← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2014:1355

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/994017-11 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 19 maart 2014 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te[geboorteplaats] op [1964], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [woonplaats 1]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 maart

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn advocaat, mr. J.C. Hesen, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1: - opzettelijk onjuist dan wel onvolledig aangiften omzetbelasting ten name van de eenmanszaak [verdachte] heeft gedaan; en/of - opzettelijk aangiften omzetbelasting ten name van de eenmanszaak [verdachte] vals heeft opgemaakt; Feit 2: een groot aantal facturen, gericht aan of afkomstig van Koffiecentrum Nederland, vals heeft opgemaakt; Feit 3: opzettelijk valse bescheiden betreffende Koffiecentrum Nederland heeft beschikbaar gesteld aan de belastingdienst; Feit 4: - feitelijk leiding, dan wel opdracht heeft gegeven aan het plegen van het opzettelijk onjuist dan wel onvolledig doen van aangiften omzetbelasting door [verdachte] Koffie B.V.; en/of - feitelijk leiding, dan wel opdracht heeft gegeven aan het opzettelijk vals opmaken van aangiften omzetbelasting door [verdachte] Koffie B.V.; Feit 5: - feitelijk leiding, dan wel opdracht heeft gegeven aan het plegen van het opzettelijk onjuist dan wel onvolledig doen van aangiften omzetbelasting door [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V.; en/of - feitelijk leiding, dan wel opdracht heeft gegeven aan het opzettelijk vals opmaken van aangiften omzetbelasting door [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V.; Feit 6: een groot aantal facturen, gericht aan of afkomstig van [verdachte] Koffie B.V., vals heeft opgemaakt; Feit 7: feitelijk leiding, dan wel opdracht heeft gegeven aan het opzettelijk beschikbaar stellen van valse bescheiden aan de belastingdienst door [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V.. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen te verklaren. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Aangezien verdachte alle ten laste gelegde feiten heeft bekend en de raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 1 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1 ten laste gelegde feiten heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen: - de ambtsedige verklaring omzetbelasting, d.d. 4 oktober 2011, ter zake [verdachte], opgemaakt door [A], werkzaam als ambtenaar bij de Belastingdienst. Dit betreft een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - een overzicht van ‘datum/tijdstip ontvangen aangiften’ betreffende [verdachte], als bijlage opgenomen bij voornoemde ambtsedige verklaring omzetbelasting, d.d. 4 oktober
  2. Dit betreft een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de aangiften omzetbelasting van de eenmanszaak [verdachte] over het 4e kwartaal van 2007 (D-073, pagina 11), het 4e kwartaal van 2008 (D-073, pagina 15), het 1e kwartaal van 2009 (D-073, pagina 16), het 2e kwartaal van 2009 (D-073, pagina 17), het 3e kwartaal van 2009 (D-073, pagina 18), het 4e kwartaal van 2009 (D-073, pagina 19), het 1e kwartaal van 2010 (D-073, pagina 20), het 2e kwartaal van 2010 (D-073, pagina 21), het 3e kwartaal van 2010 (D-073, pagina 22), het 4e kwartaal van 2010 (D-073, pagina 23), het 1e kwartaal van 2011 (D-073, pagina 24) en het 2e kwartaal van 2011 (D-073, pagina 25), met de daarbij behorende vertaaltabel. Deze aangiften en de vertaaltabel zijn als bijlagen opgenomen bij de ambtsedige verklaring omzetbelasting, d.d. 4 oktober 2011, en betreffen geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart
  3. De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 2 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen: - de facturen gericht aan dan wel afkomstig van Koffie Centrum Nederland, die als volgt zijn genummerd: D-046 tot en met D-051, D-084-1 tot en met D-085-4, D-284 tot en met D-297, D-299 tot en met D-312, D-314 tot en met D-319, D-321 tot en met D-326 en D-389 tot en met D-
  4. Dit betreffen geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart
  5. De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 3 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 3 ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige], d.d. 23 september 2011; - de facturen die als volgt zijn genummerd: D-004 tot en met D-008 en D-014 tot en met D-
  6. Dit betreffen geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart
  7. De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 4 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen: - de ambtsedige verklaring omzetbelasting, d.d. 4 oktober 2011, ter zake [verdachte] Koffie B.V., opgemaakt door [A], werkzaam als ambtenaar bij de Belastingdienst. Dit betreft een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - een overzicht van ‘datum/tijdstip ontvangen aangiften’ betreffende [verdachte] Koffie B.V., als bijlage opgenomen bij voornoemde ambtsedige verklaring omzetbelasting, d.d. 4 oktober
  8. Dit betreft een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de aangiften omzetbelasting van [verdachte] Koffie B.V. over het 1e kwartaal van 2008 (D-074, pagina 7), het 2e kwartaal van 2008 (D-074, pagina 8), het 3e kwartaal van 2008 (D-074, pagina 9), het 4e kwartaal van 2008 (D-074, pagina 10), het 1e kwartaal van 2009 (D-074, pagina 11), het 2e kwartaal van 2009 (D-074, pagina 12) en het 3e kwartaal van 2009 (D-074, pagina 13), met de daarbij behorende vertaaltabel. Deze aangiften en de vertaaltabel zijn als bijlagen opgenomen bij de ambtsedige verklaring omzetbelasting, d.d. 4 oktober 2011, en betreffen geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart
  9. De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 5 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen: - de ambtsedige verklaring omzetbelasting, d.d. 4 oktober 2011, ter zake de [naam] B.V. en [verdachte], opgemaakt door [A], werkzaam als ambtenaar bij de Belastingdienst. Dit betreft een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - een overzicht van ‘datum/tijdstip ontvangen aangiften’ betreffende de [naam] B.V. en [verdachte], als bijlage opgenomen bij voornoemde ambtsedige verklaring omzetbelasting, d.d. 4 oktober
  10. Dit betreft een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de aangiften omzetbelasting van de [naam] B.V. en [verdachte] over het 4e kwartaal van 2009 (D-075, pagina 7), het 1e kwartaal van 2010 (D-074, pagina 15), het 2e kwartaal van 2010 (D-075, pagina 8), het 3e kwartaal van 2010 (D-075, pagina 9), het 4e kwartaal van 2010 (D-075, pagina 10), het 1e kwartaal van 2011 (D-075, pagina 11) en het 2e kwartaal van 2011 (D-075, pagina 12), met de daarbij behorende vertaaltabel. Deze aangiften en de vertaaltabel zijn als bijlagen opgenomen bij de ambtsedige verklaring omzetbelasting, d.d. 4 oktober 2011, en betreffen geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart
  11. De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 6 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 6 ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen: - de facturen gericht aan dan wel afkomstig van [verdachte] Koffie B.V., die als volgt zijn genummerd: D-167 tot en met D-172, D-219, D-222, D-225 tot en met D-249, D-251, D-253, D-255, D-256, D-258, D-260 tot en met D-262, D-264 tot en met D-271, D-273 tot en met D-278, D-280, D-281, D-283, D-328 tot en met D-335, D-337, D-339, D-341, D-343, D-345, D-347, D-349, D-351, D-353, D-355, D-357, D-359 tot en met D-369, D-371 tot en met D-377, D-379 en D-
  12. Dit betreffen geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart
  13. De bewijsmiddelen ten aanzien van feit 7 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 7 ten laste gelegde heeft begaan op grond van de volgende bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige], d.d. 23 september 2011; - de facturen die als volgt zijn genummerd: D-001 tot en met D-003 en D-010 tot en met D-
  14. Dit betreffen geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering; - de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart
  15. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
  16. op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 juli 2011 in de gemeente IJsselstein telkens opzettelijk 12 (te weten D-073, pag. 11, D-073, pag. 15, D-073, pag. 16, D-073, pag. 17, D-073, pag. 18, D-073, pag. 19, D-073, pag. 20, D-073, pag. 21, D-073, pag. 22, D-073, pag. 23, D-073, pag. 24 en D-073, pag. 25) bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften omzetbelasting over de tijdvakken van oktober 2007 tot en met december 2007 en van oktober 2008 tot en met juni 2011, ten name van de eenmanszaak [verdachte] (gedeeltelijk) onjuist heeft gedaan, immers heeft hij telkens opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljetten omzetbelasting over meerdere tijdvakken in de periode van oktober 2007 tot en met december 2007 en in de periode van oktober 2008 tot en met juni 2011 telkens een onjuist bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven en een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld, terwijl die feiten er telkens toe strekten dat te weinig belasting werd geheven; en op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 4 juli 2011 in de gemeente IJsselstein 12 ( te weten D-073, pag. 11, D-073, pag. 15, D-073, pag. 16, D-073, pag. 17, D-073, pag. 18, D-073, pag. 19, D-073, pag. 20, D-073, pag. 21, D-073, pag. 22, D-073, pag. 23, D-073, pag. 24 en D-073, pag. 25) bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiftebiljetten omzetbelasting ten name van de eenmanszaak [verdachte] over de tijdvakken oktober 2007 tot en met december 2007 en oktober 2008 tot en met juni 2011, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens heeft vervalst, immers heeft hij, verdachte, telkens valselijk en in strijd met de waarheid op de aangiften telkens een onjuist bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven en een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
  17. op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 oktober 2011 in de gemeente IJsselstein 67 in- en/of verkoopfacturen ten name van [X] gericht aan Koffiecentrum Nederland en/of van Koffiecentrum Nederland gericht aan diverse (buitenlandse) bedrijven, te weten; - D-046 tot en met D-051 en; - D-084-1 tot en met D-085-4 en; - D-284 tot en met D-297 en; - D-299 tot en met D-312 en; - D-314 tot en met D-319 en; - D-321 tot en met D-326 en; - D-389 tot en met D-401, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt, immers heeft hij, verdachte, telkens valselijk en in strijd met de waarheid op meerdere facturen gefingeerde inkopen door Koffiecentrum Nederland vermeld of gefingeerde verkopen door Koffiecentrum Nederland vermeld en gefingeerde bedragen vermeld, terwijl die in- en verkopen niet hebben plaatsgevonden, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
  18. op 4 november 2010 in de gemeente IJsselstein en/of de gemeente Noordwijk, als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, deze in valse vorm voor dit doel beschikbaar heeft gesteld en heeft doen stellen aan een ambtenaar van de Belastingdienst, immers heeft genoemde verdachte alstoen aldaar opzettelijk valse inkoopfacturen ten name van [X] gericht aan Koffiecentrum Nederland (D-004 tot en met D-008) en valse verkoopfacturen van Koffiecentrum Nederland gericht aan diverse buitenlandse bedrijven (D-014 tot en met D-018) over het jaar 2009 aan een ambtenaar van de Belastingdienst ter beschikking gesteld en doen stellen, bestaande de valsheden hierin dat op die geschriften, in strijd met de waarheid, melding is gemaakt van inkopen gedaan door Koffiecentrum Nederland bij [X] en verkopen gedaan door Koffiecentrum Nederland aan diverse buitenlandse bedrijven, terwijl die in- en verkopen niet hebben plaatsgevonden;
  19. [verdachte] Koffie B.V. op tijdstippen gelegen in de periode van 1 april 2008 tot en met 30 september 2009 in de gemeente IJsselstein telkens opzettelijk 7 (te weten D-074, pag. 7, D-074, pag. 8, D-074, pag. 9, D-074, pag. 10, D-074, pag. 11, D-074, pag. 12, D-074, pag. 13) bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften omzetbelasting over de tijdvakken januari 2008 tot en met september 2009, ten name van [verdachte] Koffie B.V. (gedeeltelijk) onjuist heeft gedaan, immers heeft [verdachte] Koffie B.V. telkens opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljetten omzetbelasting over meerdere tijdvakken in de periode van januari 2008 tot en met september 2009 telkens een onjuist bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven en een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld, terwijl die feiten er telkens toe strekten dat te weinig belasting werd geheven, aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven; en [verdachte] Koffie B.V. op tijdstippen gelegen in de periode van 1 april 2008 tot en met 30 september 2009 in de gemeente IJsselstein 7 ( te weten D-074, pag. 7, D-074, pag. 8, D-074, pag. 9, D-074, pag. 10, D-074, pag. 11, D-074, pag. 12, D-074, pag. 13) bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften omzetbelasting over de tijdvakken januari 2008 tot en met september 2009, ten name van [verdachte] Koffie B.V., zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt, immers heeft [verdachte] Koffie B.V. telkens valselijk en in strijd met de waarheid op de aangiften telkens een onjuist bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven en een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld, zulks telkens met het oogmerk om dat geschriften als echt en onvervalst te gebruiken, aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven;
  20. [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. (deel uitmakende van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V.) op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 juli 2011 in de gemeente IJsselstein opzettelijk 7 (D-075, pag. 7, D-074, pag. 15, D-075, pag. 8, D-075, pag. 9, D-075, pag. 10, D-075, pag. 11, D-075, pag. 12) bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften omzetbelasting ten name van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V. over de tijdvakken oktober 2009 tot en met juni 2011 onjuist heeft gedaan en/of laten doen, immers heeft [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. telkens opzettelijk op de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljetten omzetbelasting over meerdere tijdvakken in de periode van oktober 2009 tot en met juni 2011 telkens een onjuist bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven/doen opgeven en een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld/doen invullen, terwijl die feiten er telkens toe strekten dat te weinig belasting werd geheven, aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven; en [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. (deel uitmakende van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V.) op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 juli 2011 in de gemeente IJsselstein 7 ( D-075, pag. 7, D-074, pag. 15, D-075, pag. 8, D-075, pag. 9, D-075, pag. 10, D-075, pag. 11, D-075, pag. 12) bij de belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiften omzetbelasting over de tijdvakken oktober 2009 tot en met juni 2011, ten name van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V., zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt en/of heeft doen opmaken, immers heeft/hebben [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. telkens valselijk en in strijd met de waarheid op de aangiften een onjuist bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven en een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, aan welke verboden gedragingen hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven;
  21. op tijdstippen gelegen in de periode van 1 april 2008 tot en met 5 oktober 2011 in de gemeente IJsselstein 97 in- en verkoopfacturen ten name van [X] gericht aan [verdachte] Koffie B.V. en/of van [verdachte] Koffie B.V. gericht aan diverse buitenlandse bedrijven, te weten: D-167 tot en met D-172, D-219, D-222, D-225 tot en met D-249, D-251, D-253, D-255, D-256, D-258, D-260 tot en met D-262, D-264 tot en met D-271, D-273 tot en met D-278, D-280, D-281, D-283, D-328 tot en met D-335, D-337, D-339, D-341, D-343, D-345, D-347, D-349, D-351, D-353, D-355, D-357, D-359 tot en met D-369, D-371 tot en met D-377, D-379 en D-381, zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, telkens valselijk heeft opgemaakt, immers heeft hij, verdachte, telkens valselijk en in strijd met de waarheid op meerdere facturen gefingeerde inkopen en gefingeerde verkopen en gefingeerde bedragen vermeld, terwijl die in- en verkopen niet hebben plaatsgevonden, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
  22. [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. (deel uitmakende van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V.) op 4 november 2010 in de gemeente IJsselstein en/of de gemeente Noordwijk telkens als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, deze in valse vorm voor dit doel beschikbaar heeft gesteld en heeft doen stellen aan een ambtenaar van de Belastingdienst, immers heeft [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. alstoen aldaar opzettelijk valse inkoopfacturen ten name van [X] gericht aan [verdachte] Koffie B.V. (D-001 tot en met D-003) en verkoopfacturen ten name van [verdachte] Koffie B.V. gericht aan diverse buitenlandse bedrijven (D-010 tot en met D-013), over het jaar 2009, aan een ambtenaar van de Belastingdienst ter beschikking gesteld en doen stellen, bestaande de valsheden hierin dat op die geschriften, in strijd met de waarheid, melding is gemaakt van inkopen gedaan door [verdachte] Koffie B.V. bij [X] en verkopen gedaan door [verdachte] Koffie B.V. aan diverse buitenlandse bedrijven, terwijl die in- en verkopen niet hebben plaatsgevonden, aan welke verboden gedraging hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar als Feit 1: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd en valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; Feit 2: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; Feit 3: ingevolge de belastingwet verplicht zijnde boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, deze voor dit doel opzettelijk in valse of vervalste vorm beschikbaar stellen; Feit 4 en 5: telkens, opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd; Feit 6: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; Feit 7: ingevolge de belastingwet verplicht zijnde boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, deze voor dit doel opzettelijk in valse of vervalste vorm beschikbaar stellen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan het feit feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1 De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 34 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft betoogd dat, gelet op het feit dat verdachte first offender is, hij meegewerkt heeft aan het onderzoek en gelet op zijn persoonlijke omstandigheden kan worden volstaan met het opleggen van een werkstraf voor de maximale duur al dan niet gekoppeld aan een (hoge) voorwaardelijke gevangenisstraf met een maximale proeftijd. Voorts heeft de verdediging naar voren gebracht dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn en dat om die reden strafvermindering moet worden toegepast. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich gedurende een periode van circa drie jaren schuldig gemaakt aan grootschalige BTW-fraude. In dat verband heeft hij een groot aantal facturen vervalst en onjuiste belastingaangiften gedaan. Door het niet doen van een juiste aangifte (omzetbelasting) is de belastingdienst niet in staat geweest juiste belastingverplichtingen vast te stellen en aanslagen op te leggen. De goede werking van het systeem voor de heffing van omzetbelasting staat of valt bij de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van facturen. Indien facturen worden opgesteld dan wel gebruikt, die niet stroken met de werkelijkheid, wordt het systeem van de heffing van omzetbelasting volledig ondergraven. Dit doet afbreuk aan de belastingmoraal en brengt de overheid en daarmee de gehele samenleving nadeel toe. Verdachte is op een geraffineerde wijze te werk gegaan. Om te voorkomen dat de fraude aan het licht zou komen, is verdachte steeds verder gegaan in het vals opmaken van documenten. Zelfs toen door de belastingdienst een onderzoek werd ingesteld naar verdachtes administratie, is verdachte nog maandenlang op een schaamteloze wijze doorgegaan met het indienen van valse aangiften omzetbelasting en het opmaken van valse documenten. De rechtbank neemt verdachte dit bijzonder kwalijk. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gelet op straffen die in soortgelijke zaken, met een vergelijkbaar benadelingsbedrag, worden opgelegd. De rechtbank gaat daarbij uit van een benadelingsbedrag van € 1.380.000,
  23. Het in het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde uitgangspunt bij fraude met een benadelingsbedrag van € 1.000.000,- en hoger is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van ten minste 24 maanden. Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, waaronder in het bijzonder de omvang en de duur van de fraude, en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Niet kan worden volstaan met een andere straf dan een straf die vrijheidsbeneming met zich brengt. Voor een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een werkstraf, zoals door de verdediging is verzocht, ziet de rechtbank dan ook geen ruimte. Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld, hij heeft meegewerkt aan het onderzoek en daarbij openheid van zaken heeft gegeven. De rechtbank rekent het verdachte daarentegen aan dat hij gedurende ruim drie jaren heeft gefraudeerd en daartoe frequent de benodigde documenten heeft vervalst. Verdachte ziet daarbij het kwalijke van zijn handelen en het feit dat hij de Staat voor een zeer omvangrijk bedrag heeft benadeeld, onvoldoende in. Gelet hierop acht de rechtbank het passend de gevangenisstraf deels voorwaardelijk op te leggen, in de hoop dat dit verdachte ervan weerhoudt opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 31 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden. De rechtbank betrekt echter bij haar oordeel dat de redelijke termijn, waarbinnen de strafzaak moest zijn behandeld, is overschreden. De rechtbank heeft als aanvangsdatum van de redelijke termijn de datum van de inverzekeringstelling van verdachte, te weten 5 oktober 2011, genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een dermate omvangrijk of ingewikkeld dossier dat dit de termijn waarbinnen de zaak ter zitting is aangebracht, rechtvaardigt. De redelijke termijn is overschreden met ruim 5 maanden. Als maatstaf voor de vermindering van de op te leggen straf hanteert de rechtbank het uitgangspunt van om en nabij de vijf procent (Hoge Raad 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578). Gelet op vorenstaande zal de rechtbank het aan verdachte op te leggen onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf matigen tot 20 maanden. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 51, 57, 225 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10Beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: Feit 1: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd en valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; Feit 2: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; Feit 3: ingevolge de belastingwet verplicht zijnde boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, deze voor dit doel opzettelijk in valse of vervalste vorm beschikbaar stellen; Feit 4 en 5: telkens, opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd; Feit 6: valsheid in geschrift, meermalen gepleegd; Feit 7: ingevolge de belastingwet verplicht zijnde boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, deze voor dit doel opzettelijk in valse of vervalste vorm beschikbaar stellen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij aan het feit feitelijk leiding heeft gegeven, meermalen gepleegd. - verklaart verdachte strafbaar; Straf - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren; - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf. Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. den Otter, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 maart
  24. Mr. Van Dam is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE : De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat
  25. hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 juli 2011 in de gemeente IJsselstein en/of Heerlen en/of Apeldoorn, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk 12 (te weten D-073, pag. 11, D-073, pag. 15, D-073, pag. 16, D-073, pag. 17, D-073, pag. 18, D-073, pag. 19, D-073, pag. 20, D-073, pag. 21, D-073, pag. 22, D-073, pag. 23, D-073, pag. 24 en D-073, pag. 25), althans een of meerdere, althans een (groot) aantal bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) omzetbelasting over het/de tijdvak(ken) van oktober 2007 tot en met december 2007 en/of van oktober 2008 tot en met juni 2011, althans over enig(e) tijdvak(ken)(maand en/of kwartaal) in de periode van oktober 2007 tot en met december 2007 en/of in de periode van oktober 2008 tot en met juni 2011 ten name van (de eenmanszaak) [verdachte] (gedeeltelijk) onjuist of onvolledig heeft gedaan en/of laten doen, immers heeft hij (telkens) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over een of meerdere tijdvak(ken) in de periode van oktober 2007 tot en met december 2007 en/of in de periode van oktober 2008 tot en met juni 2011 (telkens) een onjuist, althans te hoog bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven/doen (laten) opgeven en/of een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld/doen (laten) invullen, althans (telkens) een te laag bedrag aan te betalen belasting opgegeven/doen (laten) opgeven, terwijl dat feit/die feiten er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven; de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; en/of hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 juli 2011 in de gemeente IJsselstein, althans in Nederland, (telkens) 12 (te weten D-073, pag. 11, D-073, pag. 15, D-073, pag. 16, D-073, pag. 17, D-073, pag. 18, D-073, pag. 19, D-073, pag. 20, D-073, pag. 21, D-073, pag. 22, D-073, pag. 23, D-073, pag. 24 en D-073, pag. 25), althans een of meerdere, althans een (groot) aantal bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten aangiftebiljet(ten) omzetbelasting ten name van (de eenmanszaak) [verdachte] over het/de tijdvak(ken) oktober 2007 tot en met december 2007 en/of oktober 2008 tot en met juni 2011, althans over enig(e) tijdvak(ken)(maand en/of kwartaal) in de periode van oktober 2007 tot en met december 2007 en/of in de periode van oktober 2008 tot en met juni 2011, (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst en/of valselijk heeft doen (laten) opmaken en/of doen (laten) vervalsen, immers heeft hij, verdachte, (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op de aangifte(n) (telkens) een onjuist, althans te hoog bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven/doen (laten) opgeven en/of een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld/doen (laten) invullen, althans (telkens) een te laag bedrag aan te betalen belasting opgegeven/doen (laten) opgeven, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; art. 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht en/of art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen
  26. hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 5 oktober 2011 in de gemeente IJsselstein, althans in Nederland, 67, althans een of meerdere, althans een (groot) aantal in- en/of verkoopfactu(u)r(en) ten name van [X] gericht aan Koffiecentrum Nederland en/of van Koffiecentrum Nederland gericht aan diverse (buitenlandse) bedrijven, te weten; -D-046 tot en met D-051 en/of; -D-84-1 tot en met D-085-4 en/of; -D-284 tot en met D-297 en/of; -D-299 tot en met D-312 en/of; -D-314 tot en met D-319 en/of; -D-321 tot en met D-326 en/of; -D-389 tot en met D-401, (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst en/of doen (laten) opmaken en/of doen (laten) vervalsen, immers heeft hij, verdachte, (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op een of meerdere factu(u)r(en) (gefingeerde) inkopen door Koffiecentrum Nederland en/of [verdachte] vermeld en/of (gefingeerde) verkopen door Koffiecentrum Nederland en/of [verdachte] vermeld en/of (een) gefingeerd(e) bedrag(en) vermeld en/of doen (laten) vermelden, terwijl die in- en/of verkopen niet hebben plaatsgevonden, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalste te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht
  27. hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 november 2010 tot en met 30 november 2010, althans in 2010, in de gemeente IJsselstein en/of de gemeente Noordwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) als degene die ingevolge de belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, deze in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of heeft/hebben doen (laten) stellen aan (een) ambtena(a)r(en) van de Belastingdienst, immers heeft/hebben genoemde verdachte en/of zijn mededader(s) alstoen aldaar opzettelijk (een) valse en/of vervalste inkoopfactu(u)r(en) ten name van [X] gericht aan Koffiecentrum Nederland (D-004 tot en met D-008) en/of (een) valse en/of vervalste verkoopfactu(u)r(en) van Koffiecentrum Nederland, gericht aan diverse (buitenlandse) bedrijven (D-014 tot en met D-018) over het jaar 2009 aan (een) ambtena(a)r(en) van de Belastingdienst ter beschikking gesteld en/of doen (laten) stellen, bestaande de valsheid/valsheden hierin dat op dat/die geschrift(en), in strijd met de waarheid, melding is gemaakt van inkopen gedaan door Koffiecentrum Nederland en/of [verdachte] bij [X] en/of verkopen gedaan door Koffiecentrum Nederland en/of [verdachte] aan diverse (buitenlandse) bedrijven, terwijl die in- en/of verkopen niet hebben plaatsgevonden; de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen art 68 lid 1 ahf/ond c Algemene wet inzake rijksbelastingen
  28. [verdachte] Koffie B.V. op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en met 30 september 2009 in de gemeente IJsselstein en/of de gemeente Heerlen en/of de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) opzettelijk 7 (te weten D-074, pag. 7, D-074, pag. 8, D-074, pag. 9, D-074, pag. 10, D-074, pag. 11, D-074, pag. 12, D-074, pag. 13), althans een of meerdere, althans een (groot) aantal bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) omzetbelasting over het/de tijdvak(ken) januari 2008 tot en met september 2009, althans over enig(e) tijdvak(ken)(maand en/of kwartaal) in de periode van januari 2008 tot en met september 2009 ten name van [verdachte] Koffie B.V. (gedeeltelijk) onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of laten doen, immers heeft/hebben [verdachte] Koffie B.V. en/of haar mededader(s) (telkens) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over een of meerdere tijdvak(ken) in de periode van januari 2008 tot en met september 2009 (telkens) een onjuist, althans te hoog bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven/doen (laten) opgeven en/of een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld/doen (laten) invullen, althans (telkens) een te laag bedrag aan te betalen belasting opgegeven/doen (laten) opgeven, terwijl dat feit/die feiten er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven; de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; en/of [verdachte] Koffie B.V. op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en met 30 september 2009 in de gemeente IJsselstein, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) 7 (te weten D-074, pag. 7, D-074, pag. 8, D-074, pag. 9, D-074, pag. 10, D-074, pag. 11, D-074, pag. 12, D-074, pag. 13), althans een of meerdere, althans een (groot) aantal bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) omzetbelasting over het/de tijdvak(ken) januari 2008 tot en met september 2009, althans over enig(e) tijdvak(ken)(maand en/of kwartaal) in de periode van januari 2008 tot en met september 2009, ten name van [verdachte] Koffie B.V., (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben valselijk doen (laten) opmaken en/of doen (laten) vervalsen, immers heeft/hebben [verdachte] Koffie B.V. en/of haar mededader(s) (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op de aangifte(n) (telkens) een onjuist, althans te hoog bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven en/of doen (laten) opgeven en/of een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld en/of doen (laten) invullen, althans (telkens) een te laag bedrag aan te betalen belasting opgegeven en/of doen (laten) opgeven, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven. art. 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht en/of art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen
  29. [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. (deel uitmakende van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V.) op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 juli 2011 in de gemeente IJsselstein en/of de gemeente Heerlen en/of de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen; (telkens) opzettelijk 7 (D-075, pag. 7, D-074, pag. 15, D-075, pag. 8, D-075, pag. 9, D-075, pag. 10, D-075, pag. 11, D-075, pag. 12), althans een of meerdere, althans een (groot) aantal bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) omzetbelasting ten name van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V. over het/de tijdvak(ken) oktober 2009 tot en met juni 2011, althans over enig(e) tijdvak(ken)(maand en/of kwartaal) in de periode van oktober 2009 tot en met juni 2011 (gedeeltelijk) onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan en/of laten doen, immers heeft/hebben [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. en/of haar/hun mededader(s) (telkens) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over een of meerdere tijdvak(ken) in de periode van oktober 2009 tot en met juni 2011 (telkens) een onjuist, althans te hoog bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven/doen (laten) opgeven en/of een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld/doen (laten) invullen, althans (telkens) een te laag bedrag aan te betalen belasting opgegeven/doen (laten) opgeven, terwijl dat feit/die feiten er (telkens) toe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven, aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven; de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; en/of [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. (deel uitmakende van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V.) op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 juli 2011 in de gemeente IJsselstein en/of de gemeente Heerlen en/of de gemeente Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen; (telkens) 7 (D-075, pag. 7, D-074, pag. 15, D-075, pag. 8, D-075, pag. 9, D-075, pag. 10, D-075, pag. 11, D-075, pag. 12), althans een of meerdere, althans een (groot) aantal bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) omzetbelasting over het/de tijdvak(ken) oktober 2009 tot en met juni 2011, althans over enig(e) tijdvak(ken)(maand en/of kwartaal) in de periode van oktober 2009 tot en met juni 2011, ten name van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V., (elk) zijnde (een ) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben doen opmaken en/of heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben doen vervalsen, immers heeft/hebben [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. en/of haar/hun mededader(s), (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op de aangifte(n) (telkens) een onjuist, althans te hoog bedrag aan voorbelasting/te vorderen omzetbelasting opgegeven en/of een te hoog terug te vragen geldbedrag ingevuld, althans (telkens) een te laag bedrag aan te betalen belasting opgegeven, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven. art. 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht en/of art 68 lid 1 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen
  30. hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en met 5 oktober 2011 in de gemeente IJsselstein, althans in Nederland, 97, althans een of meerdere, althans een (groot) aantal in- en verkoopfactu(u)r(en) ten name van [X] gericht aan [verdachte] Koffie B.V. en/of van [verdachte] Koffie B.V. gericht aan diverse (buitenlandse) bedrijven, te weten; D-167 tot en met D-172, D-219, D-222, D-225 tot en met D-249, D-251, D-253, D-255, D-256, D-258, D-260 tot en met D-262, D-264 tot en met D-271, D-273 tot en met D-278, D-280, D-281, D-283, D-328 tot en met D-335, D-337, D-339, D-341, D-343, D-345, D-347, D-349, D-351, D-353, D-355, D-357, D-359 tot en met D-369, D-371 tot en met D-377, D-379 en D-381, (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, immers heeft hij, verdachte, (telkens) valselijk en in strijd met de waarheid op een of meerdere factu(u)r(en) (gefingeerde) inkopen en/of (gefingeerde) verkopen en/of (een) gefingeerd(e) bedrag(en) vermeld en/of doen (laten) vermelden, terwijl die in- en verkopen niet hebben plaatsgevonden, zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalste te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht
  31. [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. (deel uitmakende van de [naam] B.V. en [verdachte] Koffie B.V.) op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 november 2010 tot en met 30 november 2010, althans in 2010 in de gemeente IJsselstein en/of de gemeente Noordwijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) als degene(n) die ingevolge de belastingwet verplicht waren/was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, deze in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of heeft/hebben doen stellen aan (een) ambtena(a)r(en) van de Belastingdienst, immers heeft/hebben [naam] B.V. en/of [verdachte] Koffie B.V. en/of haar/hun mededader(s) alstoen aldaar opzettelijk (een) valse en/of vervalste inkoopfactu(u)r(en) ten name van [X] gericht aan [verdachte] Koffie B.V. (D-001 tot en met D-003) en/of verkoopfactu(u)r(en) ten name van [verdachte] Koffie B.V. gericht aan diverse (buitenlandse) bedrijven (D-010 tot en met D-013), over het jaar 2009, aan (een) ambtena(a)r(en) van de Belastingdienst ter beschikking gesteld en/of doen (laten) stellen, bestaande de valsheid /valsheden hierin dat op dat/die geschrift(en), in strijd met de waarheid, melding is gemaakt van inkopen gedaan door [verdachte] Koffie B.V. bij [X] en/of verkopen gedaan door [verdachte] Koffie B.V. aan diverse (buitenlandse) bedrijven, terwijl die in- en/of verkopen niet hebben plaatsgevonden, aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven; de in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen art 68 lid 1 ahf/ond c Algemene wet inzake rijksbelastingen art 51 lid 2 ahf/ond 2° Wetboek van Strafrecht Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende proces-verbaal, dossiernummer 49196 (pagina 1 tot en met 926) en het overzichtsproces-verbaal (pagina 1 tot en met 90), bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Pagina
  32. Pagina
  33. Pagina
  34. Pagina
  35. Pagina
  36. Pagina
  37. Pagina
  38. Pagina
  39. Pagina
  40. Pagina
  41. Pagina
  42. Pagina
  43. Pagina
  44. Pagina
  45. Pagina
  46. Pagina
  47. Pagina
  48. Pagina 438 tot en met
  49. Pagina 538 tot en met
  50. Pagina 799 tot en met
  51. Pagina 813 tot en met
  52. Pagina 827 tot en met
  53. Pagina 833 tot en met
  54. Pagina 890 tot en met
  55. Pagina 283 tot en met
  56. Pagina 382 tot en met
  57. Pagina 392 tot en met
  58. Pagina
  59. Pagina
  60. Pagina
  61. Pagina
  62. Pagina
  63. Pagina
  64. Pagina
  65. Pagina
  66. Pagina
  67. Pagina
  68. Pagina
  69. Pagina
  70. Pagina
  71. Pagina
  72. Pagina
  73. Pagina
  74. Pagina
  75. Pagina
  76. Pagina
  77. Pagina
  78. Pagina
  79. Pagina
  80. Pagina
  81. Pagina
  82. Pagina 687 tot en met
  83. Pagina
  84. Pagina
  85. Pagina 745 tot en met
  86. Pagina
  87. Pagina
  88. Pagina
  89. Pagina
  90. Pagina
  91. Pagina 775 tot en met
  92. Pagina 778 tot en met
  93. Pagina 787 tot en met
  94. Pagina 794 en
  95. Pagina 796 en
  96. Pagina
  97. Pagina 839 tot en met
  98. Pagina
  99. Pagina
  100. Pagina
  101. Pagina
  102. Pagina
  103. Pagina
  104. Pagina
  105. Pagina
  106. Pagina
  107. Pagina
  108. Pagina
  109. Pagina 869 tot en met
  110. Pagina 880 tot en met
  111. Pagina
  112. Pagina
  113. Pagina 283 tot en met
  114. Pagina 379 tot en met
  115. Pagina 388 tot en met 391.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.