RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/700340-14 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 1 september
(87)afbeeldingen, en gegevensdragers, te weten onder andere een computer merk Microstar, type Med en één laptop merk Dell, bevattende afbeeldingen - in bezit gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: het oraal en vaginaal penetreren met de penis van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of (een) vinger/hand en/of de mond/tong en het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en de borsten van een ander persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met (een) vinger/hand en de mond/tong en het door een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een dier en het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(
- en)die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(
- en)poseert/poseren met (een) voorwerp(
- en)en/of in (een) erotisch getinte houding(
- en)(op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of door het camerastandpunt en/of de onnatuurlijke pose en de uitsnede van de afbeelding(
- en)nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling en het houden van een penis bij het lichaam van een perso(o)n(
- en)die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt. 4. op 11 februari 2014 te Almere, gegevensdragers bevattende 465 afbeeldingen, in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn waarbij een mens en een dier zijn betrokken, welke ontuchtige handelingen bestonden uit - het door een dier oraal en vaginaal en anaal penetreren van het lichaam van een persoon en - het door een dier likken aan de geslachtsdelen en borsten van een persoon en - het door een persoon betasten en/of aanraken en het likken aan de geslachtsdelen van een persoon; 5. in de periode van 31 januari 2014 tot en met 6 februari 2014 in Nederland, een afbeelding van een gedraging, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de zestien jaar, heeft verstrekt aan de minderjarige [slachtoffer] geboren op [2002] , te weten een foto van zijn, verdachtes, geslachtsdeel in erecte toestand met zijn hand er omheen, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijs diende te vermoeden, dat die [slachtoffer] jonger is dan zestien jaar; 6. op 11 februari 2014 te Almere een busje pepperspray, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met weerloosmakende en/of traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als Feit 1 primair: Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Feit 2 en 3: Telkens, een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben. Feit 4: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben. Feit 5: Een voorwerp, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar. Feit 6: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte De rechtbank heeft kennis genomen van het Pro Justitia Rapport van 27 mei 2014 van mr. drs. R.A. Sterk, psycholoog. In dit rapport wordt – onder meer – geconstateerd dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de vorm van een obsessief-compulsieve stoornis, waarbij dwanggedachten rond seksualiteit op de voorgrond staan. Hiervan was sprake ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten. Dit beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. Geadviseerd wordt om verdachte voor de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten, indien bewezen, enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De rechtbank neemt voornoemde conclusies over en maakt die tot de hare. Overeenkomstig de inhoud van het rapport kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is. Er zijn geen andere omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1 primair, 2, 3, 4, en 5 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de volgende bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen: - dat verdachte zich binnen een werkdag volgend op de datum van het onherroepelijk worden van het vonnis moet melden bij Reclassering Nederland op het adres De Meent 4, Lelystad. Hierna moet verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; - dat verdachte zich verplicht laat behandelen in een forensisch ambulante behandelinstelling, zoals De Waag; - dat verdachte geen contact mag (laten) leggen met [slachtoffer] en haar familie, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. 8.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen die minder, dan wel gelijk is aan de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Deze straf zou gecombineerd kunnen worden met een voorwaardelijk strafdeel. 8.3. Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer] die op dat moment nèt twaalf jaar oud was. Deze handelingen bestonden onder meer uit het tongzoenen van [slachtoffer], het betasten en kussen van haar lichaam en het zich laten pijpen door [slachtoffer]. Daarbij heeft verdachte een foto van zijn stijve penis aan [slachtoffer] toegestuurd. Door het plegen van voornoemde ontuchtige handelingen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke, geestelijke en seksuele integriteit van het slachtoffer. De ervaring leert dat slachtoffers van seksueel misbruik nog langdurig de psychische en emotionele gevolgen daarvan kunnen ondervinden. Dit wordt ook onderschreven door de schriftelijke verklaring van W. Visser, psychotherapeut van [slachtoffer], waarin staat dat zij PTSS-klachten heeft overgehouden aan het seksuele contact met verdachte. Ook kan een dergelijke vorm van seksueel misbruik een ernstige verstoring van de seksuele ontwikkeling van het slachtoffer opleveren. Voorts heeft verdachte kinder- en dierenpornografie in zijn bezit gehad. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor dit seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderpornografisch materiaal te downloaden en ook aan te bieden, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno in hun bezit hebben. Naast het bezit van kinderpornografisch materiaal heeft verdachte ook dierenpornografie in zijn bezit gehad. Voor het vervaardigen van deze afbeeldingen zijn dieren en veelal mensen misbruikt en geëxploiteerd ten behoeve van een onzedelijke behoeftebevrediging van personen. Ook hiervoor geldt dat zolang er mensen zijn die deze afbeeldingen bekijken de vraag daarnaar blijft bestaan en het vervaardigen daarvan wordt bevorderd. De rechtbank neemt het verdachte dan ook zeer kwalijk dat hij door het bekijken en bewaren van kinder- en dierenpornografie de markt in stand heeft gehouden. Als laatste neemt de rechtbank het verdachte kwalijk dat hij een busje pepperspray voorhanden heeft gehad. Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft. De rechtbank heeft voorts rekening gehouden met voornoemd Pro Justitia rapport van 27 mei 2014 van mr. drs. R.A. Sterk, psycholoog. Hieruit volgt dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de vorm van een obsessief-compulsieve stoornis, waarbij dwanggedachten rond seksualiteit op de voorgrond staan. Door de deskundige is een verband geconstateerd tussen de psychische problematiek van verdachte en het ten laste gelegde. Tezamen met het feit dat verdachte niet in staat kan worden geacht om zelfstandig verandering te kunnen brengen in de geconstateerde psychische problematiek wordt de kans op herhaling vanuit psychopathologisch perspectief als verhoogd ingeschat. Een behandeling gericht op de obsessief compulsieve stoornis wordt geadviseerd. Een dergelijke behandeling kan bij De Waag, forensisch psychiatrische polikliek in Utrecht worden ondergaan. De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de omstandigheid dat verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op een reclasseringsadvies d.d. 13 juni 2014, opgemaakt over verdachte. Op de leefgebieden ‘emotioneel welzijn’ en ‘denkpatronen, gedrag en vaardigheden’ ziet de reclassering problemen. De kans op recidive wordt verhoogd ingeschat. De reclassering adviseert om aan verdachte, naast een straf, als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandelverplichting en een contactverbod met [slachtoffer] op te leggen. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij reeds is gestart met zijn behandeling bij De Waag. Hij wordt daartoe door een medewerker van De Waag bezocht op zijn detentieadres. Wanneer verdachte vrij komt, zal hij starten met groepstherapie bij De Waag. Verdachte heeft duidelijk gemaakt dat hij graag geholpen wil worden. De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, met name de ernst van de feiten, een gevangenisstraf passend en geboden is. Niet kan worden volstaan met een andere straf dan met een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank legt aan verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 24 maanden. De rechtbank zal een gedeelte van die straf, te weten een deel van 12 maanden, voorwaardelijk opleggen om te voorkomen dat verdachte zich wederom schuldig zal maken aan dergelijke feiten en om mogelijk te maken dat verdachte zal worden behandeld. De rechtbank zal daarom aan het op te leggen voorwaardelijk strafdeel bijzondere voorwaarden verbinden. Gelet op de verhoogde kans op recidive in relatie tot de gepleegde ontucht, dient er ernstig rekening mee te worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Om die reden zal de rechtbank de proeftijd bepalen op vijf jaren. 9Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel 9.1 De inhoud van de vordering De benadeelde partij [slachtoffer] heeft overeenkomstig artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering. De vordering strekt tot vergoeding van geleden schade ten gevolge van de onder 1 primair, 2 en 5 ten laste gelegde feiten, te weten een totaalbedrag van € 3.311,05, bestaande uit € 811,05 betreffende materiële schade en € 2.500,00 betreffende immateriële schade. 9.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft verzocht de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] betreffende materiele schade, groot € 811,05 toe te wijzen en het gevorderde schadebedrag betreffende immateriële schade toe te wijzen tot een bedrag van € 1.500,00. 9.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] te matigen in die zin dat de noodzaak tot het maken van verletkosten voor de vader van [slachtoffer] niet is gebleken daar haar moeder haar telkens begeleid heeft. Ten aanzien van het gevorderde schadebedrag betreffende immateriële schade acht de raadsman het causale verband tussen het gevorderde bedrag en de PTSS onvoldoende aanwezig. 9.4 Het oordeel van de rechtbank De behandeling van de vordering van [slachtoffer], levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het is vast komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor onder 1 primair, 2 en 5 bewezen geachte feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank waardeert deze schade op € 80,00 telefoonkosten, € 210,90 betreffende reiskosten, € 520,15 betreffende verletkosten en € 2.000,00 betreffende immateriële schade. De vordering dient dan ook gematigd te worden tot een bedrag van € 2.811,05, te vermeerderen met de wettelijke rente berekend vanaf 31 januari 2014. Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opgelegd. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 57, 240a, 240b, 245 en 254a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 55 van de Wet Wapens en Munitie, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 11Beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. - Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Strafbaarheid - Het bewezen verklaarde levert op: Feit 1 primair: Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam. Feit 2 en 3: Telkens, een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben. Feit 4: Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij een mens en een dier zijn betrokken, in bezit hebben. Feit 5: Een voorwerp, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, vertonen aan een minderjarige van wie de dader redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze jonger is dan zestien jaar. Feit 6: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II. - Verklaart het bewezene strafbaar. - Verklaart verdachte daarvoor strafbaar. Strafoplegging - Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. - Bepaalt dat een gedeelte, te weten 12 (twaalf) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. - De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 5 (vijf) jaren navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen: Algemene voorwaarden dat de veroordeelde: zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. Bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: 4. zich na afloop van de detentie binnen twee dagen meldt bij Reclassering Nederland op het adres De Meent 4 te Lelystad. Vervolgens moet hij gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van de Reclassering Nederland blijven en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen gedragen, zo vaak en zo lang als deze instelling dat, gedurende de proeftijd, nodig vindt; 5. zich ambulant laat behandelen bij de polikliniek De Waag of een vergelijkbare instelling, ter beoordeling van de Reclassering, indien en voor zolang als de Reclassering dit noodzakelijk acht. De veroordeelde zal zich dan houden aan de regels die door of namens de leiding van de polikliniek zullen worden gegeven; 6. geen contact legt of laat leggen met [slachtoffer] en haar familie, zolang de Reclassering dit noodzakelijk acht. Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden. Benadeelde partij - Wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.811,05, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 31 januari 2014 tot aan de dag van de algehele voldoening. - Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan benadeelde partij voornoemd. - Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. - Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter. - Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer], € 2.811 aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 44 dagen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op. - Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. I.P.H.M. Severeijns, voorzitter, mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.P. Stapel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 september 2014. Mr. V. van Dam is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE : De tenlastelegging 1. Primair hij op één of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 31 januari 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, en/of Vleuten/Leidsche Rijn, gemeente Utrecht, althans in het arrondissement Midden Nederland, met [slachtoffer], geboren op [2002], die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die (telkens) hebben bestaan uit of mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, (telkens) (meermalen) - de borst(
- en)en/of tepel(
- s)van die [slachtoffer] betast en/of gestreeld en/of gekust en/of - aan de borst(
- en)en/of tepel(
- s)van die [slachtoffer] gezogen en/of in die borst(
- en)en/of tepel(
- s)gebeten en/of - de bil(len) en/of buik en/of (met kleding bedekte) vagina en/of (met kleding bedekte) schaamstreek van die [slachtoffer] betast en/of - zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht, gehouden en/of bewogen, en/of - die [slachtoffer] zijn penis in de mond laten nemen en/of aan zijn penis laten zuigen en/of zich door die [slachtoffer] laten pijpen; art 245 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 31 januari 2014 te Maarssen, g Stichtse Vecht, en/of Vleuten/Leidsche Rijn, gemeente Utrecht althans in het arrondissement Midden-Nederland, met [slachtoffer], geboren op [2002], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig het (meermalen) - betasten en/of strelen en/of kussen van de borst(
- en)en/of tepel(
- s)van die [slachtoffer] en/of - zuigen aan en/of bijten in de borst(
- en)en/of tepel(
- s)van die [slachtoffer] en/of - betasten van de bil(len) en/of buik en/of (de met kleding) bedekte vagina en/of (met kleding bedekte) schaamstreek van die [slachtoffer] en/of - duwen/brengen en/of houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, tong in de mond van die [slachtoffer]; (artikel 247 Wetboek van Strafrecht) art 247 Wetboek van Strafrecht 2. Hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 januari 2014 tot en met 1 februari 2014 te Maarssen, gemeente Stichtse Vecht, en/of Almere en/of elders in Nederland, (telkens) (een) afbeelding(
- en)- en/of (een) gegevensdrager(s), bevattende (een) afbeeldingen heeft vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad, terwijl op die afbeelding(
- en)(een) seksuele gedraging(
- en)zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken welke voornoemde afgebeelde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit: de minderjarige [slachtoffer] (geboren op [2002]) die zich geheel of gedeeltelijk heeft uitgekleed en/of (naakt) poseert, waarbij haar (ont)blote borsten nadrukkelijk in beeld worden gebracht, (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling; art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht 3. hij op of omstreeks 11 februari 2014 te Almere, in elk geval in Nederland, één of meermalen (telkens) zevenentachtig