← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2013:CA2108

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/650851-12 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 maart 2013 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1963] te [geboorteplaats] (Joegoslavië), wonende te [woonplaats], [adres]. Raadsman mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede.

  1. Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 februari
  2. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.B. Boone. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
  3. Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: op 23 juni 2011, samen met een ander, opzettelijk een grote hoeveelheid bankbiljetten met buitenlandse valuta, waarvan verdachte wist dat deze vals waren en als doel had deze als echt en onvervalst uit te geven, voorhanden heeft gehad; feit 2: op 23 juni 2011 een wapen, te weten een honkbalknuppel, heeft gedragen.
  4. Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
  5. De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten, zodat verdachte van deze feiten vrijgesproken dient te worden. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat het bewijs tegen verdachte op onrechtmatige wijze is verkregen, nu de doorzoeking van de woning van verdachte, aldus de verdediging, onrechtmatig is. Subsidiair stelt de verdediging dat biljetten die dermate nep zijn, niet aan het gestelde in artikel 209 Wetboek van Strafrecht voldoen en niet geschikt zijn om als echt en onvervalst uit te geven. Voorts is niet uit te sluiten dat het aangetroffen geld aan anderen, dan aan verdachte toebehoort. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan hetgeen hem onder feit 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. feit 1: De valse bankbiljetten zijn in de woning van verdachte en de schuur behorende bij die woning aangetroffen. In het dossier bevinden zich echter geen aanknopingspunten voor het oordeel dat verdachte het oogmerk had om deze biljetten als echt en onvervalst uit te geven of doen uitgeven. feit 2: De rechtbank overweegt dat de betreffende honkbalknuppel bij een huiszoeking is aangetroffen in de auto van verdachte. Verdachte is niet in de auto aangetroffen. Hieruit volgt dat er geen sprake is van het dragen van een wapen als bedoeld in de tenlastelegging. De rechtbank laat, gelet op voormelde vrijspraak, het door de raadsman gevoerde verweer betreffende de onrechtmatigheid van de doorzoeking en het daarmee onrechtmatig verkregen bewijs, onbesproken.
  6. Beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten; Dit vonnis is gewezen door mr. P.K. van Riemsdijk, voorzitter, mr. E.A. Messer en mr. L.M.G. de Weerd, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 14 maart
  7. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat
  8. hij op of omstreeks 23 juni 2011 te Wageningen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een hoeveelheid bankbiljet(ten), te weten 1232 (buitenlandse) bankbiljetten met valuta coupure 1000 francs en/of 2951 (buitenlandse) bankbiljetten met valuta coupure engels, dat/die verdachte zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte, toen hij dat/die ontving, bekend was, met het oogmerk om dat/die als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad; art 209 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht
  9. hij op of omstreeks 23 juni 2011 te Wageningen (een) honkbalknuppel, zijnde (een) voorwerp(en) als bedoeld in de categorie IV van de Wet wapens en munitie, heeft gedragen; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 27 lid 1 Wet wapens en munitie

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.