← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2014:5204

beschikking RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht handelskamer locatie Utrecht zaaknummer / rekestnummer: C/16/376202 / KG RK 14-791 Beschikking van de voorzieningenrechter van 13 oktober 2014 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PREVENTASS BEHEER B.V., gevestigd te Arnhem, verzoekster, advocaat mr. K. van Kranenburg-Hanspians te Amsterdam, tegen [verweerder] wonende te [woonplaats], verweerder, advocaat mr. F.L. van der Eerden te Rotterdam. Partijen zullen hierna Preventass en [verweerder] worden genoemd. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Op 29 augustus 2014 heeft Preventass een verzoekschrift tot het leggen van conservatoir derdenbeslag ingediend, met daarbij 14 producties. Het verzoekschrift is aan deze beschikking gehecht. 1.
  2. Op 8 oktober 2014 is een zitting gehouden. Daaraan voorafgaand heeft Preventass nog de aanvullende producties 15-21 in het geding gebracht. [verweerder] heeft op zijn beurt 3 producties overgelegd. 1.
  3. Tijdens genoemde zitting, waarvan aantekening is gehouden, heeft [verweerder] een verweerschrift ingediend. Preventass heeft haar verzoekschrift aangevuld. 2De beoordeling van het verzoek 2.
  4. Het verzoek strekt tot het verkrijgen van verlof tot het leggen van conservatoir beslag op de pensioenuitkering van [verweerder], onder verzekeringsmaatschappij N.V. Amersfoortse Algemene Verzekering maatschappij, gevestigd te Amersfoort. Het verzochte verlof heeft betrekking op conservatoir beslag op een vordering tot periodieke betaling in de zin van artikel 475c Rv. 2.
  5. [verweerder] is overeenkomstig het bepaalde in artikel 720 Rv gehoord. Hij heeft bij die gelegenheid verweer gevoerd. Kort gezegd weerspreekt [verweerder] de vordering ter verzekering van de betaling waarvan Preventass beslag wenst te leggen. Verder betoogt [verweerder] dat het verzochte verlof dient te worden geweigerd, nu Preventass in plaats van het verzochte beslag op zijn pensioenuitkering, die ongeveer 80% van zijn totale inkomsten uitmaakt, ook had kunnen kiezen voor een beslag op zijn vakantiewoning in Frankrijk, wat voor hem minder bezwarend zou zijn geweest. Volgens [verweerder] is er nog een reden waarom het verzochte verlof moet worden geweigerd, namelijk de omstandigheid dat Preventass al voldoende zekerheid heeft voor de voldoening van haar vordering. Die vordering is gegrond op de gestelde samenzwering tussen [verweerder], de heer [A] en diens vennootschap [naam] B.V. (hierna gezamenlijk: [A]) en de vennootschap [B] B.V. (hierna: [B]). Preventass is van mening dat de samenzweerders onrechtmatig jegens haar hebben gehandeld en dat zij daarom hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de daardoor ontstane schade aan de zijde van Preventass, welke door Preventass is begroot op € 1.500.000,
  6. [verweerder] heeft vernomen, en Preventass heeft dat vervolgens niet betwist, dat de door Preventass ten laste van [B] gelegde derdebeslagen onder banken in totaal circa € 6.500.000,00 hebben getroffen. Volgens [verweerder] heeft Preventass hiermee, vanwege de hoofdelijkheid, al meer dan voldoende zekerheid voor haar vordering, die zij heeft begroot op € 1.500.000,
  7. Om die reden is een beslag op de pensioenuitkering van [verweerder] niet nodig. 2.
  8. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet reeds na summier onderzoek is gebleken van de ondeugdelijkheid van de vordering van Preventass. Weigering van het verzochte verlof is daarom alleen aan de orde als een afweging van de belangen van Preventass enerzijds en [verweerder] anderzijds daar aanleiding toe geeft. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat in deze zaak echter niet het geval. Daartoe is van belang dat een beslag op de pensioenuitkering van [verweerder], gelet op de gestelde omvang van de vordering van Preventass, niet bij voorbaat buitenproportioneel kan worden geacht, ook niet omdat gesteld noch gebleken is wat een beslag op de vakantiewoning zou kunnen opbrengen. De voorzieningenrechter volgt [verweerder] ook niet in zijn stelling dat Preventass reeds voldoende zekerheid heeft voor haar vordering, omdat de ten laste van [B] gelegde beslagen een bedrag van circa € 6.500.000,00 hebben getroffen. Ingeval [B] zekerheid stelt tot het bedrag van de vordering, wat niet ondenkbaar is, moet Preventass de ten laste van [B] gelegde beslagen immers opheffen. Ook kan niet bij voorbaat worden uitgesloten dat [B] nog andere schuldeisers heeft, zodat ook om die reden niet als vaststaand kan worden aangenomen dat de vordering van Preventass te zijner tijd uit het getroffen bedrag van € 6.500.000,00 kan worden voldaan. Daarom heeft zij voldoende belang bij het verzochte verlof om beslag te mogen leggen ten laste van [verweerder]. 2.
  9. Het verzochte verlof zal daarom worden toegestaan als verzocht, met dien verstande dat de vordering met betrekking tot de juridische kosten (welke door Preventass is begroot op € 150.000,00) wordt geacht in de gebruikelijke opslag voor rente en kosten te zijn begrepen, zodat de vordering waarin [verweerder] zal kunnen worden veroordeeld, inclusief rente en kosten, zal worden begroot op € 1.632.500,00 (zegge één miljoen zeshonderdtweeëndertigduizend vijfhonderd euro). 2.
  10. Nu Preventass, naar de voorzieningenrechter heeft begrepen, bij dagvaarding van 18 september 2014 de eis in de hoofdzaak reeds heeft ingesteld, hoeft voor het instellen daarvan geen termijn meer te worden bepaald. Dit deel van het verzoek zal daarom worden afgewezen. 3De beslissing De voorzieningenrechter staat Preventass toe ter verzekering van het verhaal van haar vordering ten laste van [verweerder] conservatoir beslag te doen leggen onder de verzekeringsmaatschappij N.V. Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij, gevestigd te (3811 HM) Amersfoort, aan de Stadsring 15, ten aanzien van de periodieke uitkeringen uit polisnummer [nummer], de beslagvrije voet te bovengaand, begroot deze vordering inclusief rente en kosten voorlopig op € 1.632.500,00, verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad, wijst af hetgeen meer of anders is verzocht. Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober
  11. type: CD4485 coll:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.