vonnis RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rolnummer: C/16/310673 / HA ZA 11-1502 Vonnis in hoofdzaak van 9 juli 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BAM MATERIEEL B.V., gevestigd te Lelystad, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. J.O. Berlage te Utrecht, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRANSMATE RECYCLING B.V., gevestigd te Veghel, gedaagde in conventie, advocaat mr. G.C. Endedijk te Amsterdam, 2. de vennootschap naar Duits recht TEREX DEMAG GMBH, gevestigd te Zweibrücken, Duitsland, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. J.G. ter Meer te Amsterdam. Partijen zullen hierna BAM, Transmate en Terex genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in incidenten van 14 maart 2012 de conclusie van antwoord in conventie, tevens van eis in reconventie van Terex de conclusie van antwoord in conventie van Transmate de conclusie van repliek in conventie, tevens van antwoord in reconventie, tevens wijziging van eis de conclusie van dupliek in conventie, tevens antwoordakte wijziging van eis, tevens conclusie van repliek in reconventie en akte wijziging van eis in reconventie van Terex de conclusie van dupliek in conventie van Transmate de antwoordakte wijziging van eis in reconventie de conclusie van dupliek in reconventie tevens akte vermindering van eis in conventie jegens Terex de akte vermindering van eis in conventie jegens Transmate de antwoordakte van Transmate de antwoordakte van Terex het pleidooi op 22 mei 2014, waarvan een verkort proces-verbaal is opgemaakt, en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken de e-mails van partijen van 10 en 12 juni 2014 de reactie van de rechtbank bij e-mail van 16 juni 2014 de brief van BAM van 12 juni 2014 waarbij beter leesbare kopieën van overgelegde rapporten in het geding zijn gebracht. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Begin 2004 heeft BAM van Transmate een torenkraan (merk Peiner, type SK 415), hierna: de (toren-)kraan, gekocht. 2.2. Op 30 juni 2006 heeft BAM Transmate een brief gezonden met daarin een opdracht voor levering van fundamentankers voor een torenkraan, hierna te noemen: de koopopdracht. In deze koopopdracht is als datum van levering opgenomen “7 juli 2006, indien mogelijk eerder”. Voorts is daarin het volgende vermeld: “ Onze Algemene Inkoop- en Onderaannemingsvoorwaarden (A.I.O.V.) vormen een onverbrekelijk deel van deze opdracht. Algemene voorwaarden van opdrachtnemer wijzen wij nadrukkelijk af.” 2.3. Op 3 juli 2006 heeft Terex in opdracht van Transmate fundamentankers afgeleverd bij de vestiging van BAM in Lelystad. 2.4. In september/oktober 2006 heeft BAM de torenkraan opgesteld in de buurt van het zogenaamde “Van Unnik-gebouw” te Utrecht. Medewerkers van Transmate zijn bij die opbouw aanwezig geweest en hebben bij die opbouw de - ook door Transmate geleverde - lift voor de torenkraan geïnstalleerd. 2.5. Op 18 januari 2007 is de torenkraan omgevallen op een pand dat onderdeel uitmaakt van de Universiteit Utrecht. Daarbij is schade ontstaan, waaronder letselschade. 2.6. Op 3 november 2008 heeft BAM aan Transmate een brief gezonden met - voor zover relevant - de volgende inhoud: “ (…) In een eerder stadium hebben wij u, althans uw rechtsvoorganger Transmate bv, aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van het incident met een torenkraan op het werk 'Casa Confetti' te Utrecht. Inmiddels zijn er diverse onderzoeken naar de oorzaak van het bezwijken van de kraan afgerond. De rapportages van de Arbeidsinspectie, Aboma + Keboma en TNO zijn naar ik aanneem in uw bezit. Deze onderzoekingen wijzen uit, dat de door uw bedrijf aan BAM Materieel geleverde fundamentverankering (smeedstukken) als gevolg van een productiefout/productiefouten is bezweken met het ineenstorten van de kraan tot gevolg. Inmiddels zijn de eerste verkenningen naar de omvang van de totale schade afgerond. Een eerste berekening sluit op circa € 4.000.000,--. Gezien het bovenstaande verzoeken wij u per omgaande aansprakelijkheid te erkennen, opdat wij daarna tot schadeafwikkeling kunnen overgaan. De exacte berekening van de schade met onderbouwing zullen wij u in een later stadium doen toekomen. (…)” 2.7. Bij brief van 11 juni 2009 heeft BAM Transmate het volgende medegedeeld: “In onze brief van 8 november 2008 , kenmerk B08/135/RTR/ero, [bedoeld is de onder 2.9 bedoelde brief] hebben wij u verzocht aansprakelijkheid te erkennen inzake de schade als gevolg van het incident met een torenkraan op het werk ‘Case Confetti’ te Utrecht. Helaas hebben wij tot op heden nog niets van u vernomen. Om tot schadeafwikkeling over te kunnen gaan verzoeken wij u nogmaals en dringend aansprakelijkheid te erkennen. Ten tijde van het versturen van voornoemde brief waren wij nog doende met de kostenopstelling. Deze treft u bijgaand aan (…). Uiteraard zien wij ons graag op zo kort mogelijke termijn schadeloos gesteld. Wij begrijpen dat u in dat verband de schadeopstelling zult willen bestuderen en allicht daarover met ons van gedachten wilt wisselen. Ik stel voor dat u en uw verzekeraars in dat verband direct contact met ons opnemen om het vervolgtraject met bijbehorend tijdpad vast te stellen. Uw reactie zien wij graag binnen één week na heden tegemoet.” 2.8. In reactie op de onder 2.10 bedoelde brief (bij brief van 2 juli 2009) heeft Transmate - voor zover relevant - het volgende aan BAM bericht: “Destijds hebben wij uw claim doorgezet naar Terex Demag GMBH, aangezien zij de kraan en de instort ankers hebben geproduceerd en geleverd aan ons. Waarna wij dezelfde machine en instortankers ongewijzigd aan u hebben doorverkocht aan u. U zult begrijpen dat wij dan ook in geen geval aansprakelijkheid erkennen voor welke schade dan ook ten gevolge van het incident. Wij schuiven uw claim nu met onderbouwing wederom door naar Terex Demag GMBH in samenspraak met onze verzekeraar. (…)” 2.9. Bij brief van 22 februari 2011 heeft BAM Transmate gesommeerd om de door haar ten gevolge van het ongeval met de kraan geleden schade te vergoeden. 2.10. Bij brief van 12 april 2011 heeft BAM Terex aansprakelijk gesteld voor de door haar ten gevolge van het ongeval met de kraan geleden schade. 3Het geschil in conventie 3.1. BAM vordert samengevat - na diverse eiswijzigingen (waaronder de hierna onder 4.4 bedoelde) dat de rechtbank: voor recht verklaart dat Transmate en Terex (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor de door BAM geleden en te lijden schade als gevolg van de ondeugdelijke fundamentankers en/of kraan, nader op te maken bij staat, voor recht verklaart dat Transmate en Terex (hoofdelijk) BAM dienen te vrijwaren voor aanspraken van derden, welke ook, als gevolg van de ondeugdelijke fundamentankers en/of kraan, Transmate en Terex (hoofdelijk) veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten, de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente. 3.2. Transmate en Terex voeren verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. in reconventie 3.4. Terex vordert samengevat - in reconventie dat de rechtbank: voor recht verklaart dat BAM Terex moet vrijwaren voor aanspraken die andere (rechts-) personen dan BAM jegens Terex geldend zouden kunnen maken in verband met het ongeval met de kraan, indien en voor zover BAM eigen of (mede) schuld heeft aan het ontstaan van die schade, voor recht verklaart dat BAM Terex moet vrijwaren voor aanspraken die andere (rechts-) personen dan BAM jegens Terex geldend zouden kunnen maken in verband met het ongeval met de kraan tot het beloop van datgene wat zij vanwege het hoofdelijkheidsregres moet bijdragen in hetgeen waartoe Terex aansprakelijk mocht blijken te zijn, voor recht verklaart dat BAM jegens Terex aansprakelijk is voor de door Terex in verband met het ongeval met de kraan gemaakte en nog te maken kosten, nader op te maken bij staat, BAM veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met wettelijke rente. 3.5. BAM voert verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie in de zaak tegen Transmate en Terex Naamswijziging Terex 4.1. Ter gelegenheid van het pleidooi heeft BAM betwist dat Terex Cranes Germany GmbH de nieuwe naam is van Terex. De rechtbank heeft BAM vervolgens in de gelegenheid gesteld om na het pleidooi een eventuele onjuistheid van de nieuwe tenaamstelling van Terex aan de rechtbank te melden. 4.2. Bij e-mail van 10 juni 2014 heeft BAM betoogd dat het rechtens onjuist is dat zij zich over de juistheid van die tenaamstelling zou moeten uitlaten, temeer daar Terex een onderneming is naar Duits recht en Terex zich in de procedure beroept op verschillende Terex-entiteiten. BAM betwist vervolgens bij gebrek aan wetenschap dat de gestelde naamswijziging juist is. 4.3. De rechtbank volgt BAM in haar stelling dat het op de weg ligt van de(rechts-)persoon die zich op naamswijziging beroept, om deze naamswijziging - bij betwisting daarvan - te bewijzen. Gelet op het feit dat deze betwisting pas bij pleidooi werd gedaan, zal de rechtbank Terex in de gelegenheid stellen om - indien zij wil dat het eindvonnis onder de door haar gestelde nieuwe naam wordt gewezen – bij akte bewijs van die naamswijziging over te leggen. Eiswijziging BAM 4.4. Bij akte houdende vermindering van eis van 24 juli 2013 jegens Transmate en conclusie van repliek in reconventie tevens vermindering van eis van dezelfde datum jegens Terex heeft BAM haar eis gewijzigd in die zin dat zij haar vordering strekkende tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding intrekt. 4.5. Terex heeft zich niet tegen de eiswijziging verzet, Transmate wel. Laatstgenoemde stelt in haar antwoordakte van 7 augustus 2013 dat er in feite geen sprake is van een eisvermindering, maar van een eiswijziging, omdat BAM de schade alleen in een aparte procedure (de schadestaatprocedure) lijkt te willen vorderen. 4.6. De rechtbank kan Transmate niet volgen in haar standpunt. Door de intrekking van de vordering strekkende tot betaling van een voorschot op een eventueel verschuldigde schadevergoeding zal in de onderhavige procedure geen bedrag bij wijze van voorschot kunnen worden toegewezen. Dit betekent dat de eiswijziging wel degelijk als een eisvermindering moet worden gezien. Tegen een eisvermindering kan een partij geen bezwaar maken (artikel 129 Rv), zodat de rechtbank aan het verzet van Transmate voorbij gaat. De rechtbank zal dan ook de vorderingen van BAM beoordelen met inachtneming van de eisvermindering. in de zaak tegen Terex 4.7. Nu Terex gevestigd is buiten Nederland, dient de rechtbank allereerst vast te stellen welk recht op de rechtsverhouding tussen BAM en Terex van toepassing is. Ter gelegenheid van het pleidooi hebben deze partijen desgevraagd medegedeeld een rechtskeuze voor Nederlands recht te doen, zodat op hun geschil Nederlands recht van toepassing is. 4.8. Aan haar vorderingen tegen Terex heeft BAM kort gezegd de stelling ten grondslag gelegd dat Terex jegens haar aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden ten gevolge van het omvallen van de kraan, en wel omdat: het omvallen van de kraan een gevolg was van een gebrek in de aan BAM geleverde kraan en/of fundamentenankers, en Terex de producent van deze producten was (artikel 6:185 e.v. BW), Terex door het in het verkeer brengen van producten die bij normaal gebruik schade hebben veroorzaakt, onrechtmatig jegens BAM heeft gehandeld Terex BAM niet heeft gewaarschuwd voor het risico dat onder de omstandigheden waaronder BAM de kraan zou gebruiken, de kraan zou kunnen omvallen. Productaansprakelijkheid 4.9. Voor productaansprakelijkheid op de voet van Afdeling 3 van Titel 3 van Boek 6 BW is onder meer vereist dat de schade die ten gevolge van het gestelde gebrek in het product is geleden, bestaat uit schade door dood of lichamelijk letsel dan wel uit schade aan zaken die - kort gezegd - in de privésfeer worden gebruikt (artikel 6:190 BW). 4.10. In haar conclusie van repliek in conventie heeft BAM over de aard van de geleden schade gesteld dat het omvallen van de kraan heeft geleid tot letselschade, dat deze schade goeddeels door haar verzekeraars aan de slachtoffers is vergoed en dat terzake “mogelijk nog in de schadestaatprocedure [zal] worden gevorderd” (paragraaf 4.9). In reactie hierop heeft Terex bij conclusie van dupliek (paragrafen 3.5 en 4.4) gesteld dat de schade waarvan BAM vergoeding vordert voor zover haar bekend niet uit letselschade bestaat (omdat deze al door de verzekeraar van BAM is vergoed) en evenmin uit schade aan zaken die in de privésfeer worden gebruikt. Deze betwisting is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd gelet op het feit dat Terex niet over meer wetenschap kan beschikken met betrekking tot de vergoeding die de verzekeraar van BAM aan derden heeft uitgekeerd. Die wetenschap heeft BAM wel dan wel kan zij eenvoudig verkrijgen. Gelet hierop lag het op de weg van BAM om haar stelling dat er nog letselschade was die nog niet door haar verzekeraar was vergoed (en waarin dus nog geen subrogatie door de verzekeraar heeft plaatsgevonden) nader zou onderbouwen. Dit heeft BAM evenwel niet gedaan. 4.11. Dit leidt tot de conclusie dat BAM haar standpunt dat er sprake is van letselschade waarvan zij in deze procedure of de daaropvolgende schadestaatprocedure vergoeding door Terex kan vorderen, onvoldoende heeft onderbouwd. Dit betekent dat de vorderingen van BAM, voor zover die zijn gegrond op de artikelen 6:185 e.v. BW, niet toewijsbaar zijn. Onrechtmatige daad 4.12. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is het in het verkeer brengen van een product dat bij normaal gebruik voor het doel waarvoor het bestemd was, schade veroorzaakt, onrechtmatig jegens gebruikers van dat product. Deze vorm van aansprakelijkheid geldt volgens de Hoge Raad evenwel alleen voor de producent van het betreffende product dan wel voor de leverancier daarvan, mits deze aan de producent gelijk kan worden gesteld (Hoge Raad 22 september 2000, NJ 2000, 644). 4.13. Terex heeft betwist dat zij de producent van de fundamentankers en de kraan is. Volgens haar zijn de Tsjechische vennootschappen Baest a.s. en První brnénska kovárna, s.r.o. de producenten van de fundamentankers (První brnénska kovárna, s.r.o. heeft de smeedstukken geproduceerd; Baest a.s. heeft de fundamentankers geassembleerd met de overige stalen delen van de fundamentankers). De producent van de kraan is haar zustermaatschappij Terex Peiner GmbH. 4.14. BAM heeft in reactie hierop aangevoerd dat deze discussie in de vrijwaringsprocedure moet worden gevoerd en voorts dat zij op basis van verklaringen van haar leverancier Transmate er vanuit mocht gaan dat Terex de producent van de kraan en de fundamentenankers was. 4.15. Uit het hiervoor weergegeven toetsingskader volgt dat de vraag wie de producent van de (beweerdelijk gebrekkige) producten is, relevant is voor de beoordeling van één van de grondslagen die voor de vorderingen in deze hoofdzaak zijn aangevoerd, zodat de andersluidende stelling van BAM op dit punt wordt gepasseerd. 4.16. Voor zover BAM met haar betoog een beroep doet op reflexwerking van de uitleg die aan het begrip “producent” is gegeven in de wettelijke regeling van de productaansprakelijkheid en de Europese richtlijn waarop deze regeling is gebaseerd, kan dit haar niet baten. Onder “producent” in het kader van die regelingen wordt immers alleen verstaan een fabrikant van (een onderdeel van) een product, een persoon die zich als producent presenteert (door zijn naam, merk of ander onderscheidingsteken daarop aan te brengen) of elke leverancier van een product, mits niet kan worden vastgesteld wie de producent daarvan is en de leverancier niet tijdig de identiteit van de producent (binnen de EU) meedeelt. Deze gevallen doen zich in casu niet voor. Immers, voor de aanvang van de onderhavige procedure (productie 5 van BAM duidt op half januari 2008) heeft BAM het rapport van Aboma Keboma d.d. 14 november 2007 ontvangen waarin de bevindingen zijn opgenomen van haar onderzoek naar het ongeval met de kraan. Daarin heeft Aboma Keboma expliciet opgenomen dat Terex Peiner de fabrikant van de kraan is (zie pagina 2). Onder de bijlagen bij dit rapport bevindt zich ook een EG-verklaring van de fabrikant waarop de naam “Terex Germany GmbH & Co. KG” is vermeld, hetgeen een andere vennootschap is dan Terex. Gelet hierop is niet aannemelijk dat - zoals BAM zonder nadere onderbouwing stelt - Terex op haar terug te voeren onderscheidingstekens op de kraan zou hebben aangebracht. Voorts is op pagina 2 van hetzelfde rapport verwezen naar een certificaat “betreffende het materiaal van de smeedkop afgegeven door fabrikant První brnénska kovárna, s.r.o.” Dat certificaat is ook bij het betreffende rapport gevoegd. Dit betekent dat BAM ruim voor het uitbrengen van de dagvaarding voor de onderhavige procedure wist dan wel kon weten dat Terex niet de fabrikant was van de door haar als gebrekkig beoordeelde fundamentankers en kraan, en wie dat wel waren. Gelet hierop heeft zij aan de mededeling van Transmate in haar brief van 2 juli 2009 (productie 17 van BAM) dat de claim van BAM werd doorgezet naar “Terex Demag GMBH” (dus de eisende partij in conventie in deze procedure) “aangezien zij de kraan en de instort ankers hebben geproduceerd en geleverd aan ons”, niet een aan Terex tegen te werpen vertrouwen kunnen ontlenen dat Terex de producent van beide producten was. 4.17. BAM heeft niet gemotiveerd bewist dat de kraan destijds geleverd is door Transmate en dat Terex daarbij geen rol heeft gespeeld, zodat Terex evenmin als (tussen-) leverancier daarvan kan worden aangemerkt. Tussen partijen staat voorts vast dat Terex wel de fundamentankers aan Transmate heeft geleverd (en dus als tussenleverancier heeft gefungeerd), maar BAM heeft niets gesteld om te kunnen concluderen dat zij gelijk gesteld zou dienen te worden met de producent van de fundamentankers (První brnénska kovárna, s.r.o./Baest a.s.). 4.18. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Terex niet als producent van de beide producten kan worden aangemerkt noch daarmee gelijkgesteld kan worden, zodat zij ook niet wegens het in het verkeer brengen daarvan onrechtmatig jegens BAM kan hebben gehandeld. 4.19. Hetzelfde geldt voor zover de vorderingen op schending van een waarschuwingsplicht zijn gebaseerd. Niet valt in te zien waarom op Terex een waarschuwingsplicht zou rusten, indien zij noch als fabrikant noch bij de leverantie van de kraan betrokken is geweest, en terzake van de fundamentankers alleen tussenleverancier is geweest. Dit zou alleen anders kunnen zijn, indien Terex wist of had moeten weten dat de door haar geleverde fundamentankers gebrekkig waren, maar dat heeft BAM niet gesteld. Conclusie 4.20. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de door BAM voor de vorderingen jegens Terex aangevoerde grondslagen deze vorderingen niet kunnen dragen, zodat deze zullen worden afgewezen. 4.21. BAM zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van Terex, tot op heden begroot op: - griffierecht € 3.529,00 - salaris advocaat 1.808,00 (4,0 punten × tarief € 452,00) Totaal € 5.337,00 4.22. Om te voorkomen dat de hogerberoepstermijnen van Terex en Transmate uit elkaar gaan lopen, zal de rechtbank deze beslissingen nog niet in het dictum tot uitdrukking brengen. in de zaak tegen Transmate 4.23. Ter onderbouwing van haar vorderingen op Transmate heeft BAM aangevoerd dat Transmate een kraan en fundamentankers aan haar heeft geleverd die niet de eigenschappen bezaten die BAM op grond van de overeenkomsten mocht verwachten (artikel 7:17 BW). Het materiaal waarvan de fundamentankers was gemaakt, voldeed volgens BAM niet aan de daarvoor geldende eisen en de kraan bleek niet geschikt te zijn om ter plaatse, in de nabijheid van hoge gebouwen, te gebruiken. Voorts stelt BAM dat Transmate onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door haar noch in de bij de torenkraan geleverde gebruiksaanwijzing noch bij de positionering van de kraan te waarschuwen voor het feit dat de beoogde plaats (in de buurt van een hoog gebouw) niet geschikt was om de kraan op te stellen. 4.24. In haar e-mail van 10 juni 2014 stelt BAM dat zij ter gelegenheid van het pleidooi er tevens op heeft gewezen dat het ontwerp van de fundamentankers niet voldeed aan de daarvoor geldende eisen. Uit de aantekeningen van de griffier blijkt dat dat klopt, zodat de rechtbank ook op die stelling zal ingaan. 4.25. De rechtbank is wel van oordeel dat - gelet op het late moment in de procedure dat BAM dit nieuwe verwijt aan de orde stelt - Transmate in de gelegenheid gesteld moet worden om op dit laatste bij antwoordakte te reageren. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen. BAM zal (omdat het een antwoordakte betreft) in beginsel niet in de gelegenheid worden gesteld om op die akte, voor zover het dit onderwerp betreft, te reageren. Dit is alleen anders, indien in die akte van Transmate met betrekking tot dit onderwerp bevrijdende verweren worden gevoerd of nieuwe producties worden overgelegd. Beroep op verjaring en schending klachtplicht 4.26. Als meest verstrekkend verweer heeft Transmate aangevoerd dat BAM geen beroep meer kan doen op eventuele non-conformiteit van de door Transmate geleverde zaken, aangezien BAM daarvan niet binnen bekwame tijd kennis heeft gegeven als bedoeld in artikel 7:23 lid 1 BW. Voorts is volgens Transmate de rechtsvordering van BAM verjaard en wel door verloop van twee jaar na ontvangst van de kennisgeving (artikel 7:23 lid 2 BW). Ten slotte is volgens Transmate niet voldaan aan de in artikel 13 sub d van haar algemene voorwaarden gestelde eis dat rechtsvorderingen ter zake van schade die voor vergoeding in aanmerking komt, binnen 12 maanden na ontdekking van de schade worden ingediend. 4.27. De vraag of een kennisgeving als bedoeld in artikel 7:23 lid 1 BW binnen bekwame tijd is geschied, moet worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder het antwoord op de vraag of de verkoper nadeel lijdt door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. Transmate heeft over dit nadeel niets gesteld, zodat de rechtbank - in het licht van de potentieel ernstige gevolgen voor BAM van honorering het beroep op schending van de klachtplicht - aan dat beroep voorbij gaat. 4.28. Ter onderbouwing van haar beroep op verjaring heeft Transmate aangevoerd dat na de kennisgeving van 3 november 2008 (productie 14 van BAM) meer dan twee jaar zijn verstreken voordat de onderhavige rechtsvordering werd ingesteld (bij dagvaarding van 22 juli 2011). Volgens haar kan de brief van BAM van 11 juni 2009 niet als een stuitingshandeling worden beschouwd, omdat deze brief alleen een opsomming van schadeposten bevat en een verzoek om daarover van gedachten te wisselen. 4.29. Op grond van artikel 3:317 BW kan de verjaring van een rechtsvordering worden gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Naar het oordeel van de rechtbank is de brief van 11 juni 2009 - voor zover het gaat om gebreken in de fundamentankers - wel als een zodanige ondubbelzinnige mededeling te beschouwen. Immers, in die brief wordt gerefereerd aan de eerdere brief van BAM waarin is verzocht om aansprakelijkheid te erkennen voor de schade die ten gevolge van productiefouten in de fundamentankers is ontstaan, alsmede nogmaals dringend verzocht om daarvoor aansprakelijkheid te erkennen. Deze mededeling bevat daarmee een voldoende duidelijke waarschuwing aan Transmate dat zij er ook na het verstrijken van de verjaringstermijn rekening mee moet houden dat zij de beschikking houdt over haar gegevens en bewijsmateriaal opdat zij zich tegen een mogelijk nog in te stellen rechtsvordering behoorlijk kan verweren. Nu Transmate niet betwist dat de nieuwe verjaringstermijn die op 11 juni 2009 is gaan lopen, bij brief van 22 februari 2011 (productie 20 van BAM) is gestuit, moet geoordeeld worden dat de vorderingen van BAM op Transmate - voor zover deze zijn gebaseerd op productiefouten in de fundamentankers - niet zijn verjaard. 4.30. Ten aanzien van het beroep op verjaring terzake van de door Transmate aan BAM geleverde torenkraan geldt het volgende. BAM heeft niet concreet gesteld welk gebrek de geleverde torenkraan volgens haar bevatte. Het betoog dat niet voldaan is aan de eis dat een torenkraan onder alle omstandigheden moet blijven staan, is te weinig specifiek. Afgezien daarvan zou een op een dergelijk gebrek gebaseerde vordering ook zijn verjaard ex artikel 7:23 lid 2 BW. Immers, noch in de brief van 3 november 2008, noch in die van 11 juni 2009 wordt gerefereerd aan eventuele gebreken van de torenkraan zelf, terwijl op dat moment reeds vier onderzoeken naar de oorzaak van het ongeval met de torenkraan waren voltooid. Ook in de sommatie van 22 februari 2011 wordt alleen gewezen op gebreken die zouden kleven aan de geleverde fundamentankers. Dit betekent dat de vanaf 3 november 2008 lopende verjaringstermijn van 2 jaar niet tijdig is gestuit, zodat in zoverre verjaring wel aan toewijzing van de vorderingen in de weg staat. 4.31. Het beroep op artikel 13 sub d van haar algemene voorwaarden kan - afgezien van het antwoord op de vraag of deze algemene voorwaarden op de betreffende overeenkomsten van toepassing zijn geworden - Transmate alleen baten, indien het inroepen van deze bepaling moet leiden tot de conclusie dat het recht van BAM om schadevergoeding van Transmate te vorderen, is vervallen (vgl. Hoge Raad 7 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:260). Dat rechtsgevolg is evenwel in deze bepaling, of overigens die algemene voorwaarden, niet te lezen. Daarin is alleen de verplichting opgenomen om eventuele rechtsvorderingen tijdig in te dienen; aan het niet voldoen aan die verplichting zijn geen consequenties verbonden. Transmate heeft ook geen omstandigheden aangevoerd op basis waarvan BAM die bepaling wel als een vervalbeding heeft moeten begrijpen. De rechtbank gaat dan ook aan het beroep op deze bepaling voorbij. Non-conformiteit 4.32. De rechtbank komt nu toe aan het antwoord op de vraag of de door Transmate aan BAM geleverde zaken aan de overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.