RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/654443-12 Vonnis van de meervoudige kamer van 14 mei 2013 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1996] te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats], [adres]
- Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 mei
- De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.G.M. Dassen, advocaat te Utrecht. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
- Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Primair: op 20 maart 2012 met voorbedachten rade, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden; Subsidiair: op 20 maart 2012 tezamen en in vereniging met een ander of anderen, [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht; Meer subsidiair: op 20 maart 2012 openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer].
- De voorvragen 3.
- De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak. 3.
- De ontvankelijkheid 3.2.
- Ter terechtzitting heeft de raadsman bepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het vertrouwensbeginsel is geschonden. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de raadsman een emailwisseling d.d. 18 oktober 2012 overgelegd, waarin een medewerker van het Openbaar Ministerie aan een casusregiseur van de de Raad voor de Kinderbescherming laat weten dat de zaak met onderhavig parketnummer kennelijk geseponeerd zou worden. Deze emailwisseling is op 19 oktober 2012 onder andere doorgestuurd aan mevrouw [A], de gezinsvoogd van verdachte. Verdachte mocht er daarom van uitgaan dat hij niet zou worden vervolgd. 3.2.
- De officier van justitie is, gelet op hetgeen de verdediging ter zitting naar voren heeft gebracht, van mening dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard. 3.2.
- De rechtbank is met de raadsman en de officier van justitie van oordeel dat verdachte aan de overgelegde emailwisseling het gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat hij niet meer zou worden vervolgd. De rechtbank overweegt daartoe dat deze mededeling van een medewerker van het Openbaar Ministerie gezien moet worden als een sepotbeslissing van de officier van justitie. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot de conclusie dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van verdachte.
- Beslissing Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Veldhuijzen, voorzitter, tevens kinderrechter, mrs. E.A.A. van Kalveen en J.M. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 mei
- Mr. J.M. Bruins is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE : De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat Primair hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Zeist, althans in het arrondissement Utrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer]van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) die [slachtoffer] naar achteren getrokken en/of tegen de benen van die [slachtoffer] geschopt en/of (nadat die [slachtoffer] op de grond was gevallen) (meermalen) met kracht tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam, van die [slachtoffer] heeft geschopt/getrapt en/of geslagen, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Zeist, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (breuk in oogkas), heeft toegebracht, door opzettelijk die [slachtoffer] naar achteren te trekken en/of tegen de benen van die [slachtoffer] te schoppen en/of (nadat die [slachtoffer] op de grond was gevallen) (meermalen) met kracht tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer] te schoppen/trappen en/of te slaan; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Meer subsidiair hij op of omstreeks 20 maart 2012 te Zeist, althans in het arrondissement Utrecht, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de[straatnaam], in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het: - naar achteren trekken van die [slachtoffer] en/of - schoppen tegen de benen van die [slachtoffer] en/of - (meermalen) met kracht schoppen tegen het hoofd, althans het (boven)lichaam van die [slachtoffer] (nadat die [slachtoffer] op de grond was gevallen); art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht