RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht parketnummer: 16/703246-13 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 augustus 2014 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [2001] te [geboorteplaats], Somalië wonende te [woonplaats], [adres] raadsman mr. J.A.P.F. Hoens, advocaat te Utrecht 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen van 26 mei 2014 en 11 augustus 2014, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 28 november 2013 [slachtoffer] heeft verkracht dan wel ontuchtige handelingen met haar heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit seksueel binnendringen, terwijl zij toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt; 3De voorvragen De raadsman heeft verzocht het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren omdat: verdachte op grond van artikel 486 van het Wetboek van Strafvordering niet vervolgd kan worden. Gelet op de bevindingen van de gedragsdeskundigen kan immers gesteld worden dat verdachte jonger is dan 12 jaar; bij het voorbereidende onderzoek de belangen van verdachte door de politie en justitie op grove wijze zijn veronachtzaamd op de navolgende punten: 1. er is op geen enkele wijze serieus onderzoek(op tegenspraak) gedaan naar een mogelijke andere dader. Van begin af aan is alleen verdachte als dader in het procesdossier naar voren gekomen; 2. de door verdachte genoemde getuigen zijn niet direct na het incident gehoord, waardoor het voor verdachte moeilijk tot onmogelijk is geworden een belangrijk onderdeel van zijn verklaring met verklaringen van getuigen te onderbouwen; 3. de verdediging is uitsluitend in kennis gesteld van hetgeen volgens politie en justitie belastend was voor verdachte, ontlastend materiaal werd buiten het dossier gehouden. Tevens werd de verdediging voorafgaand aan het tweede studioverhoor een DNA-rapport onthouden; 4. tijdens het tweede studioverhoor is verdachte geconfronteerd met misleidende interpretatie van NFI-bevindingen en is hij (op misleidende wijze) onder druk gezet; 5. bij het tonen van foto’s aan [slachtoffer] is slechts gebruikt gemaakt van een tweetal foto’s en is geen gebruik gemaakt van een meervoudige fotoconfrontatie; 6. [slachtoffer] is alleen beschermend verhoord en is niet geconfronteerd met tegenstrijdigheden in haar verklaring; 7. de aanvullende vragen van de verdediging betreffende het FPKM-rapport zijn door de officier van justitie niet doorgeleid naar de betreffende deskundige; 8. er is in de onderhavige zaak geen nader onderzoek gedaan naar/op de door [slachtoffer] genoemde plaats delict. De rechtbank overweegt als volgt: De leeftijd van verdachte Het dossier bevat geen aanknopingspunten waaruit zou moeten blijken dat verdachte ten tijde van het delict jonger dan 12 jaar was. Het gegeven dat verdachte achterloopt in zijn (motorische) ontwikkeling en klein van stuk is maakt nog niet dat hij ten tijde van het delict jonger dan 12 jaar was. De psychiater Schiphorst geeft te kennen dat verdachte conform zijn kalenderleeftijd in lichamelijk opzicht in de puberteit begint te komen. Voorts verklaart de oom/vader van verdachte dat verdachte in het voorjaar van 2001 geboren is. Belangen van verdachte 1. Het uitvoeren van een zogenaamd onderzoek op tegenspraak is geen wettelijk vereiste en betreft een beslissing die in handen is van het Openbaar Ministerie. Of een dergelijk onderzoek geïndiceerd is, is niet ter beslissing aan de rechtbank. Voorts is niet gebleken van een concreet alternatief scenario op basis waarvan een dergelijk onderzoek mogelijk geïndiceerd zou zijn. 2. Verdachte heeft pas op 4 december 2014 twee voornamen en een omschrijving gegeven van de jongens met wie hij voetbalde. Na onderzoek naar de identiteit van de bedoelde jongens zijn eerst hun ouders benaderd en zijn vervolgens de betreffende jongen(
(300)is opgeteld bij de gedeclareerde reis- en parkeerkosten: € 84,00 respectievelijk € 34,06. De rechtbank stelt het bedrag betreffende de reis- en parkeerkosten derhalve op € 118,06. De gevorderde kosten ter zake kleding (€ 115,50), Hepatitis B vaccinaties (€ 109,35) en de reis- en parkeerkosten (€ 118,06), zijn door de verdediging niet betwist, de rechtbank zal deze bedragen derhalve toewijzen. Ten aanzien van de kosten betreffende de aanschaf van een telefoon en een laptop is onvoldoende gebleken van een direct causaal verband met het ten laste gelegde feit. De raadsman heeft een voorschot op de immateriële schade verzocht, nu nog niet duidelijk is of en welke gevolgen het slachtoffer in de toekomst nog zal ondervinden ten gevolge van het ten laste gelegde feit. De rechtbank heeft bij het bepalen van het voorschot betreffende de geleden immateriële schade gelet op enerzijds de ernst van het feit en de daarmee voor het slachtoffer gepaarde gevolgen en anderzijds op de jonge leeftijd van zowel verdachte als het slachtoffer. De rechtbank stelt het voorschot van de door [slachtoffer] geleden immateriële schade in redelijkheid vast op € 1.500,00. Voornoemde kosten zijn een rechtstreeks gevolg van het tenlastegelegde feit. Gezien de leeftijd van verdachte acht de rechtbank Stichting NIDOS, die de voogdij heeft over verdachte, op grond van artikel 6:169 BW aansprakelijk voor die schade. Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt zodat de rechtbank de vordering tot een bedrag van € 1.842,91 zal toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf 28 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening. Op grond van artikel 361 lid 5 Sv zal de Stichting NIDOS de betreffende schade moeten vergoeden. Ten aanzien van het meer gevorderde verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering, omdat de behandeling van de vordering in zoverre een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen. Voorts zal NIDOS worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken. 8Het beslag De verdediging heeft verzocht de onder verdachte in beslaggenomen jas en twee paar schoenen aan verdachte terug te geven. De officier van justitie heeft, met het oog op forensisch onderzoek, gevorderd het beslag op voornoemde goederen te handhaven dit in afwachting van een eindbeslissing, dan wel een eventueel in te stellen hoger beroep in deze zaak. De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden, aangezien het strafvorderlijk belang zich tegen teruggave op dit moment verzet. 9De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 77a, 77g, 77h, 77i. 77x, 77y, 77z, 77aa, 77za en 242 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: primair: verkrachting. Strafoplegging veroordeelt verdachte tot: - een jeugddetentie van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar; De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 jaren de navolgende (bijzondere) voorwaarde(
- n)niet is nagekomen: - stelt als algemene voorwaarden dat veroordeelde: * zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; * ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; * medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. - stelt als bijzondere voorwaarden dat veroordeelde: * zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die in het kader van Toezicht en Begeleiding, waarvan drie maanden ITB Criem, worden gegeven door of namens Bureau Jeugdzorg, ook als dat inhoudt dat veroordeelde: - deel zal nemen aan de speltherapie bij de Polikliniek Intermetzo Zonnehuizen; * gedurende het eerste jaar van de proeftijd op geen enkele wijze, zowel direct als indirect, contact zal zoeken en/of opnemen met [slachtoffer]; * zich gedurende het eerste jaar van de proeftijd – of zoveel korter als Bureau Jeugdzorg dat geïndiceerd acht indien de familie [familie] voortijdig verhuist - op woensdagen en zondagen niet zal begeven en/of bevinden in het gebied, omvattende het schoolplein van de [school], gelegen aan de [adres] te [woonplaats], het schoolplein van [school], gelegen aan de [adres] te [woonplaats] en de bij voornoemde scholen gelegen voetbalkooi. Geeft aan genoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde jeugddetentie. Dadelijk uitvoerbaar Beveelt dat de hierboven gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn. - een leerstraf, te weten de gedragsinterventie Respect Limits Extra Plus van 40 uren; - beveelt dat indien verdachte de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 20 dagen; Benadeelde partij - veroordeelt de Stichting NIDOS, zijnde de voogd van verdachte, tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], van € 1.842,91, waarvan € 342,91 ter zake van materiële schade en € 1.500,00 ter zake van immateriële schade en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 28 november 2013 tot aan de dag der algehele voldoening. - veroordeelt de Stichting NIDOS in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht; Beslag - gelast - nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden - de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: - 2 paar schoenen, - een jas. Voorlopige hechtenis Heft het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op. Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. Z.J. Oosting en mr. J.M. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van G. van Engelenburg, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 augustus 2014. Mr. Z.J. Oosting is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat Primair hij op of omstreeks 28 november 2013 te Nieuwegein, althans in het arrondissement Midden –Nederland door geweld en/of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld en/of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam immers heeft hij, verdachte zijn penis (met kracht) en/of een stokje, althans een voorwerp in de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] geduwd en/of (in)gebracht en/of (vervolgens) (heen en weer) bewogen en bestaande dat geweld en/of die andere feitlijkhe(i)d(
- en)en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(
- en)hierin dat hij, verdachte die [slachtoffer] mee heeft genomen/getrokken/geduwd naar de speeltuin en/of de bosjes en/of heeft vastgepakt/vastgegrepen en/of (vervolgens) de broek van voornoemde [slachtoffer] naar beneden heeft getrokken en/of gedaan en/of (vervolgens) zijn penis uit zijn broek heeft gehaald en/of die [slachtoffer] op haar buik heeft gelegd en/of op die [slachtoffer] is gaan liggen; subsidiair hij op of omstreeks 28 november 2013 te Nieuwegein, althans in het arrondissement Midden-Nederland met [slachtoffer] (geboren op [2003]), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt een of meer handeling(
- en)heeft gepleegd, die bestond(
- en)uit of mede bestond(
- en)uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis en/of een stokje, althans een voorwerp, in de vagina en/of anus en/of mond van voornoemde [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of (vervolgens) (heen en weer) bewogen; Proces-verbaal van aangifte [aangeefster], pagina 24, 28 t/m 32 en 35. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 november 2013, pagina 14 t/m 17. Studioverhoor [slachtoffer], verhoor 2, pagina 155 t/m 159, 162 en 164. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 november 2013, pagina 18. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige], pagina 83 en 84. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 december 2013, pagina 43; studioverhoor [slachtoffer], verhoor 3, pagina 167. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een rapport van het FPKM d.d. 13 december 2013, opgemaakt door J.A. Kortmann, forensisch arts, pagina 224. Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 6 december 2013, pagina 169 t/m 171. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten: een NFI rapport d.d. 4 februari 2014, opgemaakt door A.J. Slycke., pagina 265 en 266. Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, te weten een rapport van het TMFI, d.d. 6 augustus 2014, opgemaakt door P.J. Herbergs, forensisch DNA deskundige.