RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Civiel recht kantonrechter locatie Utrecht zaaknummer: 2865448 UC EXPL 14-3758 PK/1097 Vonnis van 8 april 2015 inzake [eiser] , wonende te [woonplaats], verder ook te noemen [eiser], eisende partij, gemachtigde: mr. L. Schuijt-Olde Heuvel (DAS Nederlandse Rechtsbijstand N.V.), tegen: de stichting Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn, gevestigd te Zeist, verder ook te noemen Zorg en Welzijn, gedaagde partij, gemachtigde: mr. W. van Heest. 1Het verloop van de procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 4 maart 2014 de conclusie van antwoord van 14 mei 2014 het tussenvonnis van 21 mei 2014, waarbij een comparitie van partijen is gelast de brief met bijlagen van de gemachtigde van [eiser] van 1 december 2014, met producties het proces-verbaal van de comparitie na antwoord van 11 december 2014 de conclusie van repliek van 7 januari 2015 de conclusie van dupliek van 4 maart 2015. 1.2. Hierna is uitspraak bepaald. 2De feiten 2.1. Het gaat in deze zaak om het volgende. Zorg en Welzijn is een bedrijfstakpensioenfonds in de zin van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. Deelneming hierin is verplicht voor in de bedrijfstak Zorg en Welzijn werkzame ondernemingen en hun werknemers. [eiser], geboren [1946], is deelnemer in de pensioenregeling van Zorg en Welzijn. Van 1 februari 2004 tot 1 februari 2011 heeft hij van Zorg en Welzijn een Overbruggingsuitkering ontvangen. In deze periode was hij ook werkzaam. Op 25 februari 2013 bereikt [eiser] de 67-jarige leeftijd. Met ingang van 1 februari 2013 ontvangt hij een volledige ouderdomspensioenuitkering. In de periode 2008 - maart 2012 heeft [eiser] diverse Pensioenbrieven van Zorg en Welzijn ontvangen en is er door Zorg en Welzijn op diverse vragen van hem over (de hoogte van) zijn pensioenaanspraken antwoord gegeven. Op 22 augustus 2013 deelt Zorg en Welzijn aan [eiser] mee dat de opbouw van zijn ouderdomspensioen gedurende de overbruggingsperiode van 1 februari 2004 - 1 februari 2008 niet correct is geweest, en dat zijn pensioenuitkering daarom te hoog is vastgesteld. Het teveel betaalde ouderdomspensioen hoeft hij niet terug te betalen, maar Zorg en Welzijn stelt de hoogte van zijn Ouderdomspensioen alsnog op een lager bedrag vast, en wel met ingang van 1 februari 2013. 2.2. De precieze chronologische gang van zaken is als volgt geweest: 1 februari 2004 tot 1 februari 2011: [eiser] ontvangt van Zorg en Welzijn een Overbruggingsuitkering (OBU). 23 juli 2008: Zorg en Welzijn stuurt [eiser] een Pensioenbrief 2008, waarin is vermeld dat zijn pensioen vanaf 65 jaar € 49.528, bruto per jaar bedraagt, exclusief AOW. 13 april 2009: Zorg en Welzijn stuurt [eiser] een Pensioenbrief 2009, waarin is vermeld dat zijn pensioen vanaf 65 jaar € 49.679,-- bruto per jaar bedraagt, exclusief AOW. 29 maart 2010: Zorg en Welzijn stuurt [eiser] een Pensioenbrief 2010, waarin is vermeld dat zijn pensioen vanaf 65 jaar € 50.156,-- bruto per jaar bedraagt, exclusief AOW. 2 augustus 2010: (de rechtsvoorgangster van) Zorg en Welzijn schrijft aan [eiser]: "Op 1 februari 2011 gaat u een Ouderdomspensioen van Pensioenfonds Zorg en Welzijn ontvangen. U moet nu een keuze maken over uw opgebouwde Ouderdomspensioen en Partnerpensioen. Vanaf 1 januari 1999 heeft u geen recht op Partnerpensioen opgebouwd. Uw partner de heer [A] ontvangt daardoor geen volledig Partnerpensioen als u na uw 65steoverlijdt. Wilt u uw partner toch volledig verzekeren? Dat kan door 20% van het Ouderdomspensioen dat u vanaf 1 januari 1999 heeft opgebouwd om te ruilen voor een hoger Partnerpensioen. In het schema op de volgende pagina ziet u hoe hoog het Ouderdomspensioen en het Partnerpensioen zijn als u niet ruilt en als u wel ruilt. Dit schema kan u helpen bij het maken van uw keuze. Geef uw keuze aan op de 'Verklaring keuze Ouderdomspensioen ruilen voor Partnerpensioen'". De bijlage bij deze brief vermeldt onder meer:" U ruilt niet U ruilt wel Uw Ouderdomspensioen € 50.155,72 € 45.651,56 Partnerpensioen van uw partner vanaf 65 jaar als u na uw 65ste overlijdt (AOW alleenstaande 13.368,00) € 19.813,86 € 34.590,19 (…) Wij wijzen u er op dat de hoogte van uw uiteindelijke pensioen nog kan afwijken van de bovengenoemde bedragen. Wij verzoeken u ons zo spoedig mogelijk te laten weten waarvoor u kiest. U kunt deze keuze aangeven op de bijgevoegde 'Verklaring keuze Ouderdomspensioen ruilen voor Partnerpensioen'. Op de keuze die u nu maakt, kunt u later niet terugkomen". 12 augustus 2010: (de rechtsvoorgangster van) Zorg en Welzijn schrijft aan [eiser]: "In het telefoongesprek van 6 augustus 2010 vraagt u hoe hoog uw Ouderdomspensioen van Pensioenfonds Zorg en Welzijn is. U wilt graag weten hoe hoog uw Ouderdomspensioen is als u blijft doorwerken tot uw 67ste en het vanaf die leeftijd laat uitbetalen. Ouderdomspensioen vanaf uw 67ste Uw ouderdomspensioen vanaf uw 67ste is € 59.268,00 bruto per jaar, inclusief 8% vakantietoeslag. U krijgt dit bedrag alleen als u ongewijzigd blijft werken tot uw 67ste. (…) Deze berekening is gebaseerd op het reglement van Pensioenfonds Zorg en Welzijn en de van u bekende gegevens; wijzigingen hiervan (kunnen) leiden tot andere uitkomsten. U kunt dan ook geen rechten aan deze berekening ontlenen". 23 december 2010: [eiser] geeft door middel van een "Aanvraagformulier voor Ouderdomspensioen" aan dat hij de ingang van het ouderdomspensioen wenst uit te stellen tot 1 februari 2013. 15 januari 2011: [eiser] geeft door middel van een "Verklaring uitstel Ouderdomspensioen" aan Zorg en Welzijn aan een deel van zijn ouderdomspensioen te willen uitstellen en een deel te willen opnemen. Verder geeft hij in deze verklaring aan dat hij na zijn 65e voor 103% zal blijven doorwerken in plaats van 106% vóór zijn 65e. 25 februari 2011: [eiser] bereikt de 65-jarige leeftijd. 1 september 2011: Zorg en Welzijn stelt bij brief aan [eiser] de hoogte van diens gedeeltelijke ouderdomspensioen per 1 februari 2011 vast op € 1.410,99 bruto per jaar. 9 maart 2012: Zorg en Welzijn deelt naar aanleiding van een telefonisch verzoek van [eiser] bij brief aan [eiser] mee dat zijn Ouderdomspensioen bij ongewijzigde deelneming tot zijn 67e € 53.850,-- bruto per jaar (inclusief 8% vakantiegeld) bedraagt. 1 februari 2013: [eiser] deelt Zorg en Welzijn telefonisch mee dat hij zijn ouderdomspensioen met ingang van 1 februari 2013 volledig wil laten ingaan. 12 februari 2013: Zorg en Welzijn doet aan [eiser] opgave van de hoogte van diens volledige ouderdomspensioen per 1 februari 2013: € 53.850, bruto per jaar, hetgeen neerkomt op € 4.155,09 bruto per maand respectievelijk € 2.755,42 netto per maand. 19 februari 2013: Zorg en Welzijn deelt naar aanleiding van een telefonisch verzoek van [eiser] bij brief aan [eiser] mee dat hij vanaf 1 februari 2013 een ouderdomspensioen ontvangt van € 4.155,09 bruto per maand. Daarnaast heeft hij recht op een Partnerpensioen van € 815,76 bruto per maand. Netto komen beide bedragen tezamen op € 2.741,17 per maand. 26 juli 2013: [eiser] stelt telefonisch een aantal vragen over de hoogte van zijn pensioen aan Zorg en Welzijn. Naar aanleiding van dit telefoongesprek ontdekt Zorg en Welzijn dat zij een fout heeft gemaakt in de berekening van het Ouderdomspensioen van [eiser]. 22 augustus 2013: Zorg en Welzijn doet aan [eiser] opgave van de herberekening van de hoogte van diens volledige ouderdomspensioen per 1 februari 2013: € 48.941,87 bruto per jaar, hetgeen neerkomt op € 3.776,38 bruto per maand respectievelijk € 2.556,86 netto per maand. De opbouw van het ouderdomspensioen van [eiser] in de overbruggingsperiode 1 februari 2004 - 1 februari 2008 is niet correct geweest, omdat de door hem in die periode verrichte werkzaamheden niet op de premievrijstelling in mindering zijn gebracht, maar daarbij zijn opgeteld. 10 oktober 2013: Zorg en Welzijn deelt bij brief aan [eiser] mee dat het teveel betaalde bedrag aan Ouderdomspensioen van € 3.376,19 niet door hem behoeft te worden terugbetaald, omdat het voor hem niet kenbaar was dat het Ouderdomspensioen te hoog was vastgesteld. 22 november 2013: de gemachtigde van [eiser] verzoekt Zorg en Welzijn de correctie niet door te voeren. 16 januari 2014: Zorg en Welzijn deelt mee dat zij de correctie in stand zal laten. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert veroordeling van Zorg en Welzijn om aan hem te betalen: (met terugwerkende kracht) de aan hem toegezegde ouderdomspensioenuitkering ten bedrage van € 4.155,09 bruto per maand (exclusief vakantiebijslag) en een nabetaling voor de reeds verstreken termijnen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2013; de proceskosten. 3.2. [eiser] legt samengevat het volgende aan zijn vordering ten grondslag. Hij beroept zich op het vertrouwensbeginsel van artikel 3:35 BW. Om die reden mag Zorg en Welzijn de fout niet meer herstellen. De fout was voor hem niet kenbaar, hetgeen Zorg en Welzijn erkent. De fout is niet tijdig hersteld. Zij is immers pas ontdekt en gecorrigeerd 9,5 jaar nadat deze is gemaakt. Zorg en Welzijn had sinds 2004 elk jaar de gelegenheid om de gegevens te controleren en de fouten te corrigeren. Zij informeert de deelnemers immers ieder jaar over de hoogte van de jaarlijkse opbouw. Verder is van belang dat Zorg en Welzijn diverse malen een uitgebreide berekening van het ouderdomspensioen heeft gemaakt. Ook toen is de fout niet ontdekt. [eiser] kan nu niet meer anticiperen op de gemaakte fout. Hij kan geen extra pensioenvoorzieningen afsluiten en kan de vermindering van € 378,71 bruto per maand niet op andere wijze compenseren. Hij kan nu niet alsnog ervoor kiezen om langer door te werken. Hij is nu niet in de gelegenheid om zijn vaste lasten aan te passen. Zijn woning is als oudedagsvoorziening bedoeld, maar de WOZ-waarde is in enkele jaren met € 102.500,-- gedaald en de woning is in de huidige markt niet zonder dat verlies verkoopbaar. Verder is de pensioenuitkering al enkele jaren niet meer geïndexeerd, waardoor het aanvankelijk in het vooruitzicht gestelde pensioen 6½ % lager is. Zorg en Welzijn heeft bij de toekenning van het pensioen geen voorbehoud gemaakt. Zij heeft niet verwezen naar het pensioenreglement door middel van een zogenaamde "disclaimer". Er kan van het reglement worden afgeweken als sprake is van een gerechtvaardigd vertrouwen. [eiser] verwijst daartoe naar diverse gerechtelijke uitspraken. 3.3. Zorg en Welzijn voert bij conversie van antwoord samengevat het volgende tegen de vordering aan. In artikel 2.12 van het toepasselijke pensioenreglement heeft Zorg en Welzijn zich uitdrukkelijk het recht voorbehouden om een onjuiste toekenning van pensioen te herzien. Een dergelijke herziening kan plaatsvinden met terugwerkende kracht. Een te hoge toekenning wordt ook voor de toekomst herzien, tenzij er sprake is van strijd met redelijkheid en billijkheid. Bij de beoordeling daarvan worden alle individuele omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang beschouwd. Indien een onterechte toekenning niet wordt herzien, dan gaat dat uiteindelijk ten koste van alle andere belanghebbenden bij het pensioenfonds. Bij een grootschalige uitvoering van complexe uitkeringprocessen zoals hier aan de orde, is het maken van vergissingen en het corrigeren daarvan inherent. Omdat beslissingen van het pensioenfonds veelal betrekking hebben op langlopende uitkeringen vertegenwoordigen zij meestal een groot financieel belang. Voor een nadere vaststelling van het pensioen is niet vereist dat in de brieven waarin mededelingen zijn opgenomen "disclaimers" of voorbehouden zijn opgenomen. [eiser] mocht aan de mededelingen van Zorg en Welzijn omtrent de hoogte van zijn ouderdomspensioen daarom geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen. Dit zou slechts anders zijn indien [eiser] op grond van die mededelingen onomkeerbare financiële verplichtingen zou zijn aangegaan. Daarvan is in dit geval echter niet gebleken. Hetgeen [eiser] heeft aangevoerd is hiertoe volstrekt onvoldoende. Een bijstelling van het pensioen met ongeveer € 200,-- netto per maand betekent voorts niet dat [eiser] zijn verplichtingen niet meer zou kunnen nakomen. Ter onderbouwing van haar standpunt beroept Zorg en Welzijn zich op diverse rechterlijke uitspraken, met name op gerechtshof Amsterdam 6 december 2011, PJ 2012,18, gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 augustus 2014 en gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 11 februari 2014 (niet gepubliceerd), alsmede op diverse uitspraken van de Commissie van Beroep van Zorg en Welzijn. 3.4. Bij conclusie van repliek heeft [eiser] als volgt nader onderbouwd dat hij op basis van de aan hem verstrekte inlichtingen onherroepelijke keuzes gemaakt: hij heeft besloten zijn woning niet te verkopen; hij heeft 20% van het ouderdomspensioen geruild voor een hoger partnerpensioen; hij heeft besloten om zijn pensionering met 2 jaar uit te stellen tot zijn 67e jaar en de mogelijkheid niet benut om tot 70 jaar door te werken. 4De beoordeling 4.1. Met betrekking tot de voor de beoordeling van deze zaak aan te leggen maatstaf zoekt de kantonrechter aansluiting bij gerechtshof Amsterdam 6 december 2011, PJ 2012,18. Volgens [eiser] wijkt het in die uitspraak berechte geval op diverse punten af van zijn situatie. Voor zover dit laatste al juist is, doet dat naar het oordeel van de kantonrechter echter niet af aan de algemene bruikbaarheid van deze maatstaf. Deze maatstaf komt kort gezegd op het volgende neer. De hoogte van de pensioenuitkering wordt bepaald door de reglementen en niet door mededelingen van de zijde van het pensioenfonds. Het staat het pensioenfonds daarom in beginsel vrij een aanvankelijk te hoog vastgestelde pensioenuitkering te corrigeren. Dit is slechts anders indien het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn de lager vastgestelde uitkering te betalen. Herhaalde verkeerde door het fonds aan de deelnemer verstrekte informatie brengt op zichzelf niet mee dat de deelnemer op die informatie heeft mogen afgaan. Dit kan echter anders zijn indien de deelnemer
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.