← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5847

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16-072191-94 beslissing verlenging terbeschikkingstelling d.d. 20 maart 2013 In de zaak van de officier van justitie onder de hierboven genoemde parketnummers tegen [verdachte], geboren op [1934] te [geboorteplaats], verblijvend in Forensisch Psychiatrisch Centrum Veldzicht te Balkbrug, heeft de officier van justitie de verlenging van de terbeschikkingstelling gevorderd. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven. 1 De stukken De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier bevindende stukken waaronder: - het arrest van het gerechtshof Amsterdam d.d. 24 juli 1995, waarbij [verdachte], voornoemd, onder meer ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege; - de beslissing van de rechtbank Utrecht d.d. 14 maart 2011, waarbij de termijn van terbeschikkingstelling voor het laatst is verlengd voor de duur van twee jaar; - de vordering van de officier van justitie d.d. 31 januari 2013, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar; - de wettelijke aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de terbeschikkinggestelde over de periode 9 december 2009 tot en met 12 juli 2012; - het rapport van de FPC Veldzicht d.d. 8 januari 2013, ondertekend door het plaatsvervangend hoofd van de inrichting, drs. K.M. ten Brinck, directeur behandeling, en P.J.C. Bakx, 1e geneeskundige, waarin het advies van de zijde van de inrichting is vermeld, te weten een verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar; - de pro-justitiarapportage van H.A. Feringa, klinisch psycholoog, d.d. 12 december 2012; - de pro-justitiarapportage van C.J.F. Kemperman, psychiater, d.d. 13 december

  1. 2 De procesgang Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 6 maart 2013, waarbij zijn gehoord de officier van justitie en de terbeschikkinggestelde en diens raadsman, mr. E.J. van den Brink, advocaat te Utrecht. Voorts is de deskundige M. Philippi, werkzaam bij FPC Veldzicht, gehoord. 3 Het standpunt van de inrichting Het standpunt van de inrichting blijkt uit het onder 1 genoemde rapport. In dat rapport is over de terbeschikkinggestelde het navolgende geconcludeerd. De terbeschikkinggestelde is een 78-jarige man bij wie sprake is van pedofilie, de aan autisme verwante stoornis van Asperger en een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Zijn problematiek is in de loop der jaren onveranderd gebleven en het klinisch beeld is stabiel. Wel wordt waargenomen dat hij soms iets gemakkelijker om kan gaan met onverwachte situaties, maar ook dat hij iets vergeetachtiger wordt. Binnen de thans gestelde kaders is het gedrag van de terbeschikkinggestelde acceptabel en is het delictgevaar gering. Continuering van verblijf op de longstay-afdeling wordt noodzakelijk geacht, nu hij zeer gesteld is op zijn huidige verblijf en hernieuwde behandeling geen mogelijkheid is. Mogelijkheden om de delictgevaarlijkheid te verlagen buiten het verlengen van de terbeschikkingstelling en verblijf binnen de longstay-afdeling worden niet gezien. Het advies luidt om de tbs-maatregel met twee jaar te verlengen. De deskundige M. Philippi, voornoemd, heeft het rapport en het advies van de inrichting ter terechtzitting toegelicht. De terbeschikkinggestelde functioneert goed binnen de kliniek. Hij heeft zijn eigen structuur, vindt dat prettig en komt zo nu en dan naar de afdeling. 4 De standpunten van de niet aan de inrichting verbonden deskundigen C.J.F. Kemperman, psychiater, en H.A. Feringa, klinisch psycholoog, hebben beiden geadviseerd om de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. Beide deskundigen concluderen dat de kans op toekomstig seksueel delictgedrag als hoog moet worden ingeschat wanneer de begeleiding en structuur van de terbeschikkingstelling zouden wegvallen. Er bestaat consensus tussen de beide deskundigen en de kliniek met betrekking tot het recidivegevaar en het advies tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren. 5 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft naar aanleiding van het verhandelde ter terechtzitting haar vordering van 31 januari 2013 strekkende tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging voor een termijn van twee jaar gehandhaafd. Zij is van mening dat aan de daartoe geldende formele vereisten wordt voldaan en wijst op het recidiverisico dat ontstaat bij het wegvallen van de huidige structuur bij de terbeschikkinggestelde. 6 Het standpunt van de verdediging De verdediging kan zich vinden in de verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. De raadsman constateert dat het belang van de terbeschikkinggestelde samenvalt met dat van de samenleving. 7 De beoordeling De rechtbank beantwoordt eerst de vraag of er in deze zaak sprake is van een gemaximeerde terbeschikkingstelling. Hiertoe stelt zij vast dat de terbeschikkinggestelde – blijkens het bewezenverklaarde en de kwalificatie – is veroordeeld voor het plegen van handelingen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren en voor het buiten echt plegen van ontuchtige handelingen met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar. Op grond hiervan oordeelt de rechtbank dat in het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 24 juli 1995 besloten ligt dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is dus niet gemaximeerd. De rechtbank is voorts op basis van de stukken en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, eist dat de terbeschikkingstelling met verpleging van [verdachte] wordt verlengd met twee jaar en dat aan de voorwaarden om terbeschikkingstelling met verpleging te verlengen is voldaan. 8 De toepasselijke wetsartikelen De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht. 9 De beslissing De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van [verdachte] voor de tijd van twee jaar. Deze beslissing is gegeven door mr. V. van Dam, voorzitter, mr. R.P. den Otter en mr. J.P.W. Helmonds, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. de Meulder, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 maart
  2. Mr. J.P.W. Helmonds is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.