RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 12/3563 uitspraak van de meervoudige kamer van 5 juni 2013 in de zaak tussen [Eiser], te [woonplaats], eiser (gemachtigde: mr. L.M.F. Aarts), en de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerster (gemachtigde: mr. drs. M.M. Kleijbeuker). Procesverloop Bij besluit van 26 april 2012 (het primaire besluit) heeft verweerster het rijbewijs van eiser ongeldig verklaard en hem een alcoholslotprogramma (ASP) opgelegd. Bij besluit van 11 september 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerster heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2013. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. De rechtbank heeft bij brief van 5 februari 2013 het onderzoek heropend en partijen meegedeeld dat de zaak wordt verwezen naar een meervoudige kamer. Verder heeft de rechtbank verweerster in de gelegenheid gesteld om te reageren op het ter zitting door eiser nader toegelichte standpunt over de disproportionaliteit van de opgelegde maatregel. Verweerster heeft hierop schriftelijk gereageerd. Eiser heeft hierop schriftelijk gereageerd. Partijen hebben toestemming gegeven om zonder nadere zitting uitspraak te doen. Overwegingen 1. Op deze zaak is gelet op het overgangsrecht van deel C, artikel 1, van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht nog het recht van toepassing zoals dat gold tot en met 31 december 2012. Het in beroep bestreden besluit is namelijk bekendgemaakt voor 1 januari 2013. 2. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Op 8 april 2012 is eiser door de regiopolitie Utrecht aangehouden. Bij eiser is een ademalcoholgehalte geconstateerd van 660 µg/l. De korpschef van de regiopolitie heeft hiervan op grond van artikel 130 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) mededeling gedaan aan verweerster. 3. Door mee te werken aan het hem opgelegde ASP kan eiser in het bezit komen van een rijbewijs voor de categorie B met code 103 "rijden met een alcoholslot". In de begeleidende brief bij het primaire besluit staat onder andere vermeld dat het ASP minimaal twee jaar duurt en twee componenten omvat, te weten de installatie van een alcoholslot in de auto en het ondergaan van een begeleidingsprogramma. Het alcoholslot moet regelmatig worden gekalibreerd. Gegevens uit het geheugen van het alcoholslot moeten worden uitgelezen. Ook moet worden deelgenomen aan een motivatieprogramma. Verder staat in de brief vermeld dat het alcoholslot alleen kan worden ingebouwd in motorrijtuigen van de categorie B (personenauto). Voor eventuele overige rijbewijscategorieën blijft het rijbewijs gedurende het volgen van het ASP ongeldig. 4. Eiser, die vrachtwagenchauffeur is, betoogt, onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 21 december 2012 (LJN: BY7669) en het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 13 december 2005 (Nilsson/Zweden, AB 2006/285), dat de opgelegde maatregel een punitieve sanctie is. Eiser wijst er op dat het EHRM in dat arrest heeft geoordeeld dat het intrekken van een rijbewijs voor de duur van achttien maanden een sanctie vormt die vanwege de zwaarte daarvan moet worden aangemerkt als “criminal charge” in de zin van artikel 6, tweede en derde lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Nu het rijbewijs van eiser met de categorie C door oplegging van het ASP voor de duur van ten minste 24 maanden ongeldig is verklaard, moet deze maatregel volgens eiser eveneens als “criminal charge” worden aangemerkt. Eiser betoogt verder dat, omdat het ASP een punitieve sanctie is, de evenredigheid van de opgelegde maatregel niet of niet voldoende is afgewogen. Er is geen rekening gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, namelijk dat hij een rijbewijs C nodig heeft voor zijn werk en inkomen. Eiser betoogt dat zijn belang bij behoud van het rijbewijs C meer moet wegen dat het belang dat de minister in de memorie van toelichting naar voren heeft gebracht. Verder wijst eiser er op dat hij ten opzichte van andere categorieën van beroepsmatige weggebruikers, bijvoorbeeld taxichauffeurs bij wie wel een alcoholslot kan worden ingebouwd, onevenredig hard in zijn belangen wordt geraakt. 5. Verweerster heeft zich hierover op het standpunt dat het ASP geen punitieve sanctie is in de zin van artikel 6, tweede en derde lid, van het EVRM. De maatregel heeft volgens verweerster uitsluitend een bestuursrechtelijk karakter nu verweerster, onafhankelijk van het Openbaar Ministerie, beslist over de ongeldigverklaring van het rijbewijs en de verplichting tot het volgen van een ASP. Verweerster heeft verwezen naar de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2008/09, 31 896, nr. 3, blz. 5-7) waarin uitdrukkelijk is gezegd dat het doel van het ASP niet bestraffing is. Verweerster heeft er verder op gewezen dat het ASP een programma is dat is gericht op 'zware drinkers' en dat is ingevoerd, omdat de op dat moment bestaande maatregelen onvoldoende effect hadden op deze groep, terwijl die een groot gevaar voor de verkeersveiligheid vormt. De centrale doelstelling van het ASP is dan ook de verkeersveiligheid. Over bestuurders van motorrijtuigen van de categorie C of D is toegelicht dat zware drinkers in het algemeen al een groot gevaar vormen voor de verkeersveiligheid en dat dit in het bijzonder geldt voor bestuurders van motorrijtuigen van de categorie C of D vanwege het gewicht en de omvang van de voertuigen, maar ook vanwege de vervoerde lading. Verweerster heeft er op gewezen dat er, gelet hierop, expliciet voor is gekozen om het ASP alleen mogelijk te maken voor motorrijtuigen van de categorie B. 6. Op grond van artikel 132b, eerste lid, van de Wvw legt verweerster de verplichting op om deel te nemen aan het ASP en verklaart op grond van het tweede lid van dit artikel het rijbewijs van de betrokkene ongeldig. Daarbij bepaalt verweerster dat de ongeldigverklaring betrekking heeft op alle categorieën waarvoor dat rijbewijs geldig was, met uitzondering van de categorie AM. Op grond van artikel 132c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wvw dient degene aan wie deelname aan het alcoholslotprogramma is opgelegd overeenkomstig de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde bepalingen een alcoholslot te doen inbouwen in ten minste één motorrijtuig dat voldoet aan de bij algemene maatregel van bestuur gestelde eisen. In het Reglement rijbewijzen zijn nadere regels gesteld voor de uitvoering van het ASP. Op grond van artikel 132a, eerste lid, van het Reglement rijbewijzen wordt een alcoholslot alleen ingebouwd in motorrijtuigen van de categorie B, met uitzondering van driewielige motorrijtuigen die onder deze rijbewijscategorie vallen. 7. De rechtbank stelt vast dat de constatering van het rijden van een motorrijtuig met een ademalcoholgehalte van 660 µg/l op grond van de wet- en de regelgeving niet zonder meer kan leiden tot een ongeldigverklaring van het rijbewijs. Het is een ernstige overtreding van de normen die zijn opgesteld ter bescherming van de verkeersveiligheid, maar na een dergelijke constatering is nog niet direct gebleken dat iemand langdurig ongeschikt is om een motorrijtuig te besturen. Er is geen onderzoek van een arts aan voorafgegaan en van misbruik, tolerantie of afhankelijkheid van alcohol is niet gebleken. 8. Voorts stelt de rechtbank vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de oplegging van een ASP voor de categorie B geen punitieve sanctie is in de zin van artikel 6, tweede en derde lid, van het EVRM. Dit standpunt van partijen wordt gevolgd door de rechtbank nu (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.