RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummers: 16/661664-14 en 16/655083-13 tul alg (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 14 oktober 2014 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1971], verblijvende te [adres] (FVK Basalt). 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 oktober
(2)jaren, passend en geboden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de algemene en bijzondere voorwaarden uit het vonnis van 11 maart 2014 doorlopen. 9Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling 16/655083-13 Bij de stukken bevindt zich de op 16 juli 2014 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland in de zaak met parketnummer 16/655083-13 betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 11 maart 2014 van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 7 maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op drie jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet evenwel geen aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijke strafdeel te gelasten. De rechtbank hecht er belang aan dat de naleving van de in het vonnis van 11 maart 2014 opgenomen bijzondere voorwaarden, waaronder de opname en de behandeling in Basalt, kan worden voortgezet. Om die reden zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen, zoals ook door de officier van justitie ter terechtzitting is gerekwireerd. 10Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27, 45, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 11Beslissing De rechtbank: Vrijspraak - spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit; Bewezenverklaring - verklaart het subsidiair ten laste gelegde feit bewezen, zodanig als hiervoor onder
- is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders ten laste is gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels; - verklaart verdachte daarvoor strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 90 (negentig) dagen; - beveelt dat de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden; - beveelt dat een gedeelte, groot 53 dagen, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast; - stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast; - stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit; Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling 16/655083-13 - wijst de vordering af; Voorlopige hechtenis - heft de voorlopige hechtenis op. Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.E. Somsen, voorzitter, mrs. A.C. Schroten en J.M.L. van Mulbregt, rechters, in tegenwoordigheid van A. Heijboer, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 oktober
- BIJLAGE : De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat Primair hij op of omstreeks 07 juli 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door met een omgebogen (auto)antenne, door het gat van de brievenbus de deur (door middel van zogenaamd "hengelen") van binnenuit te openen; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij op of omstreeks 07 juli 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen een portemonnee, althans enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en / of die / dat weg te nemen portemonnee en/of enig(e) goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met een omgebogen (auto)antenne, door het gat van de brievenbus de deur (door middel van zogenaamd "hengelen") van binnenuit heeft geopend, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht Meer subsidiair hij op of omstreeks 07 juli 2014 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, in een woning, gelegen aan de [adres] en in gebruik bij [aangever] althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, wederrechtelijk is binnengedrongen; art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 7 juli 2014, opgenomen op pagina 22-24 van het proces-verbaal dossiernummer PL0900-2014184600 Z, in de wettelijke vorm opgemaakt en doorgenummerd van 1 tot en met
- Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 juli 2014, opgenomen op pagina 25-27 van het onder voetnoot 1 genoemde proces-verbaal, ihb pag 26 (halverwege) Het proces-verbaal van de zitting van 14 oktober 2014.