← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2014:7298

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Sector strafrecht Locatie Utrecht parketnummer: 16/661624-13 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 augustus 2014 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [1973] te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats], [adres] 1Onderzoek van de zaak Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 1 augustus

  1. Verdachte is verschenen met zijn raadsman mr. J.B. Boone, advocaat te Wijk bij Duurstede. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: op 15 juni 2013 in Maarn samen met een ander heeft geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven, dan wel samen met een ander heeft gepoogd [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel samen met een ander voornoemde persoon heeft mishandeld. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting. Na sluiting van het onderzoek is het de rechtbank tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek in onderhavige zaak niet volledig is geweest. De rechtbank overweegt dat zowel uit het dossier (onder andere het proces-verbaal van bevindingen op pagina 66) als ook uit de behandeling ter terechtzitting is gebleken dat er camerabeelden zijn die niet aan het dossier zijn toegevoegd. Hierbij gaat het om alle beelden die: - reeds in beslag zijn genomen, maar nog niet aan het dossier zijn toegevoegd; en - nog in het bezit zijn van [slachtoffer] en nog niet aan de politie ter beschikking zijn gesteld. De rechtbank acht het van belang dat deze beelden alsnog in het dossier terechtkomen, mede in aanmerking genomen dat het dossier op dit moment voornamelijk bestaat uit de verklaringen van de verschillende procespartijen en getuigen die op essentiële punten lijnrecht tegenover elkaar staan. De rechtbank merkt op dat het hierbij gaat om alle camerabeelden die op de betreffende dag zijn gemaakt met de camera’s in en rondom de woning van aangever vanaf het moment dat verdachte [medeverdachte] het terrein van aangever betreedt, tot en met het moment waarop verdachten door de politie worden aangehouden. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting heropenen. Het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat op 24 oktober 2014 om 15.15 uur. De rechtbank zal de officier van justitie bevelen om alle voormelde en beschikbare camerabeelden aan het dossier toe te voegen en een proces-verbaal van bevindingen op te laten maken van deze beelden. De rechtbank zal ervoor zorg dragen dat deze camerabeelden ter terechtzitting vertoond kunnen worden. Eventuele onderzoekswensen naar aanleiding van de camerabeelden zullen ter zitting worden besproken. Indien er geen nader onderzoek zal plaatsvinden, zal de inhoudelijke behandeling op 24 oktober 2014 worden voortgezet. 5De beslissing. De rechtbank: - heropent het onderzoek ter terechtzitting en beveelt de officier van justitie om alle camerabeelden die op de betreffende dag zijn gemaakt met de camera’s in en rondom de woning van aangever (zowel camerabeelden die reeds in beslag zijn genomen, als camerabeelden die nog in het bezit zijn van aangever) vanaf het moment dat verdachte [medeverdachte] het terrein van aangever betreedt, tot en met het moment waarop verdachten door de politie worden aangehouden aan het dossier toe te voegen en een proces-verbaal van bevindingen op te laten maken van deze beelden; - schorst het onderzoek ter terechtzitting tot 24 oktober 2014 om 15.15 uur; - beveelt de oproeping tegen voormeld tijdstip van verdachte en de raadsman; - beveelt de kennisgeving aan de benadeelde partij en zijn raadsvrouw tegen voornoemd tijdstip. Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, voorzitter, mrs. P.P.C.M. Waarts en M.P. Glerum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Meulen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 15 augustus
  2. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat Primair hij op of omstreeks 15 juni 2013 te Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet (met kracht) met een geweer en/of een pijp (althans een stalen voorwerp), tegen/in/op het gezicht / (achter)hoofd, van voornoemde [slachtoffer] te slaan, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; art 287 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht Subsidiair hij op of omstreeks 15 juni 2013 te Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een geweer en/of een pijp (althans een stalen voorwerp) in/tegen/op het gezicht en/of (achter)hoofd, in elk geval diens lichaam te slaan, en/of met dat opzet meermalen met kracht in/tegen/op het gezicht en/of (achter)hoofd, in elk geval diens lichaam te stompen/slaan terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht Meer subsidiair hij op of omstreeks 15 juni 2013 te Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]) met een geweer en/of een pijp (althans een stalen voorwerp) in/tegen/op het gezicht en/of (achter)hoofd, in elk geval diens lichaam heeft geslagen, en/of meermalen met kracht in/tegen/op het gezicht en/of (achter)hoofd, in elk geval diens lichaam heeft gestompt/geslagen waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.