← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2014:1104

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/655065-13 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 20 maart

  1. in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1990] ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [woonplaats]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 6 maart
  2. De verdachte is niet verschenen. Zijn raadsman mr. W.J. Morra, advocaat te Amsterdam, is bepaaldelijk gemachtigd. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen deze en de raadsman naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 25 augustus 2013 samen met anderen op straat [slachtoffer] heeft beroofd van zijn portemonnee, een telefoon en een geldbedrag van 4200 euro met gebruik van geweld dan wel [slachtoffer] door geweld heeft gedwongen tot afgifte van die goederen. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte] diefstal met geweld heeft gepleegd op 25 augustus 2013 in Abcoude. Hij baseert dit op de aangifte van [slachtoffer], de medische verklaring, het proces-verbaal van forensische opsporing, de NFI-rapportage, het proces-verbaal van uitkijken van de camerabeelden van het casino en de camerabeelden van de parkeergarage, het proces-verbaal van bevindingen waarin gerelateerd is dat de signalementen van de genoemde mannen op de beelden van het casino sterk overeenkomen met de signalementen van de genoemde mannen op de beelden van de parkeergarage, de tapgesprekken en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte]. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het volgende. Verdachte heeft uitdrukkelijk en gemotiveerd ontkend iets te maken te hebben met straatroven in het algemeen en deze straatroof in het bijzonder. Het Openbaar Ministerie kan uitsluitend tapgesprekken aanvoeren als bewijsmiddel. De inhoud van die gesprekken is echter op geen enkele manier redengevend voor het daderschap van verdachte. Verder kan het enkele feit dat verdachte op beelden staat die AT5 uitzendt, ook geen daderschap dragen. Dat zijn bovendien beelden die zien op een heel ander feit van een andere datum. Het telefoonnummer dat aan verdachte kan worden gekoppeld straalt de hele avond van 24 en 25 augustus 2013 aan op de Plesmanlaan in Amsterdam West. Het is heel wel mogelijk dat verdachte dan thuis bij zijn moeder was, want tussen haar adres en de zendmast zit ongeveer 1,5 km. Verder ontbreekt ieder bewijs dat verdachte nog een ander telefoonnummer gebruikt. Er is ook geconstateerd dat het nummer van verdachte contact heeft met dat andere nummer van 24 op 25 augustus, hetgeen betekent dat de gebruikers van die nummers niet op dezelfde plek zijn. Dat nummer straalt overigens ook aan op het Damrak en niet Abcoude. Verder is verdachte niet herkend als één van de twee mannen die op de beelden van de parkeergarage te zien is. Eén van die twee mannen is medeverdachte [medeverdachte]. Op de beelden is te zien dat hij iemand belt, en dat is [A]. Die naam wordt ook genoemd in de tapgesprekken, en uit paallocaties volgt dat de telefoon van deze [A] zich vanuit het centrum verplaatst richting Abcoude. Er is derhalve ook een alternatief scenario. Ook het forensisch onderzoek is ontlastend voor verdachte want er wordt nergens DNA van hem aangetroffen. Wel is het DNA van medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen en dit betreft een mengprofiel met 1 of 2 onbekende mannen. Ook hier blijkt dus van een alternatief. Door verbalisant [verbalisant] wordt tegen verdachte gezegd dat hij zeker wel wetenschap heeft van de straatroven. Tussen wetenschap en betrokkenheid liggen wetten en bezwaren. Die ernstige bezwaren werden al eerder niet aanwezig geacht door de raadkamer van de rechtbank en van het hof. Derhalve verzoekt de verdediging verdachte vrij te spreken bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet wettig bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal hem dan ook vrijspreken. Dit oordeel berust op het feit dat de tapgesprekken op geen enkele manier de aanwezigheid/betrokkenheid van verdachte aantonen bij het strafbare feit dat is gepleegd op 25 augustus
  3. Voor het overige zijn er geen bewijsmiddelen die moeten leiden tot de conclusie dat verdachte betrokken was bij het plegen van dit feit. 5Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel De officier van justitie heeft integrale toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij. De verdediging heeft de rechtbank verzocht om verdachte vrij te spreken vanwege gebrek aan wettig en overtuigend bewijs en in het verlengde daarvan om de vordering van de benadeelde partij jegens verdachte af te wijzen. De rechtbank is het volgende van oordeel: Nu aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd, is [slachtoffer] in de vordering niet-ontvankelijk. 6De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. Benadeelde partij De vordering van [slachtoffer] wordt niet ontvankelijk verklaard. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes, voorzitter, mrs. J.P.W. Helmonds en B. Vitringa, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.E. Braam-van Toll, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 maart
  4. Mr. B. Vitringa is buiten staat dit vonnis te ondertekenen BIJLAGE : De tenlastelegging hij op of omstreeks 25 augustus 2013 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (bevattende een of meerdere betaalkaart(en) en/of een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een zorgpas en/of een klantenpas van de gamma) en/of een telefoon (Iphone) en/of een geldbedrag van 4200 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] - een nekklem heeft/hebben aangezet en/of - een of meermalen met pepperspray, althans een brandende vloeistof, in het gezicht heeft/hebben gespoten en/of - een of meermalen (met begalde vuist) (met kracht) tegen het gezicht, althans hoofd, in elk geval het lichaam, heeft/hebben geslagen en/of - een of meermalen tegen het rechterbeen, althans het lichaam, heeft/hebben geschopt/getrapt en/of; hij op of omstreeks 25 augustus 2013 te Abcoude, gemeente De Ronde Venen, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechterlijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (bevattende een of meerdere betaalkaart(en) en/of een identiteitskaart en/of een rijbewijs en/of een zorgpas en/of een klantenpas van de gamma) en/of een telefoon (Iphone) en/of een geldbedrag van 4200 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer] - een nekklem heeft/hebben aangezet en/of - een of meermalen met pepperspray, althans een brandende vloeistof, in het gezicht heeft/hebben gespoten en/of - een of meermalen (met begalde vuist) (met kracht) tegen het gezicht, althans hoofd, in elk geval het lichaam, heeft/hebben geslagen en/of - een of meermalen tegen het rechterbeen, althans het lichaam, heeft/hebben geschopt/getrapt; art 310 Wetboek van Strafrecht art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.