← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ6328

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht locatie Utrecht zaaknummers: C/16/334378/FT-RK 12.1488 en C/16/334380/FT-RK 12.1489 uitspraakdatum: 5 maart 2013 uitspraak op grond van artikel 287a van de Faillissementswet (‘dwangakkoord’) enkelvoudige kamer in de zaak van [verzoeker], geboren op [1978] te [geboorteplaats] (Turkije), hierna: [verzoeker], en [verzoekster] geboren op [1981] te [woonplaats], hierna: [verzoekster], beiden wonende te [adres], [woonplaats], hierna in gezamenlijkheid: [verzoekers c.s.], tegen De Nederlandsche Voorschotbank B.V., kantoorhoudende te Amsterdam, postadres: Postbus 855, 1000 AW Amsterdam, in deze vertegenwoordigd door gerechtsdeurwaarder Beekman & Partners, kantoorhoudende te Apeldoorn, postadres: Postbus 464, 7300 AL Apeldoorn, hierna: DNV.

  1. De procedure Door [verzoekers c.s.] is tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Fw. Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 28 februari
  2. Hierbij zijn verschenen: - [verzoeker]; - [verzoekster]; - Mevrouw [A], schuldhulpverlener; - Mevrouw [B], schuldhulpverlener en kantoorgenoot van mevrouw [A]; - De heer [C], hulpverlener van [verzoekers c.s.]; - Mevrouw [D], beschermingsbewindvoerder van [verzoekers c.s.]. DNV is niet ter terechtzitting verschenen, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen.
  3. Het verzoek [verzoekers c.s.] heeft middels zijn schuldhulpverlener op of rond 27 juli 2012 een aanbod gedaan aan zijn schuldeisers. Dit aanbod houdt –kort en zakelijk weergegeven– het volgende in. [verzoekers c.s.] zal in de aangeboden looptijd van 36 maanden zijn inkomen reserveren boven het (op basis van de Recofa-richtlijnen berekende) vrij te laten bedrag. Deze reserveringen worden door de schuldhulpverlener jaarlijks aan de schuldeisers uitgekeerd. Reserveringen van minder dan € 250,00 worden na afloop van de schuldbemiddeling uitgekeerd. Op of rond 22 oktober 2012 is er een aangepast aanbod gedaan, omdat in de berekening van het vrij te laten bedrag een correctie is opgenomen voor het beschermingsbewind van [verzoekers c.s.]. Dit beschermingsbewind is op verzoek van [verzoekers c.s.] ingesteld op 28 augustus
  4. In het gewijzigde aanbod heeft de schuldhulpverlener geprognosticeerd dat op de hiervoor omschreven wijze circa 10,04% op elke vordering kan worden voldaan. Volgens het aanbod dienen de schuldeisers het resterende deel van hun vordering kwijt te schelden. De schuldenlast van [verzoekers c.s.] bedraagt € 112.326,88, verdeeld over 18 schuldeisers. De vordering van DNV bedraagt € 60.143,12, derhalve 53,5% van de schuldenlast. Alle schuldeisers behalve DNV hebben met het aanbod ingestemd. [verzoekers c.s.] heeft verzocht om DNV te bevelen alsnog met het aanbod in te stemmen.
  5. Het verweer DNV is niet ter terechtzitting verschenen, en heeft evenmin haar bezwaren schriftelijk aan de rechtbank kenbaar gemaakt. Wel heeft de schuldhulpverlener een aan haar gerichte e-mail van DNV als bijlage bij het verzoek gevoegd. Hieruit valt op te maken dat DNV de voorkeur heeft voor het wettelijk traject, aangezien dit meer waarborgen zou hebben. DNV heeft in die e-mail niet nader toegelicht op welke waarborgen zij doelt. Het voorgaande leidt ertoe dat DNV aan de rechtbank geen verweer bekend heeft gemaakt danwel (voor zover de aan de schuldhulpverlener gerichte e-mail als verweer kan worden aangemerkt) haar verweer onvoldoende heeft gemotiveerd.
  6. De beoordeling van het verzoek tot het vaststellen van een dwangakkoord Het verzoek zal slechts kunnen worden toegewezen als DNV in redelijkheid niet tot weigering van het akkoord heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [verzoekers c.s.] of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad. Het inkomen van [verzoeker] bestaat sinds 2002 uit een vaste, fulltime dienstbetrekking. [verzoekster] is arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO- uitkering. Er zijn geen indicaties dat het inkomen van [verzoekers c.s.] op korte termijn zal veranderen. Sinds de aanmelding van [verzoekers c.s.] bij schuldhulpverlening is er circa € 3.100,00 gespaard. Dit spaarsaldo zal via de schuldhulpverlener eveneens worden aangewend voor de schuldeisers. De schuldhulpverlener heeft verklaard dat de looptijd van 36 maanden zal ingaan op het moment dat het onderhavige verzoek zal zijn toegekend. In het wettelijk traject zijn de kosten voor bewindvoering minimaal € 2.120,76, terwijl de schuldhulpverlener aangegeven heeft dat in het aanbod (in tegenstelling tot wat er in de aanbiedingsbrieven is vermeld) geen kosten voor bemiddeling worden ingehouden van de reserveringen. De rechtbank stelt aldus vast dat DNV bij aanvaarding van het akkoord vrijwel zeker een hoger percentage van haar vordering tegemoet kan zien dan in het geval van een wettelijke schuldsanering. In het aangeboden minnelijk traject is er bovendien beschermingsbewind ingesteld, hetgeen buiten het te houden toezicht door de schuldhulpverlener waarborgen biedt voor de schuldeisers van [verzoekers c.s.] dat de gemaakte afspraken zullen worden nagekomen. Het uitgangspunt is derhalve dat DNV op grond van de inhoud van de aangeboden schuldregeling in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling heeft kunnen komen. DNV heeft geen belang bij weigering van haar instemming, terwijl [verzoekers c.s.] wel belang heeft bij aanvaarding van de schuldregeling. Het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. Nu DNV niet in redelijkheid tot weigering van instemming met het aanbod heeft kunnen komen zal zij als weigerende schuldeiser veroordeeld worden in de kosten. Deze kosten zijn te begroten op 2 punten van het gehanteerde liquidatietarief, zijnde een bedrag van € 904,-, exclusief BTW.
  7. Beslissing De rechtbank - beveelt De Nederlandsche Voorschotbank B.V., kantoorhoudende te Amsterdam, postadres: Postbus 855, 1000 AW Amsterdam, in te stemmen met de onder
  8. bedoelde schuldregeling; - veroordeelt De Nederlandsche Voorschotbank B.V. voornoemd in de kosten van dit geding, tot op heden aan de zijde van [verzoekers c.s.] begroot op € 904,00 exclusief BTW. Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Staal en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.