RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/997019-12 (ontneming) in de ontnemingszaak tegen [veroordeelde] geboren op [1991] te [geboorteplaats] wonende aan de [adres], [woonplaats] hierna: de veroordeelde. 1Deprocedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/997019-12 waaruit blijkt dat de veroordeelde op 31 januari 2014 door de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Midden-Nederland, zittingslocatie Utrecht, is veroordeeld voor -kort gezegd- handel in professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, tot de in die uitspraak vermelde straf; - het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel; en uit de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting. Tijdens de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting op 17 januari 2014 zijn de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsman, mr. S.J. Daniels, advocaat te Utrecht, gehoord. 2De vordering van de officier van justitie De vordering van de officier van justitie strekt tot het aan de veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van € 59.012,89. Bovengenoemd wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict. Op grond van de aangetroffen foto’s met bestellingen aangetroffen op de telefoon van medeveroordeelde [medeveroordeelde], is herleid wat de geleverde bestellingen van professioneel vuurwerk zijn geweest. Dit is ook gebleken uit de verklaringen van veroordeelde, de aangetroffen Whats’s-App gesprekken tussen veroordeelde en de medeveroordeelde, de gesprekken tussen de medeveroordeelde en getuige [getuige 1], de gesprekken tussen medeveroordeelde en getuige [getuige 2] en de verklaringen van een aantal afnemers. Het wederrechtelijk verkregen voordeel is als volgt berekend: hetgeen aan vuurwerk is ingekocht -/- het in beslag genomen vuurwerk = het totaal aan verkocht vuurwerk. Uit de bovengenoemde bestellijsten en de geselecteerde What’s-App gesprekken zijn de hoeveelheden en prijzen herleid en is de totale inkoop en totale verkoop berekend. De totale verkoopprijs -/- de totale inkoopprijs is de opbrengst uit de handel in professioneel vuurwerk geweest. Ten slotte zijn op de opbrengst de kosten in mindering gebracht hetgeen het wederrechtelijk verkregen voordeel voor veroordeelde oplevert. 3Het standpunt van de verdediging Als reactie op de vordering van de officier van justitie heeft de verdediging - samengevat - het volgende aangevoerd. Als verweer is aangevoerd dat in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel - kort gezegd - geen rekening is gehouden met dubbeltellingen door leveringen die niet zijn doorgegaan. Verder is er nog verweer gevoerd ten aanzien van de gehanteerde inkoopprijs. 4De beoordeling ALGEMEEN Naar het oordeel van de rechtbank heeft de officier van justitie voldoende aannemelijk gemaakt dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit de bewezenverklaarde feiten. Op grond van hetgeen door de verdediging is aangevoerd is niet gebleken dat er sprake is van dubbeltellingen door leveringen die niet zouden zijn doorgegaan. Ook overigens is bij de berekening van het verkochte vuurwerk uitgegaan van minimale aantallen en waar twijfel bestond is in het voordeel van de veroordeelde gerekend. De rechtbank gaat hier dan ook aan voorbij. Ten slotte maakt het enkele feit dat er incidenteel een afwijkende inkoopprijs is betaald, niet dat de inkoopprijs die in de berekening wordt gehanteerd, moet worden aangepast nu dit wordt gecompenseerd doordat de berekening in het voordeel van veroordeelde is opgesteld. De rechtbank gaat dan ook uit van de juistheid van de berekening in het rapport met inachtneming van het volgende. In het rapport is bij de berekening van het totaal ingekocht vuurwerk gerekend met de hoeveelheden kartons die zijn verkocht in plaats van ingekocht (zie pagina 10 van het rapport). De rechtbank zal in haar berekening van de totale inkoopprijs uitgaan van de hoeveelheden ingekochte kartons. DE BEREKENING Het strafdossier, het rapport en bovengenoemde overwegingen in acht nemend, komt de rechtbank tot de navolgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel: Het wederrechtelijk verkregen voordeel is als volgt berekend: Inkoop -/- in beslag genomen vuurwerk = totaal verkocht vuurwerk Aannemelijk is dat de aangetroffen foto’s met bestellingen aangetroffen op de telefoon van medeveroordeelde [medeveroordeelde], geleverde bestellingen van professioneel vuurwerk zijn geweest. Aan de hand van de aangetroffen bestellijsten is het aannemelijk dat er in ieder geval een omzet is geweest van € 191.920,00 en dat er 488 kartons Fenix en 103 kartons Cobra 6 zijn verkocht. Tevens is aannemelijk dat de aangetroffen bestellijsten maar een deel zijn van het totaal verkochte professionele vuurwerk. Er wordt in de Whats’s-App gesprekken tussen veroordeelde en getuige [getuige 2] gesproken over een omzet van € 250.000,00 per jaar en dat er 830 dozen nitraat en 140 dozen Cobra zijn verkocht. Voor de berekening is aannemelijk dat de volgende hoeveelheden kartons aan professioneel vuurwerk zijn ingekocht: - 835 kartons Nitraten - 135 kartons Cobra 6 - 15 kartons Shell
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.