RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 07/996558-12 (P) Vonnis van de meervoudige economische strafkamer van 16 maart 2015 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren [1985] te [geboorteplaats], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [postcode] [woonplaats]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 2 maart 2015. Verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. T.S.S. Overes, advocaat te Almere. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is ter zitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1: in de periode van 23 maart 2012 tot en met 18 december 2012 professioneel vuurwerk ter beschikking heeft gesteld aan [betrokkene 1]; Feit 2: in de periode van 1 juli 2012 tot en met 18 december 2012 het voorhanden hebben en ter beschikking stellen van vuurwerk aan anderen heeft voorbereid door op internet advertenties te plaatsen waarin professioneel vuurwerk te koop wordt aangeboden. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie betoogd dat het plaatsen van advertenties op internet de handel in illegaal vuurwerk faciliteert en bevordert en daarmee valt onder artikel 1.2.2 lid 5 van het Vuurwerkbesluit. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van feit 2. Ten aanzien van feit 1 heeft de verdediging verzocht verdachte partieel vrij te spreken van de concreet genoemde hoeveelheden, omdat verdachte wel vuurwerk heeft verkocht aan [betrokkene 1], maar niet de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheid. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van het navolgende. Het bewijs ten aanzien van feit 1 Op de telefoon van verdachte staat een whatsapp gesprek met [betrokkene 1] van 20 november 2012 waarin onder meer wordt gezegd: [betrokkene 1]: Ik neem nu mijn 4 grote 202 shotters mee, + 2 5inch kokers en 1 6 inch koker.. De 8600 bestelling neem ik mee.. De 8414 van bestelling neem k mee (2stuks is 1doos dus) … 1209 van bestelling neem k mee (4 stuks 1 doos) … 3 waaiers neem ik mee ban me besyelling [betrokkene 1]: Jorge jw412 neem k ook mee van de bestelling.. Verdachte: Jw412 is weke? [betrokkene 1]: Die grote van Jorge (…) [betrokkene 1]: De 8903 neem ik mee van bestelling (2 stuks is 1 doos) In de auto van [betrokkene 1] is op 20 december 2012 het volgende aangetroffen: 5 stuks cobra 6. Uit eerder onderzoek door het NFI is gebleken dat de cobra’s zijn aan te merken als professioneel vuurwerk. 29 lawinepijlen, type joker, die niet voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de uiterlijke kenmerken. Uit eerder onderzoek door het NFI is gebleken dat lawinepijlen, type joker, zijn aan te merken als professioneel vuurwerk. 110 Chinese vlinders, welke niet voorzien zijn van een categorie. Uit eerder onderzoek door het NFI is gebleken dat deze vlinders aan te merken zijn als professioneel vuurwerk. 6 flowerbeds (merk Jorge), type DS5001, DS5004, DS5005, JW404, JW417 en JW418. Deze flowerbeds zijn aan te merken als professioneel vuurwerk. [betrokkene 1], wonende te Lelystad, heeft verklaard dat hij de pijlen, de flowerbeds en de nitraten in zijn auto van [bijnaam verdachte], die in Lelystad woont, heeft gekocht. Verdachte heeft verklaard dat hij [bijnaam verdachte] wordt genoemd en dat hij in 2012 vuurwerk aan [betrokkene 1] heeft verkocht. Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat de verklaring van [betrokkene 1] moet worden uitgesloten van het bewijs, omdat dit het enige bewijsmiddel betreft waaruit de betrokkenheid van verdachte volgt en de verdediging zijn verklaring niet heeft kunnen toetsen.Uit bovenstaande bewijsmiddelen volgt dat de verklaring van [betrokkene 1] in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheid vuurwerk heeft geleverd aan [betrokkene 1]. Het bewijs ten aanzien van feit 2 Aangezien verdachte het feit heeft bekend en de raadsvrouw niet tot vrijspraak heeft gepleit, volstaat de rechtbank, met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering, met een opsomming van de bewijsmiddelen: 1. De verklaring van verdachte; 2. De bevindingen, waaruit blijkt dat in advertenties op internet vuurwerk wordt aangeboden; 3. De bevindingen, waaruit blijkt dat verdachte in advertenties vuurwerk aanbiedt; 4. De bevindingen, waaruit blijkt dat op de telefoon van verdachte bestellijsten voor vuurwerk zijn aangetroffen; 5. De verklaring van [betrokkene 2]. Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 2 De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door het plaatsen van advertenties op internet potentiële kopers inlichtingen en gelegenheid heeft verschaft om illegaal vuurwerk voorhanden te krijgen en dit feit aldus heeft voorbereid. Tegelijkertijd heeft hij op die manier zijn eigen handel in illegaal vuurwerk voorbereid. De handelingen van verdachte vallen daarom onder artikel 1.2.2 lid 5 van het Vuurwerkbesluit. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte 1. in de periode van 23 maart 2012 tot en met 18 december 2012 te Lelystad, althans in Nederland, opzettelijk een (grote) hoeveelheid professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, voorhanden heeft gehad en aan een ander ter beschikking heeft gesteld, immers heeft verdachte aan [betrokkene 1] een hoeveelheid vuurwerk, te weten: 5 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6); en 29 lawinepijlen (Joker); en 110 stuks knalvuurwerk (vlinders); en 6 flowerbeds (merk Jorge, types DS5001, DS5004, DS5005, JW 404, JW 417 en JW418), ter beschikking gesteld. 2. op meer tijdstippen in de periode van 1 juli 2012 tot en met 18 december 2012 te Lelystad, althans in Nederland, opzettelijk, teneinde het voorhanden hebben en aan een ander ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk en/of vuurwerk dat niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens het vuurwerkbesluit, voor te bereiden, telkens: - heeft getracht anderen te bewegen om die handelingen te plegen en om daarbij behulpzaam te zijn; en - anderen, te weten (in ieder geval) [betrokkene 2], daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft; en - heeft getracht anderen, te weten (in ieder geval [betrokkene 2], inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen; - voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het verrichten van die handelingen; immers heeft verdachte: op internet, via meerdere posts en/of advertenties op een website, te weten www.vuurwerkweb.punt.nl; en via meerdere aliassen, te weten: - [bijnaam verdachte]_[e-mailadres]; en - [e-mailadres]; en - [e-mailadres]; en - [e-mailadres], professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, en/of vuurwerk dat niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens het vuurwerkbesluit, te koop aangeboden en te koop gevraagd; en ten behoeve hiervan een computer en/of laptop en/of smartphone voorhanden gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als Feit 1 en feit 2 telkens: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer, opzettelijk begaan. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 120 dagen, waarvan 73 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis. 8.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht te volstaan met een straf gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke straf. 8.3. Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de (voorbereiding van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.