← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2014:5461

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/653496-12 Datum uitspraak: 28 oktober 2014 Beslissing ex artikel 77p Wetboek van Strafrecht Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken in bovengenoemde rechtbank, naar aanleiding van het bezwaarschrift op grond van artikel 77p van het Wetboek van Strafrecht, ingediend door: [veroordeelde], geboren op [1998] te [geboorteplaats] (Ecuador), wonende aan de [adres] te [woonplaats],hierna te noemen de veroordeelde. De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder: - het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Utrecht van 6 november 2012, waarbij aan de veroordeelde onder meer een taakstraf is opgelegd, bestaande deze straf uit:een leerstraf, te weten Agressieregulatie Training TACT, voor de duur van 32 uren subsidiair 16 dagen vervangende jeugddetentie; - een brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 27 maart 2014, waaruit blijkt dat het niet wenselijk is dat de training TACT wordt uitgevoerd, aangezien de veroordeelde gesloten is geplaatst en in dat kader behandeling tegen agressie krijgt, waardoor de TACT-training geen toegevoegde waarde heeft; - een kennisgeving omzetting taakstraf naar jeugddetentie van 8 augustus 2014 van de officier van justitie; - een bezwaarschrift namens de veroordeelde van 18 augustus

  1. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 14 oktober 2014, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde, diens raadsman mr. J.P.W. Nijboer, advocaat te Utrecht, alsmede mevrouw K. Haffmans, jeugdreclasseerder. OVERWEGINGEN: Ter zitting van 14 oktober 2014 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het bezwaarschrift gegrond dient te worden verklaard, nu het niet (meer) wenselijk is dat de training TACT wordt uitgevoerd en deze omstandigheid niet aan de veroordeelde te wijten is. Mevrouw Haffmans heeft ter zitting verklaard dat de betreffende leerstraf geen meerwaarde meer heeft, gelet op de behandeling in het kader van de civiele maatregel. Op grond van het onderzoek ter zitting, alsmede gelet op de inhoud van voornoemde brief van de Raad voor de Kinderbescherming, is de rechtbank van oordeel dat het uitvoeren van de betreffende leerstraf geen toegevoegde waarde meer heeft. Het bezwaarschrift van de veroordeelde dient derhalve gegrond te worden verklaard. De rechtbank heeft gelet op artikel 77p van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING: De rechtbank verklaart het bezwaarschrift van de veroordeelde tegen voormelde kennisgeving gegrond. Aldus gedaan door mr. Z.J. Oosting, kinderrechter tevens voorzitter, mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en R.S.B. Kool, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 oktober
  2. Mrs. Oosting en Kool zijn buiten staat mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.