ficier van justitie en van wat verdachte en de advocaat, mr. V.A. Vitanov, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is op de zitting nader omschreven. De tenlastelegging is, zoals nader omschreven, als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: zich in de periode van 1 juli 2009 tot en met 1 oktober 2012 schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door [slachtoffer] te dwingen om in de prostitutie te (blijven) werken, door het aanwerven en medenemen van die [slachtoffer] vanuit Bulgarije naar Nederland, door opzettelijk voordeel te trekken uit de opbrengsten uit haar prostitutiewerk en door haar te dwingen hem te bevoordelen uit die opbrengsten. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de
ficier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De
ficier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en baseert zich daarbij op de verklaringen en aangifte van [slachtoffer] (hierna te noemen: [slachtoffer]). Deze verklaringen worden ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] (voorheen geheten [X], hierna telkens aan te duiden als: [getuige 1]) en [getuige 2] (hierna: [getuige 2]). Voorts worden de verklaringen van [slachtoffer] ondersteund door de verklaring van verdachte zelf, de tapgesprekken, de skypehistorie en de moneytransfers via Western Union. De
ficier van justitie acht alle aan verdachte ten laste gelegde gedragingen wettig en overtuigend bewezen en is van mening dat deze gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als te zijn gericht op het een ander zich beschikbaar laten stellen voor prostitutiewerkzaamheden en uitbuiting. Voorts kan worden bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft bewogen de opbrengst van haar prostitutiewerkzaamheden aan hem af te dragen en dat hij opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de prostitutiewerkzaamheden. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft begaan en verzoekt de rechtbank dan ook verdachte daarvan vrij te spreken. De verdediging heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verdediging stelt allereerst dat (nog afgezien van de betwisting van de ten laste gelegde feiten) onvoldoende bewijs voorhanden is, nu alle informatie afkomstig is van één enkele bron, te weten [slachtoffer] zelf. De getuigen [getuige 2] en [getuige 1] hebben hun informatie immers van haar vernomen. Voorts heeft de verdediging de betrouwbaarheid van de getuige [getuige 1] betwist, in welk verband de verdediging stelt dat [slachtoffer] en [getuige 1] bevriend zijn en dat zij voorafgaand aan het verhoor van [getuige 1] bij de rechter-commissaris contact met elkaar hebben gehad. De raadsman heeft er verder op gewezen dat [getuige 1] niet is beëdigd door de rechter-commissaris, ondanks zijn verzoek daartoe. Daarnaast heeft de verdediging de ten laste gelegde handelingen betwist. Verdachte ontkent dat hij [slachtoffer] heeft gedwongen om in de prostitutie te werken en ontkent tevens dat hij uit de verdiensten van [slachtoffer] voordeel heeft getrokken. Voorts ontkent verdachte dat hij [slachtoffer] door dwang
geweld heeft gedwongen danwel heeft bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengsten van haar seksuele handelingen met derden. Verdachte heeft nooit geld van [slachtoffer] ontvangen anders dan voor gezamenlijke doeleinden en uitgaven, zoals bijvoorbeeld vakanties. Verdachte heeft maximaal € 4.500,00 via Western Union van [slachtoffer] ontvangen. Met betrekking tot de vermeende mishandelingen van [slachtoffer] heeft de verdediging naar voren gebracht dat de getuige [getuige 1] nooit blauwe plekken bij haar heeft gezien en de getuige [getuige 2] ook niet. Er is geen sprake geweest van misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht. Verdachte had een intieme relatie met [slachtoffer] en heeft enkel getracht haar te helpen bij haar werkzaamheden als prostituee. Zij is vrijwillig naar Nederland gekomen met de bedoeling om in de prostitutie te gaan werken, teneinde haar schulden in Bulgarije af te betalen en die zij ook heeft afbetaald na aanvang met haar werkzaamheden in Nederland. Verdachte ontkent dat hij heeft gedreigd de ouders van [slachtoffer] op de hoogte te stellen van haar prostitutiewerkzaamheden. Verdachte stelt dat hij vrij zeker weet dat de moeder van [slachtoffer] op de hoogte is van haar werkzaamheden als prostituee. Verdachte heeft geen misbruik gemaakt van enige kwetsbare positie van [slachtoffer]. Mocht al de conclusie getrokken worden dat verdachte bepaalde dwangmiddelen heeft gebruikt, dan kan uit alle feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat [slachtoffer] redelijkerwijs een andere keuze heeft gehad. Zij had te allen tijde de keuze en de mogelijkheid om naar Bulgarije terug te keren. Zij is op geen enkele wijze door verdachte gedwongen om in Nederland te blijven, maar heeft daar zelf voor gekozen. De verdediging is van mening dat de beperkte bemoeienis van verdachte met de werkzaamheden van [slachtoffer], zoals het helpen zoeken naar woonruimte
het helpen met administratieve werkzaamheden, niet de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van uitbuiting als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) en verwijst in dit verband naar een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 29 mei 2012. Verdachte heeft [slachtoffer] evenmin aangeworven
meegenomen naar Nederland, als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 3 WvSr. Zij is immers zelfstandig en vrijwillig naar Nederland gekomen om prostitutiewerkzaamheden te verrichten. Ook het voordeel trekken uit uitbuiting als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 6 WvSr is niet te bewijzen. Van belang daarvoor is dat het opzet gericht moet zijn op het voordeel trekken en dat degene die voordeel trekt weet
behoort te weten dat van uitbuiting sprake is. Verdachte heeft slechts getracht om [slachtoffer] te helpen met haar huisvesting en met de start van haar werkzaamheden in de prostitutie. Er was geen enkel opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, op het profijt trekken door verdachte. Voorts kan niet gesteld worden dat verdachte [slachtoffer] heeft gedwongen dan wel bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengsten van haar prostitutiewerkzaamheden als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub
3 dagen begon verdachte haar te bellen en wekte hij de indruk dat hij haar leuk vond. Hij bleef aandringen en schonk haar veel aandacht. Ook toen hij was terug gegaan naar Nederland bleef hij haar bellen en sms-jes sturen. Hij vroeg haar om naar Nederland te komen en zij besloot om een week bij hem in Nederland op bezoek te gaan. Verdachte had haar in Bulgarije verteld dat hij een relatie met haar wilde, dat ze het werk misschien maar een jaar hoefde te doen en dat hij daarna andere dingen voor haar in gedachten had. Zij is vervolgens in november 2009 met het vliegtuig naar Nederland gekomen. Zij werd van het vliegveld opgehaald door verdachte en zij zijn met de trein naar Groningen gegaan. In Groningen heeft verdachte haar laten zien waar de prostituees werkten. Verdachte vertelde haar hoe ze haar werk moest doen, dat ze rechtop moest staan en moest glimlachen. Ook kocht hij gel, papier en condooms voor haar en vertelde hij haar wat de prijzen waren voor de verschillende handelingen. Na 5
6 dagen bracht verdachte haar in contact met een Serviër die de voor het werk benodigde documenten voor haar regelde. Zij woonde met verdachte in een huurwoning, samen met nog een stel. Aanvankelijk betaalden zij en die andere vrouw samen de huur van die woning, later betaalde zij de huur in haar eentje. Verdachte regelde de betaling van de huur. Verdachte had haar in Bulgarije verteld dat zij de helft van haar verdiende geld aan hem moest geven, omdat hij haar naar Nederland zou laten komen en een woning en werkplek voor haar zou regelen. Al op de tweede dag dat zij in Groningen werkte, zei hij dat hij al het door haar verdiende geld wilde hebben. Hij zou het bedrag voor de aflossing van haar schulden naar haar ouders sturen en de rest zou hij zelf houden, omdat zij samen waren. Verdachte nam het geld in. Als zij wat nodig had, kon ze dat krijgen. Zij had geen andere keus dan het geld aan hem te geven; ze zat in Nederland en kende niemand behalve verdachte. Zij heeft 30.000 euro voor een woning van verdachte in [woonplaats] (Bulgarije) betaald. Deze woning stond op naam van de zus van verdachte. Zij maakte iedere maand geld over via Western Union
betaalde haar moeder als zij naar Bulgarije ging. Zij kreeg dit geld van verdachte als er geld overgemaakt moest worden. Zij heeft van eind 2009 tot juni 2010 in Groningen gewerkt. Vanaf juni 2010 heeft zij in Utrecht gewerkt. Zij heeft vanaf het begin van haar werkzaamheden, eind 2009, tot aan het moment dat verdachte terug ging naar Bulgarije, in september 2011, al haar inkomsten aan verdachte afgedragen. Verdachte hield haar via telefoongesprekken in de gaten en als zij thuis kwam, pakte hij haar geld af. Wanneer hij vond dat zij te weinig had verdiend, sloeg en schopte hij haar. Wanneer zij één
meer dagen niet kon werken, werd hij boos. Nadat verdachte in september 2011 teruggekeerd was naar Bulgarije heeft zij nog maandelijks geld aan verdachte afgedragen. Hij kwam tot december 2011 elke maand naar Nederland om geld op te halen. Daarna kwam één van zijn vrienden het geld halen
zij stuurde geld via Western Union. Ze bleef hem maandelijks geld geven omdat ze bang was dat hij haar ouders en de vader van haar kind zou vertellen wat voor werk ze deed, zodat ze haar kind kwijt zou raken. Zij betaalde elke maand in principe 10.000 euro aan verdachte; het maximale bedrag dat hij over de grens mocht meenemen. Op 5 november 2012 heeft [slachtoffer] aangifte gedaan tegen verdachte. In haar aangifte heeft zij aanvullend verklaard dat zij nog steeds geld aan verdachte geeft omdat zij bang is dat hij haar ouders en haar ex-man vertelt dat zij in de prostitutie werkt. Zij heeft ook verklaard dat zij door verdachte is geslagen, geschopt en geduwd als hij vond dat zij te weinig had verdiend. Dat is begonnen toen zij in de zomer van 2010 in Utrecht werkzaam was. Hij wilde iedere dag 1000 euro van haar hebben. Ook in Utrecht hield verdachte haar in de gaten. Als zij haar telefoon niet opnam als hij belde, kwam hij bij haar langs om te zien wat zij aan het doen was. Hij gaf haar het gevoel dat ze niet weg kon. Zij zijn naar Utrecht gegaan omdat verdachte had gehoord dat je in Utrecht meer kon verdienen. Nadat verdachte in september 2011 naar Bulgarije was vertrokken, wilde hij 10.000 euro per maand van [slachtoffer]. Hij controleerde niet meer hoelang [slachtoffer] werkte. Op 22 november 2012 heeft [slachtoffer] aan aanvullende verklaring afgelegd. Zij heeft bij die gelegenheid onder meer verklaard dat zij samen met verdachte naar Utrecht is gereden. Verdachte had van te voren contact gehad met vrienden van hem, die hem hadden verteld dat zij zelf naar het verhuurbedrijf voor een werkplek moest gaan. Zij is het kantoor van het verhuurbedrijf binnen gegaan. Verdachte stond buiten te wachten. [slachtoffer] heeft voorts verklaard dat als zij ruzie had met verdachte hij altijd haar papieren afpakte. Daarnaast heeft [slachtoffer] verklaard dat zij vanaf december 2011 tot maart/april 2012 ongeveer 15.000 euro via Westerrn Union heeft overgemaakt op naam van verdachte, ene [B], een vriend van verdachte, en op naam van de vader van verdachte. Voorts heeft zij vijf auto’s voor verdachte betaald, te weten drie Mercedessen, een BMW en een Golf. De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij met [slachtoffer] in huis heeft gewoond in Utrecht. Verdachte bepaalde waar en wanneer [slachtoffer] werkte. Ze heeft gezien dat [slachtoffer] moest blijven werken tot ze 1000 euro had verdiend. Zij heeft gezien dat verdachte boos werd als [slachtoffer] geen 1000 euro per dag verdiende en dat hij tegen muren en deuren sloeg en schreeuwde. Zij heeft ruzies tussen [slachtoffer] en verdachte gezien en ze heeft gezien dat verdachte [slachtoffer] bij de haren pakte. Ze heeft ook gezien dat [slachtoffer] haar verdiende geld aan verdachte gaf. Verdachte verzamelde het geld en bracht dit naar Bulgarije. Dit deed hij met de auto. Verdachte kocht met het geld van [slachtoffer] auto’s en ook twee appartementen in Bulgarije. [slachtoffer] vond het niet goed dat ze al haar geld aan verdachte moest geven. Als verdachte naar Bulgarije ging, nam hij 10.000 euro mee. [getuige 1] heeft dit zowel van verdachte als van [slachtoffer] gehoord. Ook heeft zij gezien dat verdachte het geld telde en zijn spullen pakte om naar Bulgarije te gaan. Verdachte bepaalde dat [slachtoffer] moest werken. Hij controleerde haar via de telefoon. Hij belde haar dan en vroeg hoeveel ze had verdiend. De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer] veelvuldig contact onderhield met verdachte, ook nadat de relatie met hem was geëindigd. Zij deed dit uit angst om zo te bereiken dat verdachte niet aan haar familie zou vertellen wat haar werkzaamheden waren. Ook wilde ze zo voorkomen dat verdachte contact met haar ex-man zou opnemen omdat ze bang was dat haar zoon haar dan afgepakt zou worden. [getuige 2] heeft voorts verklaard dat [slachtoffer] geld stuurde naar verdachte in Bulgarije en dat zij geld voor verdachte meegaf een ene [C]. Dat was in juli/augustus
sprake is van mensenhandel zoals bedoeld in artikel 273f eerste lid sub 1 WvSr wordt gekeken naar drie elementen, te weten 1) een aantal handelingen, 2) een aantal dwangmiddelen en 3) het oogmerk van uitbuiting. Een bewezenverklaring van mensenhandel ingevolge artikel 237f eerste lid sub 1 WvSr kan volgen indien verdachte [slachtoffer] met het oogmerk van uitbuiting door gebruik van dwangmiddelen heeft overgebracht, gehuisvest, opgenomen en/
vervoerd (zijnde de handelingen). De dwangmiddelen Allereerst dient te worden vastgesteld
verdachte gebruik heeft gemaakt van middelen in de zin van artikel 237f lid 1 sub 1 WvSr. Daarbij is van belang dat, zodra het hanteren van een van deze middelen bewezen wordt verklaard, de (eventuele) instemming van aangeefster met de uitbuitingssituatie niet meer relevant is. De rechtbank acht op grond van de hierboven opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van het middel ‘misbruik van een kwetsbare positie’ en acht bewezen dat verdachte de intentie had om [slachtoffer] met het door hem ingezette middel te bewegen zich beschikbaar te (blijven) stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met derden tegen betaling. [slachtoffer] werkte voor verdachte in de prostitutie. Hij heeft haar overgehaald om naar Nederland te komen teneinde prostitutiewerkzaamheden te verrichten, wetende dat zij een aanzienlijke schuld had en naar werk zocht om die af te lossen en wetende dat zij hier niemand kende. Hij heeft [slachtoffer] de financiële middelen verstrekt om haar ticket naar Nederland te bekostigen en heeft haar ondergebracht in een woning. Hij nam het door haar met het prostitutiewerk verdiende geld in. Verdachte dwong en bewoog [slachtoffer] ertoe het werk te blijven doen door – wetende dat zij verliefd op hem was en wetende dat zij niet wilde dat haar ouders en ex-man van de aard van haar werkzaamheden op de hoogte zouden raken – haar te controleren, haar te pushen haar werkzaamheden voort te zetten, een minimum aan inkomsten van haar te eisen, te dreigen aan haar ouders en ex-man bekend te maken wat de aard van haar werkzaamheden in Nederland was, waardoor bij aangeefster de vrees bestond dat zij door haar familie verstoten zou worden en het contact met haar kind zou verliezen, en door geweld tegen haar te gebruiken. Zodoende heeft verdachte [slachtoffer] in een van hem afhankelijke positie geplaatst, waar hij vervolgens gebruik van heeft gemaakt. De handelingen Voorts dient te worden vastgesteld welke handelingen als bedoeld in artikel 273f lid 1 sub 1 van het Wetboek van Strafrecht verdachte heeft verricht. Op grond van de onder 4.3.1. genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft overgebracht, gehuisvest en vervoerd. (Het oogmerk van) uitbuiting Vervolgens dient te worden vastgesteld
verdachte het oogmerk had van uitbuiting in de zin van artikel 273f eerste lid, sub 1 WvSr. Het oogmerk van uitbuiting is in het onderhavige geval gelegen in het verkrijgen van financieel gewin. De rechtbank stelt vast dat verdachte financieel gewin heeft gehad van de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer]. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij vrijwel al haar verdiende geld aan verdachte heeft afgedragen. Verdachte had in de ten laste gelegde periode zelf geen inkomsten en heeft erkend dat hij zijn levensonderhoud heeft gefinancierd met de prostitutiewerkzaamheden van [slachtoffer]. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte niet alleen het oogmerk van uitbuiting had toen hij de hiervoor genoemde handelingen verrichtte, maar dat hij [slachtoffer] ook feitelijk uitbuitte. Zij kon immers niet beschikken over haar eigen verdiensten, nu er door verdachte misbruik gemaakt werd van een kwetsbare positie en hij haar dwong tot afgifte van haar inkomsten. Deze situatie kan, in tegenstelling tot hetgeen de verdediging heeft aangevoerd, gezien de bewezen verklaarde feitelijkheden en dwangmiddelen, niet worden aangemerkt als een normale gezamenlijke huishouding, waarbij de vrouw kostwinner is. Ten aanzien van artikel 273f eerste lid sub 3 Ten aanzien van de ten laste gelegde grensoverschrijdende mensenhandel als bedoeld in artikel 273f eerste lid sub 3 van het Wetboek van Strafrecht verwijst de rechtbank naar de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen. Verdachte heeft [slachtoffer] vanuit Bulgarije naar Nederland laten komen wetende dat zij in Nederland in de prostitutie zou gaan werken. Reeds daarmee kan de rechtbank tot een bewezenverklaring van dit onderdeel komen. Ten aanzien van artikel 273f eerste lid sub 6 en 9 Voor een bewezenverklaring van deze onderdelen dient bewezen te worden dat verdachte opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [slachtoffer], alsmede dat verdachte door het hanteren van de dwangmiddelen haar heeft gedwongen
bewogen hem te bevoordelen uit de opbrengsten van dat prostitutiewerk. De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] het door haar door middel van prostitutiewerk ontvangen geld grotendeels heeft afgestaan aan verdachte. Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor omtrent de dwangmiddelen en uitbuiting heeft overwogen, acht de rechtbank ook deze onderdelen wettig en overtuigend bewezen. De conclusie Gelet op voornoemde feiten, omstandigheden en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op tijdstippen in de periode van 1 juli 2009 tot en met 1 oktober 2012 te Utrecht en Groningen en Bulgarije een ander, te weten de Bulgaarse [slachtoffer] door misbruik van een kwetsbare positie heeft overgebracht en gehuisvest en vervoerd, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] en die [slachtoffer] heeft aangeworven met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land ertoe te brengen zichzelf beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met
voor derden tegen betaling en opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] en die [slachtoffer] door dwang en geweld en een andere feitelijkheid en door bedreiging met een andere feitelijkheid en door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer]’s, seksuele handelingen met
voor derden, immers heeft verdachte toen aldaar: die [slachtoffer] meermalen geslagen en geschopt en geduwd en aan de haren getrokken en gedreigd de ouders van die [slachtoffer] en de vader van het kind van die [slachtoffer] in te lichten dat zij, [slachtoffer], prostitutiewerkzaamheden verrichtte en die [slachtoffer] emotioneel van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en een liefdesrelatie met die [slachtoffer] aangegaan en het geld voor de vlucht van Bulgarije naar Nederland aan die [slachtoffer] betaald en die [slachtoffer] bij aankomst in Nederland van het vliegveld gehaald en vervolgens die [slachtoffer] in een woning ondergebracht en voor die [slachtoffer] werkplekken/cabines geregeld waar zij als prostituee kon werken en die [slachtoffer] in contact gebracht met één
meer personen die voor die [slachtoffer] zaken regelden waardoor die [slachtoffer] in de prostitutie kon gaan werken en die [slachtoffer] als prostituee laten werken en toegezien op een minimum aan werktijden en inkomsten van die [slachtoffer] als prostituee en die [slachtoffer] verder in de gaten gehouden en aldus de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer] als prostituee ingeperkt en het door die [slachtoffer] met/in de prostitutie verdiende geld geheel
gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en door die [slachtoffer] aan hem, verdachte, doen afstaan en/
doen afdragen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/
schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als: Mensenhandel. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de
ficier van justitie De
ficier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar, met aftrek van voorarrest. Verder heeft de
ficier van justitie gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] wordt toegewezen tot een bedrag van € 415.800,00 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 8.
liet hij haar geld vanuit Nederland naar Bulgarije meenemen door hem bevriende personen. Verdachte heeft geen enkel inzicht getoond in het kwalijke van zijn gedrag. Het beeld dat verdachte van de gebeurtenissen en van zichzelf schetst staat in schril contrast tot hetgeen de rechtbank bewezen acht en tot wat het slachtoffer heeft moeten doorstaan. De rechtbank neemt verdachte dit bijzonder kwalijk. De rechtbank heeft gelet op een Uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte d.d. 25 juli 2013 waaruit blijkt dat hij niet eerder ter zake van soortgelijke misdrijven als thans bewezen is verklaard is veroordeeld. De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat aan verdachte een vrijheidsstraf op te leggen van na te melden duur. 9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel [slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces en vordert een schadevergoeding van € 433.800,00, bestaande uit € 408.800,00 aan materiële schade en € 25.000,00 aan immateriële schade. De rechtbank heeft, na herberekening geconstateerd dat, indien de rekenwijze van de benadeelde partij wordt gevolgd, de materiële schade € 410.800,00 bedraagt, zodat de totale vordering een bedrag van € 435.800,00 betreft. De rechtbank leest de vordering aldus dat het laatstgenoemde wordt gevorderd. De
ficier van justitie heeft toewijzing gevorderd van een bedrag van € 415.800,00, bestaande uit een bedrag van € 410.800,00 aan materiële schadevergoeding en € 5.000,00 aan immateriële schadevergoeding, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdediging heeft aangevoerd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering nu deze niet eenvoudig van aard is. De verdediging heeft voorts aangevoerd dat de benadeelde partij niet heeft kunnen aantonen dat zij het opgevoerde bedrag aan inkomstenderving ook daadwerkelijk heeft verdiend en dat verdachte elke maand een bedrag van € 10.000,00 euro bij haar heeft opgehaald. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde feit schade heeft geleden. Deze schade ziet met name op inkomstenderving uit haar prostitutiewerkzaamheden. De rechtbank kan echter de exacte hoogte van de geleden schade niet vaststellen nu niet duidelijk is geworden hoeveel de benadeelde partij heeft verdiend, hoeveel daarvan is besteed aan aflossing van haar schulden in Bulgarije, levensonderhoud, vakanties en dergelijke en hoeveel daarvan zij heeft afgedragen aan verdachte. De rechtbank zal zich daarom beperken tot het toekennen van een voorschot op een eventueel later te ontvangen schadevergoeding. De rechtbank acht een schadevergoeding wegens inkomensderving van € 200.00,00 billijk en zal de vordering ten aanzien van de materiële schade tot dat bedrag toekennen. De immateriële schade zal tot een bedrag van € 5.000,00 worden toegewezen, zodat de vordering benadeelde partij tot een totaalbedrag van € 205.000,00 wordt toegewezen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering en bepalen dat zij zich voor dat deel kan wenden tot de burgerlijke rechter. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. De rechtbank zal in het belang van de benadeelde partij als extra waarborg voor betaling van de geleden schade tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte opleggen. Deze maatregel zal echter, gelet op het restitutierisico dat de Nederlandse Staat loopt bij oplegging van de schademaatregel slechts worden toegewezen tot een bedrag van € 50.000,00. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 36f en 273f van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 11Beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer
anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Strafbaarheid Verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: Mensenhandel Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte daarvoor strafbaar. Strafoplegging Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van DRIE
meer tijdstippen in
omstreeks de periode van 1 juli 2009 tot en met 1 oktober 2012 te Utrecht en/
Groningen en/
(elders) in Nederland en/
Bulgarije - een ander, te weten de Bulgaarse [slachtoffer]door dwang en/
geweld en/
(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/
door dreiging met geweld
(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/
door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/
door misbruik van een kwetsbare positie heeft overgebracht en/
gehuisvest en/
opgenomen en/
vervoerd, met het oogmerk van (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer] en/
F lid 1 onder 1 - die [slachtoffer] heeft aangeworven en/
medegenomen met het oogmerk die [slachtoffer] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van (een) seksuele handeling(en) met
voor (een) derde(n) tegen betaling en/
F lid 1 onder 3 - opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de (seksuele) uitbuiting van die [slachtoffer] en/
F lid 1 onder 6 - die [slachtoffer] door dwang en/
geweld en/
(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/
door dreiging met geweld
(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/
door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/
door misbruik van een kwetsbare positie heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/
verdachtes mededader(
voor derde(n) Art. 273 F lid 9 immers heeft verdachte toen aldaar: - die [slachtoffer] één
meermalen geslagen en/
geschopt en/
geduwd en/
aan de haren getrokken en/
gedreigd die [slachtoffer] in elkaar te slaan en/
dreigende/agressieve taal tegen die [slachtoffer] gebezigd en/
gedreigd de ouders van die [slachtoffer] en/
de vader van het kind van die [slachtoffer] zou inlichten dat zij, [slachtoffer], prostitutiewerkzaamheden verrichtte en/
- die [slachtoffer] (emotioneel) van hem, verdachte, afhankelijk gemaakt en/
een liefdesrelatie met die [slachtoffer] aangegaan en/
- die [slachtoffer] vanuit Bulgarije naar/in Nederland overgebracht/vervoerd
laten overbrengen/vervoeren en/
het geld voor de vlucht van Bulgarije naar Nederland aan die [slachtoffer] betaald en/
geleend en/
die [slachtoffer] bij aankomst in Nederland van het vliegveld gehaald en/
(vervolgens) die [slachtoffer] in een woning ondergebracht
laten onderbrengen, althans voor die [slachtoffer] woonruimte/onderdak geregeld
laten regelen en/
- voor die [slachtoffer] een) werkplek(ken)/cabine(s) geregeld en/
laten regelen waar zij als prostituee kon werken en/
die [slachtoffer] in contact gebracht met één
meer personen die voor die [slachtoffer] zaken regelden waardoor die [slachtoffer] in de prostitutie kon (gaan) werken en/
- die [slachtoffer] als prostituee laten werken en/
toegezien
laten toezien op (een minimum aan) (de) werktijd(en) en/
inkomsten van die [slachtoffer] als prostituee en/
die [slachtoffer] (verder) in de gaten gehouden
in de gaten laten houden en/
(aldus) de keuze-/bewegingsvrijheid van die [slachtoffer] als prostituee ingeperkt
laten inperken en/
- ( het) door die [slachtoffer] met/in de prostitutie verdiend geld geheel
gedeeltelijk onder zich genomen/gehouden en/
door die [slachtoffer] aan hem, verdachte, doen afstaan en/
doen afdragen en/
die [slachtoffer] (aldus) in een (verder) van hem, verdachte, afhankelijke positie gebracht/gehouden; Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal met onderzoeksnummer 26122253Z en proces-verbaal nummer 30-335568, bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 123 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 146 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 123-124 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 124 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 125 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 126 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 126 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 127 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 156 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 131 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als getuige, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 130 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 147 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 151 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 153 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 159 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 165 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 167 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 171 Proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] als aangeefster, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 176 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 232 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 233 en 234 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 236 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 239 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 246 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 248 en 249 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 250 verklaring van verdachte, afgelegd ter ter terechtzitting van 29 augustus 2013 verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2013 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, in de wettelijke vorm opgemaakt en opgenomen in het onder voetnoot onder 1 genoemde proces-verbaal, pag. 289 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2013 Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 augustus 2013 Verklaring van getuige [getuige 1], afgelegd bij de rechter-commissaris, pag. 2 Verklaring van getuige [getuige 1], afgelegd bij de rechter-commissaris, pag. 3 Verklaring van getuige [getuige 2], afgelegd bij de rechter-commissaris, pag.3 PV verstrekking gevorderde gegevens m.b.t. moneytransfers middels Western Union, pag. 489-494
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.