RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: UTR 13/6502-T uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 oktober 2014 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. T.A. van Helvoort), en de korpschef van politie, verweerder (gemachtigde: mr. M. van Wensen). Procesverloop Bij besluit van 28 februari 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder het samenstel van werkzaamheden van eiseres, SVW-12871, gewaardeerd op het niveau van schaal
- Bij besluit van 1 november 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 juli
- Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, [A] en [B] . Overwegingen
- De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan. Eiseres vervult de functie van coördinator Huiselijk Geweld bij de politie in […] . Naar aanleiding van een procedure tot functieonderhoud, heeft verweerder bij besluit van 30 juli 2012 het samenstel van werkzaamheden (SVW) SVW-12871 voor eiseres vastgesteld. Voornoemd SVW is door een functiewaarderingsdeskundige gewaardeerd. Verweerder heeft bij brief van 10 oktober 2012 aan eiseres medegedeeld het voornemen te hebben om het SVW van eiseres te waarderen op het niveau van schaal
- Eiseres heeft hiertegen bij brief van 6 november 2012 haar bedenkingen geuit. Naar aanleiding van deze bedenkingen heeft een hoorzitting bij de heroverwegingscommissie functiewaardering plaatsgevonden en op grond van het advies van deze commissie heeft verweerder de functiewaardering vervolgens opnieuw laten uitvoeren. Verweerder heeft het SVW van eiseres bij (primair) besluit van 28 februari 2013 gewaardeerd op het niveau van schaal
- Het hiertegen door eiseres gemaakte bezwaar is door verweerder, in overeenstemming met het advies van de Commissie van Advies Bezwaren Functiewaardering politie (CABF), bij besluit van 1 november 2013 ongegrond verklaard.
- Tussen partijen is niet in geschil dat als uitgangspunt voor de waardering van de onderhavige functie de functiebeschrijving SVW-12871 dient te worden genomen. Eiseres kan zich niet verenigen met de waardering van de functie.
- Nu het om een functiewaarderingsbesluit gaat, dient de rechterlijke toetsing volgens vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB, zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 december 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AV6117) terughoudend te zijn, in die zin dat de rechter zich, naast de overigens in aanmerking komende toetsing aan regels van geschreven en ongeschreven recht, moet beperken tot de vraag of de in geding zijnde waardering op onvoldoende gronden berust. Dit laatste betekent dat pas tot vernietiging van de bestreden waardering kan worden overgegaan indien deze als onhoudbaar moet worden aangemerkt.
- Volgens de bij het bestreden besluit gehanteerde functiewaarderingsmethode wordt voor de waardering van de betrokken functie eerst aan de hand van het referentiemateriaal Nederlandse Politie bepaald van welke functiereeks moet worden uitgegaan. Vervolgens wordt de functie van laag naar hoog met de in de functiereeks voorkomende referentiefuncties vergeleken. Zodra een referentiefunctie wordt bereikt die een hoger niveau heeft dan de te waarderen functie, wordt teruggegaan naar het niveau van de voorlaatste referentiefunctie. Dat niveau is dan bepalend voor de te waarderen functie (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 18 oktober 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB6607).
- Bij de waardering van het SVW van eiseres is verweerder uitgegaan van de referentiefuncties in de reeks ‘Administratieve en Documentaire Ondersteuning’, en is het SVW van eiseres gewaardeerd aan de hand van de functie Managementassistent A (schaal 6). Daarbij is de volgende onderbouwing gegeven. Beide functies zijn ondersteunende functies op districtsniveau. In de referentiefunctie is sprake van coördinerende, monitorende en organiserende elementen: het bewaken van voortgang van actiepunten en kritische termijnen, ook van bij andere uitgezette vragen. Dit is binnen het SVW van eiseres aan de orde bij het uitzetten, bewaken en terugkoppelen van acties. Daarnaast is in de referentiefunctie sprake van inhoudelijke componenten die een eigen oordeel en inzicht vragen (zoals inzicht hebben in beleids- en bestuursterreinen, het opzetten van werkprogramma’s en het opstellen van procedures en richtlijnen). Dit is binnen het SVW van eiseres bijvoorbeeld aan de orde bij het adviseren over de aanpak (werkwijze en procedures) en het hebben van inbreng ten aanzien van de aanpak van huiselijk geweld (wat werkt wel en niet op basis van ervaring). Als verschil wordt gezien dat de referentiefunctie breder is, terwijl de coördinator zich beweegt rond de coördinatie van één thema, maar met actievere participatie in (externe) netwerken.
- Na het advies van de heroverwegingscommissie heeft verweerder ook gekeken of een vergelijking kan worden gemaakt met de reeks ‘Informatievoorziening’ en de reeks ‘Executieve ondersteuning’. Met betrekking tot de reeks Informatievoorziening is overwogen dat veel taken alsmede de zelfstandigheid van de coördinator overeenkomen met de referentiefunctie Medewerker informatievoorziening (ter zitting is vastgesteld: schaal 6). Een accentverschil met de referentiefunctie is dat deze referentiefunctie meer is gericht op informatie ten behoeve van daadwerkelijke opsporing. De in die reeks hogere functie van Generalist Informatievoorziening (schaal 7) is zwaarder bevonden, omdat in de referentiefunctie sprake is van brede inzet bij het voorbereiden van operationele analyses, voornamelijk delict en dadergericht. Ook kent deze referentiefunctie meer inhoudelijke taken, zoals het op basis van operationele analyse aangeven van verbanden tussen daders, dadergroepen en criminele organisaties. Daarnaast is gekeken naar de reeks Algemene Politiezorg, waarbij de functie van referentiefunctie Politieassistent B (schaal 5) te verschillend werd geacht, omdat in het SVW van eiseres geen daadwerkelijke opsporingsbevoegdheden worden genoemd. De nadruk in de functie van eiseres ligt op de coördinatie van het thema Huiselijk Geweld, waarbij de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij de lijn ligt, maar de zelfstandigheid van het SVW van eiseres groter is dan de referentiefunctie Politieassistent B.
- Eiseres doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Eiseres betoogt dat zij net als de andere coördinatoren huiselijk geweld, die een soortgelijke functiebeschrijving en takenpakket hebben, in schaal 8 gewaardeerd moet worden. Eiseres voert aan dat haar collega, de heer [C] , ook de rol van coördinator huiselijk geweld vervult en dat zijn SVW op grond van die rol is gewaardeerd in een hogere schaal, te weten schaal
- Ook de zeven andere coördinatoren in het district zijn in schaal 8 gewaardeerd, aldus eiseres. Daarvan besteden vijf coördinatoren hun volledige aantal uren aan het werk als coördinator. Twee coördinatoren (waaronder [C] ) verrichten naast het werk als coördinator ook andere werkzaamheden. Eiseres heeft voorts een verklaring van mevrouw [D] (regiocoördinator huiselijk geweld) overgelegd. Zij verklaart dat alle districtscoördinatoren hetzelfde takenpakket hebben en dat in de taakuitvoering geen verschil is tussen de coördinatoren. [D] verwijst in haar verklaring naar de taakomschrijving van het “taakaccent districtelijk coördinator huiselijk geweld ”. Eiseres heeft verder een vacature overgelegd van “Generalist/Senior Tactische Recherche (Taakaccent Coördinatie Huiselijk Geweld) (36-38 uur per week)”, waarop staat dat de functie is gewaardeerd in schaal 7/
- Verweerder heeft gelet op het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel het volgende standpunt ingenomen. Wat betreft de vergelijking met de functiewaardering van [C] stelt verweerder dat de werkzaamheden van [C] als coördinator huiselijk geweld (het SVW-5874) een taakaccent betreft binnen een reguliere executieve functie. Voor de functiewaardering van de totale werkzaamheden van [C] over de periode van functieonderhoud is, naast taakaccent SVW-5874, ook de context van de andere werkzaamheden, als Politieagent B, meegenomen. Voorts stelt verweerder dat ook de opgesomde activiteiten binnen het taakaccent SVW-5874 een breder gebied betreffen. Zo wordt onder andere naast huiselijk geweld ook eergerelateerd geweld genoemd. Voorts bestaat er binnen het taakaccent SVW-5874 een grotere zelfstandigheid. Zo rapporteert [C] , in tegenstelling tot eiseres, rechtstreeks aan het MT en het MT+. [C] voert in dat kader evaluaties uit ten aanzien van de aanpak van huiselijk geweld, bijvoorbeeld door cijfers te analyseren en daaruit conclusies te trekken. Over deze evaluaties rapporteert hij richting het MT en het MT+. Daarnaast is [C] ook kwaliteitsbewaker/goedkeurder van zorgmeldingen. Ook dit ontbreekt in het SVW van eiseres. Wat betreft de vergelijking van eiseres met de overige coördinatoren stelt verweerder dat deze coördinatoren de werkzaamheden als coördinator huiselijk geweld als taakaccent hebben binnen een andere (executieve) functie.
- De rechtbank is van oordeel dat het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. De door eiseres gemaakte vergelijking met het SVW-5874 van [C] kan geen stand houden. Uit het SVW van [C] blijkt dat de kern van deze functie bestaat uit het “leveren van een bijdrage aan de veiligheid en leefbaarheid van het verzorgingsgebied”. De kern van de functie van eiseres bestaat voor 100% uit “ Coördinator Huiselijk Geweld ”. Voorts blijkt uit het SVW van [C] dat activiteiten worden verricht in het kader van het sturen en begeleiden van de praktische aanpak van zaken betreffende huiselijk geweld én eergerelateerd geweld. In de functieomschrijving van eiseres staan activiteiten vermeld die enkel zijn gericht op huiselijk geweld. Daarnaast blijkt uit het SVW van [C] dat zijn activiteiten als coördinator huiselijk geweld ook bestaan uit de “regelmatige rapportage aan het MT en het MT+ over resultaten, voortgang en ontwikkelen in de aanpak”. Deze activiteit komt niet voor in de beschrijving van het SVW van eiseres. Ter zitting heeft eiseres desgevraagd verklaard dat zij – in ieder geval ten tijde van het bestreden besluit – niet rechtstreeks rapporteerde aan het MT en het MT+. Wat betreft de activiteiten in het kader van de zorgmeldingen heeft de rechtbank ter zitting vastgesteld dat de rol van eiseres en [C] ten aanzien van deze activiteit niet verschilt, maar dat de taken alleen anders staan omschreven in de beide functiebeschrijvingen. De rechtbank stelt gelet op het voorgaande vast dat er geen sprake is van gelijke gevallen tussen [C] en eiseres.
- Ook de vergelijking van eiseres met de overige zeven coördinatoren houdt geen stand. Uit de (korte) beschrijvingen van de werkzaamheden van de overige coördinatoren in het aanvullend beroep van eiseres blijkt dat deze coördinatoren, in tegenstelling tot eiseres, allen werkzaam zijn als brigadier. Daarnaast blijkt uit deze beschrijvingen dat de drie coördinatoren die, net als eiseres, hun taakaccent fulltime uitvoeren, naast huiselijk geweld ook werken als coördinator jeugd, kopstukken, veelplegers en/of eergerelateerd geweld. Zij hebben daardoor een breder werkterrein.
- Aan de verklaring van [D] wordt geen doorslaggevende betekenis toegekend. De rechtbank heeft vastgesteld dat tussen de functies van [C] en eiseres een verschil zit, en dat onderscheid heeft [D] niet onderkend in haar verklaring. Bovendien verwijst zij naar de taakomschrijving van de taakaccenthouder. De rechtbank stelt vast dat de functiebeschrijving van eiseres daarvan verschilt, in elk geval ten aanzien van de regelmatige rapportages aan de gemeente. Hetzelfde geldt voor de vacature voor de nieuwe coördinator, waarnaar eiseres in haar aanvullend beroep heeft verwezen. Ook daarmee is een verschil, doordat in deze vacature is opgenomen dat het rapporteren aan het MT en het MT+ over resultaten, voortgang en ontwikkelingen in de aanpak tot een van de werkzaamheden behoort. Dit is, zoals in het voorgaande beschreven, geen onderdeel van het SVW van eiseres. Vanwege de extra taak van het rapporteren aan het MT en het MT+ en de bredere functie-uitoefening, namelijk ook werkzaamheden als coördinator jeugd, kopstukken, veelplegers en/of eergerelateerd geweld dan wel door het uitoefenen van een executieve functie, kan een beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slagen.
- Eiseres heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de vergelijking van haar functie met de referentiefunctie Managementassistent A in de reeks ‘Administratieve en Documentaire Ondersteuning’ een misslag is. Eiseres stelt dat zij geen ondersteunende en uitvoerende taak verricht, maar een adviserende en inhoudelijke taak. Volgens eiseres brengt het ontbreken van een executieve status niet mee dat er niet naar referentiefuncties uit het uitvoerende domein gekeken zou kunnen worden. Eiseres acht die referentiefuncties wel van toepassing, omdat zij rechtstreeks is betrokken bij het operationele proces. Ter illustratie heeft eiseres referentiefuncties overgelegd van Wijkagent A (schaal 7), Wijkagent B (schaal 8), Medewerker Basispolitiezorg A (schaal 7), Medewerker Basispolitiezorg B (schaal 8), Rechercheur A (schaal 7) en Rechercheur B (schaal 8).
- De rechtbank constateert dat de taken zoals omschreven in de referentiefunctie Managementassistent A betrekking hebben op administratie, documentatie en secretariaat. Daarnaast gaat het om regelende taken als het organiseren van vergaderingen, het bijwonen van werkoverleggen en het bewaken van de voortgang van actiepunten. Verder is onder de overige taken het contact met in- en externe personen en instanties opgenomen. De niveaubepalende elementen van de Managementassistent A plaatsen die taken in een bepaald licht: het gaat om het ondersteunen van de sectorleiding. De taken zoals omschreven in deze referentiefunctie vinden in een heel ander verband plaats dan de taken van een Coördinator Huiselijk Geweld . De rechtbank is van oordeel dat de vergelijking met een dergelijke, overduidelijk administratieve en ondersteunende functie niet vergelijkbaar is met de functie van coördinator. Uit de functiebeschrijving SVW-12781 van eiseres blijkt dat zij een inhoudelijke functie heeft, waarbij de coördinator actief is betrokken bij de aanpak van huiselijk geweld. Uit die functiebeschrijving volgt dat de districtscoördinator naast de operationele samenwerking binnen de casusoverleggen en het fungeren als aanspreekpunt, ook samenwerkt met externe partners en dat zij knelpunten en/of vragen naar boven brengt of beantwoordt en desgewenst nieuwe afspraken maakt, alsmede meewerkt aan de ontwikkeling van de aanpak van huiselijk geweld. De werkzaamheden van een coördinator zijn daarmee van een geheel andere orde dan de werkzaamheden van een Managementassistent A. Daarbij laat de rechtbank meewegen dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel weliswaar niet slaagt, maar dat uit de vergelijking met de functies van de overige coördinatoren en de daaraan gewaardeerde schaal 8, wel volgt dat de werkzaamheden van eiseres van een ander gewicht zijn dan de werkzaamheden van de referentiefunctie Managementassistent A. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het gebruik van de reeks Administratieve en Documentaire Ondersteuning voor de waardering van de functie van eiseres onhoudbaar. Het beroep van eiseres slaagt op dit punt.
- De door eiseres aangedragen referentiefuncties van Wijkagent A en B, Medewerker Basispolitiezorg A en B, en Rechercheur A en B zijn allen executieve functies. De taken zoals omschreven in deze referentiefuncties betreffen taken op het gebied van openbare orde en hulpverlening, toezicht en controle, informatie/advisering, verkeerstaken en criminaliteitsbeheersing. Die taken vinden in een heel ander verband plaats dan de taken van een coördinator huiselijk geweld . Eiseres heeft geen opsporingstaken en -bevoegdheden en is daar ook niet voor bevoegd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het SVW van eiseres niet vergelijkbaar is met de door eiseres aangedragen referentiefuncties. Het beroep van eiseres slaagt op dit punt niet.
- Ter zitting heeft eiseres aangevoerd dat het ten aanzien van de reeks ‘Informatievoorziening’ onduidelijk is of dit een juiste reeks is om haar functie mee te vergelijken. De rechtbank leest daarin een beroep op het motiveringsbeginsel. De rechtbank is van oordeel dat dit beroep slaagt. Verweerder heeft de functie gewaardeerd op schaal
- De daarmee corresponderende functie uit de reeks Informatievoorziening is de functie van Medewerker Informatievoorziening. Met betrekking tot die referentiefunctie heeft verweerder slechts, onder verwijzing naar een interne notitie van Valk, gesteld dat veel taken alsmede de zelfstandigheid van de coördinator huiselijk geweld overeenkomt met de referentiefunctie. Verweerder is daarbij niet ingegaan op de inhoud van de functie van de Medewerker Informatievoorziening. De rechtbank acht die motivering ontoereikend, zodat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht.
- Eiseres heeft verder aangevoerd dat verweerder haar SVW ten onrechte heeft gewaardeerd aan de hand van functie-eisen en niet aan de hand van niveaubepalende elementen. De rechtbank constateert dat verweerder niet heeft gewaardeerd aan de hand van de functie-eisen, maar aan de hand van de werkzaamheden uit de functiebeschrijving SVW-
- Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
- Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot het oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en de in geding zijnde waardering op onvoldoende gronden berust en als onhoudbaar moet worden aangemerkt. 18.Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om verweerder in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Om het gebrek te herstellen, dient verweerder het SVW van eiseres te waarderen op een wijze die niet onhoudbaar is en de waardering te voorzien van een deugdelijke motivering. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op vier weken na verzending van deze tussenuitspraak.
- Verweerder moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb èn om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, aan de rechtbank meedelen of hij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen. Als verweerder gebruikmaakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van verweerder. In beginsel, ook in de situatie dat verweerder de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
- Indien verweerder gebruikmaakt van de herstelpoging, verzoekt de rechtbank het eventueel gebruikte referentiemateriaal als bijlage mee te sturen.
- De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt. Beslissing De rechtbank: - draagt verweerder op binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen; - stelt verweerder in de gelegenheid om binnen vier weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak; - houdt iedere verdere beslissing aan. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E. Falkmann, rechter, in aanwezigheid van mr. B.C. Volkers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 oktober
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.