RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/661289-14 (P) vonnis van de meervoudige strafkamer van 10 juli 2014 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [woonplaats], Polen, op [1978], wonende te [adres], [woonplaats], Polen. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 juni
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw, mr. E.L. Robert, advocaat te Utrecht, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1: samen met een ander opzettelijk 330 XTC pillen binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht door de pillen in een personenauto naar Nederland te vervoeren en/of samen met een ander opzettelijk 330 XTC pillen heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd; Feit 2: samen met een ander opzettelijk 415 gram hashish binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht door de hashish in een personenauto naar Nederland te vervoeren en/of samen met een ander opzettelijk 415 gram hashish heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd; Feit 3: zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het witwassen van geldbedragen van respectievelijk € 7.000,-- en € 3.000,--. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie Op basis van de stukken zoals die zich in het dossier bevinden kan volgens de officier van justitie niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij heeft dan ook verzocht verdachte vrij te spreken. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is net als de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen, zodat vrijspraak moet volgen. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem tenlastegelegde feiten heeft begaan en zal hem dan ook vrijspreken. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat zich verdovende middelen in de auto van medeverdachte [medeverdachte] bevonden, toen hij met hem meereed naar Nederland. Medeverdachte [medeverdachte] heeft de lezing van verdachte bevestigd en ook overigens is niet vast te stellen dat het anders is gegaan. Ten aanzien van het aangetroffen geldbedrag van € 7.000,-- heeft verdachte verklaard dat dit van hem is. Hij heeft een aannemelijke verklaring gegeven voor de herkomst van dit geld, te weten dat dit geld afkomstig is van zijn vriendin die een eigen onderneming drijft. Verdachte heeft met bankafschriften deugdelijk onderbouwd dat zijn vriendin inderdaad over ruime financiële middelen beschikt. Gelet hierop kan niet worden vastgesteld dat het geld van enig misdrijf afkomstig is. 5De beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Dit vonnis is gewezen door mr. R.L.M. van Opstal, voorzitter, mrs. M.C. Oostendorp en E.M. de Stigter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.M. Maase-Raedts, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 juli
- BIJLAGE : De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat
- hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 330 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA/MDA (XTC), zijnde MDMA/MDA een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst I, immers heeft hij verdachte en / of zijn mededader(s)opzettelijk de XTC pillen voornoemd in een personenauto vervoerd naar Nederland; en/of hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Woudenberg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 330 XTC pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;
- hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 415 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hashish), zijnde hashish een middel vermeld op de bij die wet behorende lijst II, immers heeft hij, verdachte en / of zijn mededader(s) opzettelijk de hennep/hashish voornoemd in een personenauto vervoerd naar Nederland; en/of hij op of omstreeks 19 maart 2014 te Woudenberg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 415 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 2;
- hij op of omstreeks 19 maart 2014, te Woudenberg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een geldbedrag van ongeveer 7000 euro en/of ongeveer 3000 euro, heeft/hebben verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten voornoemde geldbedrag(en) , gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit de handel in verdovende middelen, in elk geval uit enig misdrijf.