsvorm sprake is van een – al dan niet stilzwijgende - nauwe en bewuste samenwerking en dat de opzet van verdachte mede gericht is op de gepleegde geweldhandelingen en de bedreiging. De rechtbank acht op basis van voornoemde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met zijn medeverdachte met geweld en onder bedreiging met geweld de laptop van [aangever] heeft weggenomen. De verklaring van verdachte dat zich, behalve aangever, de medeverdachte en hijzelf, nog meerdere personen in de woning van aangever bevonden en/of dat een ander mogelijk de laptop heeft weggenomen, vindt geen enkele steun in het dossier. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 12 juni 2013 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen uit een woning gelegen aan [adres]) een laptop (merk Asus, type K55A, registratienummer [nummer]), toebehorende aan [aangever], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan een andere deelnemer van voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij verdachte en/of zijn mededader - die [aangever] heeft geduwd tegen het lichaam en - tegen die [aangever] heeft/hebben gezegd: "Je gaat niet de politie bellen of we steken je neer" en - de telefoon van die [aangever] uit zijn hand heeft geslagen; De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. 5De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op. Diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. 5.2 De strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen: - een gevangenisstraf van 180 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 117 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich houdt aan de meldplicht, en zal meewerken aan een klinische opname voor de duur van maximaal twaalf maanden en in het kader van het nazorg traject zal meewerken aan het begeleid wonen traject. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair heeft de verdediging bepleit verdachte een gevangenisstraf op te leggen welke gelijk is aan het voorarrest en indien de rechtbank verplicht reclasseringscontact noodzakelijk acht om, gelet op het standpunt van verdachte ter zitting dat hij hieraan niet mee wil werken, geen klinische opname als bijzondere voorwaarde op te leggen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte zich heeft samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een brutale diefstal van de laptop van [aangever], vanuit de woning van laatstgenoemde, waarbij geweld is gebruikt en is gedreigd met geweld. Dergelijke feiten zorgen, naast schade, overlast en angst bij de slachtoffers, in het algemeen voor onrust en gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Dat deze diefstal een grote impact heeft gehad op het slachtoffer blijkt ook de door hem opgestelde slachtofferverklaring, waarin hij aangeeft dat hij bang is dat de verdachte en zijn medeverdachte wraak zullen nemen. Ook voelde hij zich onveilig in zijn woning. Hij voelt zich weer veilig in zijn woning nu hij een andere woning toegewezen heeft gekregen van de woningbouwvereniging. De rechtbank rekent dit verdachte aan. Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij ter zake soortgelijke feiten, althans vermogensdelicten, reeds vele malen is veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenis- en/of werkstraffen, hetgeen verdachte er niet van weerhouden heeft zich opnieuw aan het strafbaar feit schuldig te maken. M. van Elst, reclasseringswerker, heeft ter zitting het op 14 augustus 2013 door Victas uitgebrachte rapport en advies toegelicht. Ten gevolge van een drugsverslaving, gebrekkige normen en waarden, beïnvloedbaarheid en negatieve sociale contacten komt verdachte tot zijn delictgedrag. Daarnaast is er sprake van een verstandelijke beperking bij verdachte wat maakt dat de kans op recidive verder wordt vergroot doordat verdachte onvoldoende de gevolgen van zijn gedrag kan overzien, emotioneel belast wordt, minder draagkrachtig is en onvoldoende denkt voordat hij doet. Een gediagnosticeerde persoonlijkheidsstoornis beïnvloedt het geheel verder in negatieve zin. Verdachte is sedert 16 augustus 2013 opgenomen in de Forensische Kliniek Weerlanden. Er bestaat een goede samenwerking tussen de kliniek en verdachte. Verdachte verblijft in verband met werk en verlof ook buiten de kliniek. Recent cannabisgebruik is een teken dat verdachte nog niet uitbehandeld is. Ter voorkoming van recidive is, mede gelet op de verstandelijke beperking en persoonlijkheidsstoornis van verdachte en zijn forse verslavingsproblematiek, behandeling in een kliniek noodzakelijk en wenselijk, aansluitend gevolgd door een plaatsing binnen een RIBW. De reclassering adviseert om verdachte als bijzondere voorwaarden op te leggen een klinische opname voor de duur van maximaal twaalf maanden, een behandelverplichting, deelname aan een RIBW traject en een meldplicht. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het strafblad en de persoon van verdachte een forse gevangenisstraf passend en geboden is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Voorts acht de rechtbank in belang van de maatschappij begeleiding en behandeling van verdachte, zoals door de reclassering is geadviseerd, noodzakelijk. De rechtbank zal derhalve een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen. Omdat verdachte gedurende de schorsing een goede behandelrelatie heeft opgebouwd neemt de rechtbank aan dat verdachte (hoewel hij het liefst weer geheel vrij
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.