RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht parketnummer: 16/661743-14 [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 oktober 2014 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1978] te [geboorteplaats] (Polen) GBA adres: [woonplaats], [adres] verblijvende te [woonplaats], [adres] raadsvrouw mr. N.A. de Kock, advocaat te Utrecht 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 10 oktober 2014, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: (primair) in de periode van 18 juli 2014 tot en met 1 augustus 2014 samen met anderen heeft ingebroken in een woning en daarbij een grote hoeveelheid goederen heeft weggenomen, dan wel (subsidiair) in de periode van 18 juli 2014 tot en met 1 augustus 2014 samen met anderen een grote hoeveelheid goederen heeft geheeld. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem onder primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder primair en subsidiair tenlastegelegde. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte in de woning is geweest, danwel daar heeft ingebroken. Eveneens kan niet worden vastgesteld wanneer in de woning is ingebroken en dat er sprake is van medeplegen. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde kan niet worden vastgesteld dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de spullen mogelijk van diefstal afkomstig waren. Verdachte dient derhalve vrijgesproken te worden van het hem onder primair en subsidiair tenlastegelegde. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de doorlopende paginanummers van het proces-verbaal nummer PL0900-2014211020. De door de rechtbank in de voetnoten aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Op 1 augustus 2014 zag [getuige] dat er een grijze bestelbus met de achterzijde tegen de garage van het perceel aan de [adres] te Vinkeveen stond. Op 19 juli 2014 had hij deze grijze bestelbus daar al eerder zien staan. Hij kende de eigenaar van het pand en vertrouwde het niet. Hij blokkeerde met zijn bestelbus de uitrit toen de grijze bestelbus weg wilde rijden. Vervolgens belde hij de eigenaar van het pand, [aangever]. Op 1 augustus 2014 werd [aangever] gebeld door [getuige] en werd verteld dat er een grijze bestelauto op de oprit van zijn woning aan de [adres] te Vinkeveen stond. Aangekomen bij zijn woning zag [aangever] dat er een grijze bestelauto en twee mannen bij zijn woning stonden. In de grijze bestelauto zaten diverse goederen die hij herkende als zijn eigendom, onder andere: meerdere dozen met de naam van aangever daarop met daarin verlichtingsarmaturen, een airconditioning, een koffiezetapparaat. Hij zag dat de schuifpui aan de achterzijde van zijn woning en de garagedeur open waren gebroken. Zijn gehele woning en garage waren doorzocht en er waren goederen weggenomen. Uit de woning waren onder andere weggenomen: diverse stoelen, 4 boxen, een groot aantal speakers, een modelboot, twee toiletpotten welke aan de muur waren gemonteerd, diverse kranen en twee regendouchekoppen waren allen gedemonteerd en weggenomen, een airconditioning, dozen met verlichtingsarmaturen, tientallen paren schoenen, enkele zakken en dozen met kleding, meerdere lampen, diverse keukenmachines, twee wasmachines, een droogtrommel, een barbecue, een oven, een regendouche, een expansievat, een Mariabeeld, een voetenbank, een wastafel, een vloerverdeler, een stroomaggregaat, een openhaardstang, drie afstandsbedieningen en een koperen dakrand. Uit de garage was een CV ketel weggenomen. Ook de elektriciteitskast van het bubbelbad was gedemonteerd. Er waren veel meer goederen weggenomen dan in de bestelbus pasten. Aircoleidingen, de meterkast, het slot van de voordeur, de garagedeur en twee achterdeuren waren vernield. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] troffen op 1 augustus 2014 op de [adres] twee mannen en een grijze bestelauto, merk Citroen, kenteken [kenteken], aan. De mannen bleken [verdachte] en [medeverdachte] te zijn. In de bestelauto, merk Citroen, kenteken [kenteken], werden onder andere aangetroffen: een vloerverwarming, een jas, diverse (buis)lampen, diverse dozen met lampen, een krukje, een compressor, 2 airco’s, een koffiezetapparaat, diverse dozen met onderdelen, een poetsmiddel voor leer, een fotocamera, een koelkast en twee creditcards op naam van [aangever] en [naam]. Voornoemde goederen werden door aangever [aangever] herkend als zijn eigendom.Op de aangetroffen dozen stonden de naam en het adres van aangever [aangever]. Verbalisant [verbalisant 1] nam op 1 augustus 2014 waar dat er aan de achterzijde van de woning een deur was opengebroken en dat de achterdeur van de garage op grove wijze was opengebroken. Dit onder verwijzing naar de foto’s die als bijlage IV tot en met VII en XIV zijn toegevoegd. Bij de doorzoeking van de woning van verdachte werden onder andere een schaalmodel van een boot, een Mariabeeld en een lederen fauteuil aangetroffen. Voornoemde goederen werden door aangever [aangever] herkend als zijn eigendom. (Bewijs)overwegingen Verklaring verdachte. Verdachte heeft in eerste instantie verklaard dat hij eenmaal bij de woning van aangever was geweest. Nadat hij werd geconfronteerd met de goederen welke in zijn woning aangetroffen waren, verklaarde verdachte dat hij daar tweemaal was geweest. Later heeft verdachte verklaard dat hij daar driemaal was geweest. Verder verklaart verdachte – kort gezegd – dat de goederen die in de bus en in zijn woning werden aangetroffen buiten de woning lagen en eruit zagen alsof zij weggegooid waren. Verdachte heeft - kort gezegd - verklaard dat hij en zijn medeverdachte op zoek waren naar schroot/oud ijzer. Hij dacht dat de spullen die zij in het busje hadden geladen weggegooid waren, nu deze buiten bij de woning lagen. De rechtbank overweegt dat de goederen tot de inventaris van de woning van aangever [aangever] behoorden, welke de woning op dat moment liet opknappen. Onder de goederen, welke aangetroffen werden in de auto van verdachten, bevonden zich waardevolle goederen en persoonlijke eigendommen van aangever, zoals lampen, welke nog in dozen verpakt waren, met daarop de naam van aangever en een creditcard ten name van aangever. Het is niet aannemelijk dat dergelijke waardevolle goederen aangezien konden worden voor weggegooide spullen en dat deze buiten de woning lagen, waar ze bloot gesteld werden aan de elementen. Voorts volgt uit het dossier niet dat zich buiten de woning nog goederen bevonden, anders dan de goederen die in de auto van verdachten werden aangetroffen, welke afkomstig waren uit de woning. In de woning lagen nog diverse gedemonteerde onderdelen en dozen met daarin verlichtingsarmaturen, welke gelijk waren aan de dozen die in de auto van verdachten werden aangetroffen. De auto van verdachten was tot de nok toe gevuld met goederen afkomstig uit de woning van aangever en het is niet aannemelijk dat de goederen, welke volgens verdachte buiten lagen, precies genoeg waren om de auto van verdachten helemaal te vullen. De rechtbank acht, gelet op het vorenstaande, de verklaringen van verdachte volstrekt ongeloofwaardig en is van oordeel dat, nu een ander scenario niet aannemelijk is geworden, het verdachte is geweest die samen met anderen heeft ingebroken in de woning en garage van aangever en daarbij een grote hoeveelheid goederen heeft weggenomen. Nu kennelijk niet alle goederen in een keer meegenomen konden worden is verdachte, in ieder geval eenmaal met een ander teruggekeerd naar de woning om nog meer goederen uit de woning te halen. Ook blijkt uit het gegeven dat in verdachte zijn woning goederen van aangever zijn aangetroffen dat verdachte eerder betrokken is geweest bij de inbraak. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte Primair op tijdstippen in de periode van 18 juli 2014 tot en met 01 augustus 2014 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen, telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] en uit een bij die woning behorende garage heeft weggenomen (respectievelijk) twee toiletpotten, meerdere stoelen, meerdere lampen en armaturen, een modelboot, meerdere kledingstukken en schoenen, vier boxen, huishoudelijke apparaten en huishoudelijke gebruiksvoorwerpen (waaronder een airconditioning en een cv-ketel en keukenmachines en wasmachines en een droogtrommel en een koffiezetapparaat en een barbecue en een oven en twee regendouchekoppen en een regendouche en een expansievat), een beeld, meerdere luidsprekers, meubelstukken (waaronder een voetenbank en een wastafel), een vloerverdeler, een stroomaggregaat, een openhaardstang, meerdere kranen, meerdere afstandsbedieningen en een koperen dakrand, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], waarbij verdachte en/of zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.