RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/702307-13 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 20 maart 2014. in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1989], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [woonplaats], gedetineerd in het Huis van Bewaring Zwaag, P.I. Noord Holland Noord te Zwaag. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 6 maart 2014. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. K. Karakaya, advocaat te Amsterdam. Het onderzoek heeft plaatsgevonden met bijstand van een tolk voor de Turkse taal, O. Sarikaya. De tolk is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 2 van de Wet beëdigde tolken en vertalers met nummer 1868. De tolk heeft alles wat ter terechtzitting is gesproken of voorgelezen vertolkt. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd. De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1: op 25 augustus 2013 samen met anderen op straat [slachtoffer 1] heeft beroofd van zijn portemonnee, een telefoon en een geldbedrag van 4200 euro met gebruik van geweld danwel [slachtoffer 1] door geweld heeft gedwongen tot afgifte van die goederen. Feit 2: op 10 september 2013 samen met anderen op straat [slachtoffer 2] heeft beroofd van zijn verblijfsvergunning, rijbewijs, ING bankpas, telefoon en een geldbedrag van 3000 euro met gebruik van geweld danwel [slachtoffer 2] door geweld heeft gedwongen tot afgifte van die goederen. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] diefstal met geweld heeft gepleegd op 25 augustus 2013 in Abcoude. Hij baseert dit op de aangifte van [slachtoffer 1], de medische verklaring, het proces-verbaal van forensische opsporing, de NFI-rapportage, het proces-verbaal van uitkijken van de camerabeelden van het casino en de camerabeelden van de parkeergarage, het proces-verbaal van bevindingen waarin gerelateerd is dat de signalementen van de genoemde mannen op de beelden van het casino sterk overeenkomen met de signalementen van de genoemde mannen op de beelden van de parkeergarage, de tapgesprekken en de verklaring van verdachte. De officier van justitie acht tevens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 2], [slachtoffer 2] met geweld heeft afgeperst op 10 september 2013 in Amsterdam. Hij baseert dit op de aangifte van [slachtoffer 2] en de aanvullende verklaring, de medische verklaring, proces-verbaal uitkijken beelden bus 34, proces-verbaal uitkijken beelden casino, proces-verbaal herkenning medeverdachte [medeverdachte 2], proces-verbaal CIE, tapgesprekken, proces-verbaal historische telecomgegevens en de verklaring van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank nu verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft voor zowel feit 1 als feit 2 een bekennende verklaring afgelegd. De verdediging heeft geen vrijspraak bepleit, zodat de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht de diefstal in vereniging vergezeld van geweld op 25 augustus 2013 wettig en overtuigend bewezen gelet op: - de bekennende verklaring van verdachte; - de aangifte van [slachtoffer 1]. De rechtbank acht de afpersing door geweld in vereniging op 10 september 2013 wettig en overtuigend bewezen gelet op: - de bekennende verklaring van verdachte; - de aangifte van [slachtoffer 2]. De rechtbank spreekt verdachte partieel vrij voor het gedeelte in de tenlastelegging (het vijfde gedachtestreepje): “die [slachtoffer 2] meermalen, althans eenmaal in/tegen het gezicht, althans het hoofd heeft/hebben gestompt en/of geslagen”. De rechtbank acht hiervoor onvoldoende wettig bewijs aanwezig. De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Feit 1: Op 25 augustus 2013 te Abcoude tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee, bevattende meerdere betaalkaarten en een identiteitskaart en een rijbewijs en een zorgpas en een klantenpas van de gamma, en een telefoon (Iphone) en een geldbedrag van 4200 euro toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken welk geweld hierin bestond dat verdachte of zijn mededader die [slachtoffer 1] een nekklem heeft aangezet en meermalen met pepperspray in het gezicht heeft gespoten en meermalen met gebalde vuist tegen het gezicht heeft geslagen en meermalen tegen het rechterbeen heeft geschopt. Feit 2: Op 10 september 2013 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een verblijfsvergunning en een rijbewijs en een ING-bankpas en een telefoon (Sony Ericsson) en een geldbedrag van ongeveer 3000,- euro, toebehorende aan die [slachtoffer 2], welk geweld en bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte of zijn mededader die [slachtoffer 2] van achteren bij de nek heeft vastgepakt, vervolgens, daarbij een arm tegen de mond van die [slachtoffer 2] heeft gelegd tengevolge waarvan het ademen werd bemoeilijkt en vervolgens die [slachtoffer 2] aan zijn nek naar de grond heeft gebracht en vervolgens terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag eenmaal tegen de rug van die [slachtoffer 2] heeft geschopt en eenmaal tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft getrapt die [slachtoffer 2] daarbij de volgende woorden heeft toegevoegd: ‘Geef me je portemonnee anders maak ik je dood’ en ‘geef me je mobiel’ Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als Feit 1: diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Feit 2: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de hem onder 1 en 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot: - Een gevangenisstraf van 4 jaren, met aftrek van voorarrest 8.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft de rechtbank verzocht de straf te matigen ten opzichte van de eis van de officier van justitie, gelet op de richtlijnen van het LOVS en eerdere uitspraken van deze rechtbank in soortgelijke zaken. Daarbij verzoekt de verdediging de rechtbank rekening te houden met het feit dat verdachte in een vroeg stadium volledige openheid van zaken heeft gegeven, de summiere justitiële documentatie van verdachte en het feit dat verdachte spijt heeft betuigd. De verdediging acht passend een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Verdachte kan de hulp van de reclassering gebruiken en krijgt op die manier de kans nog iets van zijn leven te maken. 8.3. Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee straatroven, waarbij hij en zijn mededader het slachtoffer telkens bewust zijn gevolgd nadat het slachtoffer geld heeft gewonnen in het casino. De straatroven waren planmatig en gericht op een bewuste buit. Daarbij hebben verdachte en zijn mededader fors geweld gebruikt waardoor letsel is ontstaan. Ook hebben de straatroven twee weken na elkaar plaatsgevonden, hetgeen betekent dat verdachte na twee weken wederom de keuze heeft gemaakt om op dezelfde wijze iemand te beroven. Verdachte heeft daarbij niet gedacht aan wat dit voor de slachtoffers betekende, maar slechts gedacht dat het een makkelijke manier was om snel aan geld te komen. Daarbij wordt nog opgemerkt door de rechtbank dat bij de straatroof op 25 augustus 2013 het slachtoffer gevolgd is tot aan zijn huis en vlak voor zijn huis is beroofd. Beide slachtoffers hebben verklaard angstig te zijn na dit voorval. Tevens brengen dit soort feiten algemene gevoelens van onveiligheid met zich mee in de maatschappij. Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met verdachtes proceshouding, waarbij hij in een vroeg stadium openheid van zaken heeft gegeven. Daarnaast is rekening gehouden met de justitiële documentatie d.d. 23 januari 2014 en het reclasseringsadvies d.d. 18 februari 2014. Tevens is rekening gehouden met de spijtbetuiging van verdachte en het feit dat hij excuusbrieven naar de slachtoffers heeft geschreven. De rechtbank acht deze spijtbetuiging ook geloofwaardig. De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, en gelet op de LOVS richtlijnen, aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar passend is. Zij legt als bijzondere voorwaarde een meldplicht op, zoals dit ook door de reclassering is geadviseerd. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal in mindering worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf. 9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel De officier van justitie heeft integrale toewijzing gevorderd van de vorderingen van de benadeelde partijen. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank omdat verdachte heeft aangegeven de schade van de slachtoffers te willen betalen. De rechtbank is het volgende van oordeel: Feit 1: Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 6948,32 (zesduizendnegenhonderdachtenveertig euro en tweeëndertig cent), te weten € 1750,- aan immateriële schade en € 5198,32 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 1], behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 augustus 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. Deze maatregel wordt volgens vaste jurisprudentie alleen opgelegd voor de schade die het slachtoffer heeft geleden, en niet voor de gemaakte kosten. Dit betekent dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd voor de volgende bedragen: Iphone 125,00 Kleding 75,00 Geld portemonnee 281,90 Cash geld 4200,00 Immateriële schade 1750,00 Totaal 6431,90 De rechtbank legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1], aan de Staat € 6431,90 (zesduizendvierhonderdeenendertig euro en negentig cent) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 67 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Feit 2: Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 2 bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze op € 3722,40 (drieduizendzevenhonderdtweeentwintig euro en veertig cent), te weten € 650,- aan immateriële schade en € 3172,40 aan materiële schade. De vordering kan dan ook tot dat bedrag worden toegewezen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer 2], behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 10 september 2013 tot aan de dag van de algehele voldoening. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd. De rechtbank legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2], aan de Staat € 3722,40 (drieduizendzevenhonderdtweeentwintig euro en veertig cent) te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 47 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 36f, 57, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 11Beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: Feit 1: diefstal vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. Feit 2: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen - verklaart het bewezene strafbaar. - verklaart verdachte, daarvoor strafbaar. Strafoplegging Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Bepaalt dat een gedeelte, te weten 4 maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2(twee) jaren navolgende (bijzondere) voorwaarde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.