RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht parketnummer: 16/661344-14 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 juli 2014 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1961] te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats], [adres] Raadsvrouw mr. D. van den Broek, advocaat te Utrecht 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 11 juli 2014, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: op 3 april 2014 een vuurwapen voorhanden heeft gehad; feit 2: op 3 april 2014 scherpe patronen/munitie voorhanden heeft gehad; feit 3: op 3 april 2014 in amfetamine heeft gehandeld dan wel deze voorhanden heeft gehad; feit 4: op 3 april 2014 hennep heeft geteeld, dan wel 111 hennepplanten voorhanden heeft gehad. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie Ten aanzien van het onder feit 3 tenlastegelegde kan volgens de officier van justitie niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte opzettelijk amfetamine heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, zodat verdachte dient hiervan vrijgesproken te worden. De officier van justitie acht voor het overige wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen en de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk amfetamine heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, zodat verdachte dient vrijgesproken te worden van dat deel van het onder 3 ten laste gelegde feit. De verdediging is voor het overige van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van de aan verdachte onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Nu verdachte de ten laste gelegde feiten heeft bekend en de verdediging geen vrijspraak heeft bepleit, volstaat de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen. De rechtbank acht de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen gelet op: de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 11 juli 2014; het proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 april 2014, pagina 31 en 32 van het einddossier 09smoke; het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, pagina 36 en 37 van het einddossier 09smoke; het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 4 april 2014, pagina 53 en 54 van het einddossier 09smoke; het proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 april 2014, pagina 112; het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 4 april 2014, pagina 122 en 123 van het einddossier 09smoke; het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 14 april 2014, pagina 124 en 125 van het einddossier 09smoke; het proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2014, pagina 130 en 131 van het einddossier 09smoke. Partiele vrijspraak feit 3 De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte opzettelijk amfetamine heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd. Het dossier bevat daartoe onvoldoende aanknopingspunten. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van dat deel van het onder 3 ten laste gelegde feit. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: feit 1 op 03 april 2014 te [plaats], een vuurwapen van categorie III, te weten een revolver (merk Dan Wesson 357 Magnum), voorhanden heeft gehad; feit 2 op 03 april 2014 te [plaats], voorhanden heeft gehad zes scherpe patronen (merk FPU, 367MAG), zijnde munitie in de zin van de Wet Wapens en Munitie van categorie III; feit 3 op 03 april 2014 te [plaats], opzettelijk aanwezig heeft gehad 402,94 gram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; feit 4 op 03 april 2014 te [plaats], opzettelijk heeft geteeld en bereid en bewerkt en verwerkt, in een pand aan [adres], 111 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II; De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van de feiten Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op. feit 1: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; feit 2: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot munitie van categorie III; feit 3: Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod; feit 4: Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod. 5.2 De strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen zij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen: 180 dagen gevangenisstraf, met aftrek, waarvan 159 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met daarbij de bijzondere voorwaarden verplicht reclasseringstoezicht, een meldplicht en het volgen van enkele gedragsinterventies; 240 uren werkstraf, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd aan de strafeis van de officier van justitie. De verdediging heeft daarbij verzocht om de werkstraf, gelet op de fulltime baan van verdachte, te matigen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en bijbehorende scherpe munitie. Voorts heeft verdachte – naar eigen zeggen voor eigen gebruik – een grote hoeveelheid amfetamine voorhanden gehad en had verdachte een hennepkwekerij. Het voorhanden hebben van vuurwapen met de daarbij behorende scherpe munitie levert gevaar op voor de maatschappij. De kans is aanwezig dat van deze wapens op gevaarzettende wijze gebruik kan worden gemaakt. Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan het gevaar van het ongecontroleerde bezit van wapens voor onze samenleving. Drugs zijn in het algemeen middelen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Het gebruik van dergelijke middelen veroorzaakt, mede door vaak daarmee gepaard gaand crimineel gedrag, onrust en schade in de samenleving. Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het navolgende. Verdachte is blijkens een hem betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 30 mei 2014 niet eerder in aanraking gekomen met justitie. De rechtbank weegt dit ten gunste van de verdachte mee bij de strafoplegging. Verdachte heeft vanaf zijn aanhouding meegewerkt aan het opsporingsonderzoek en openheid van zaken gegeven. Ook deze omstandigheid weegt de rechtbank ten gunste van verdachte mee bij de straftoemeting. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het reclasseringsadvies van Victas d.d. 1 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.