RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht parketnummer: 16/655011-13 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 april 2014 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1996] te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats], [adres] Raadsvrouw mr. V.C.Th. van ’t Westende Meeder, advocaat te Amersfoort 1Onderzoek van de zaak Op 20 december 2013 heeft de kinderrechter de zaak naar deze kamer verwezen. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 8 april 2014, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 22 oktober 2013 in Amersfoort samen met anderen in een woning heeft ingebroken. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen en de door verdachte ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde feit. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers van het proces-verbaal nummer 2013239338C. De door de rechtbank aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Nu verdachte het ten laste gelegde feit heeft bekend en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen gelet op: het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 oktober 2013, pagina 28 en 29; het proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 oktober 2013, pagina 30 en 31; het proces-verbaal van aangifte [aangever], pagina 75 en 76; het proces-verbaal van verhoor [aangever], pagina 78 t/m 81; het proces-verbaal van verhoor [aangever], pagina 107 en 108; het proces-verbaal van bevindingen, pagina 96; het proces-verbaal van bevindingen pagina 97, met bijlagen pagina 99 t/m 104; de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 8 april 2014; 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op 22 oktober 2013 te Amersfoort, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning aan de [adres], heeft weggenomen - laptops en - een hoeveelheid sieraden, te weten o.a. meerdere ringen en armbanden en een dasspeld en een ketting en een gouden hanger en - horloges, o.a. van het merk Casio en - de sleutel van voornoemde woning en sleutels behorende bij een personenauto, gekentekend [kenteken] en fietssleutels en - mobiele telefoons, merk Nokia en LG en - computersysteemkasten, merk HP en ACER en - een mp3 speler, merk Apple en - een tas, merk Bjorn Borg en - enig geldbedrag en - een koptelefoon, merk Sennheiser en - een mes, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak op een raam en inklimming; Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. 5De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op. diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming. 5.2 De strafbaarheid van verdachte De rechtbank heeft zich over de persoon van verdachte laten voorlichten door R.M.C. Hoogstraten, gezondheidszorg psycholoog, die op 6 maart 2014 een rapport heeft uitgebracht. Uit dit rapport blijkt dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een ouder-kind probleem, doordat sprake is van een parentificatie tussen moeder en zoon, een vader die niet in beeld is en een problematische relatie tussen verdachte en zijn stiefvader. Daarnaast is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte in de vorm van een lichte gedragsstoornis, die begonnen is in de adolescentie en een zwakbegaafd performale intelligentie. Voornoemde ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens waren aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde en waren (deels) van invloed op verdachtes gedragskeuzes en gedragingen op dat moment. Geadviseerd wordt om verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank neemt de voormelde conclusies over en maakt deze tot de hare. Nu uit het rapport of anderszins niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit, is verdachte strafbaar. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen: twee maanden jeugddetentie, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met daarbij als bijzondere voorwaarde de Maatregel Hulp en Steun; een leerstraf van 40 uur, te weten SoCool, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie; een werkstraf van 40 uur, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft bepleit om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn blanco strafblad. Voorts is de verdediging van mening dat een werkstraf verdachte zal overvragen, gelet op diens school, stage, dagbesteding en te voeren gesprekken met zijn begeleiders van de woongroep. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft samen met zijn medeverdachten ingebroken in een woning. Zij hebben eerst een breekijzer gestolen en na het voornemen om in te breken, een woning uitgezocht, zich ervan vergewist dat er niemand thuis was en geen alarm aanwezig was en daar vervolgens ingebroken. Daarbij is de gehele woning overhoop gehaald en een groot aantal waardevolle goederen en voorwerpen werden weggenomen. Verdachte heeft geen enkel respect getoond voor de eigendommen van een ander en heeft enkel en alleen aan zijn eigen financiële gewin gedacht. Dergelijke feiten maken een grote inbreuk op de privacy van de slachtoffers en zorgen daarnaast voor overlast en financiële schade. Voorts veroorzaken dergelijke feiten bij de slachtoffers, en ook in de maatschappij, gevoelens van onrust en onveiligheid. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Uit eerder genoemd rapport van R.M.C. Hoogstraten volgt – zakelijk weergegeven – dat betrokkene tot op heden benaderd is als een gemiddeld intelligente jongen. Hij is echter sterk overvraagd gezien zijn beperkte performale intelligentie. Betrokkene heeft hulp nodig op het vlak van het begrijpen van oorzaak en gevolg, het overzien van consequenties en op het terrein van handelingsvaardigheden in praktische situaties. Het advies is om betrokkene meer structuur en stapsgewijze begeleiding aan te bieden waarbij hij leert eerst na te denken en dan te handelen. De deskundige adviseert verdachte de Maatregel Hulp en Steun op de te leggen, uit te voeren door de William Schrikker Groep (WSG) en daarnaast de leerstraf SoCool. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 26 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.