RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht parketnummer: 16/661194-15; 16/656464-12 (vordering na voorwaardelijke veroordeling) [P] vonnis van de meervoudige kamer d.d. 13 mei 2015 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren [1973] te [geboorteplaats] (Marokko) thans gedetineerd in [verblijfplaats] te [woonplaats] raadsman mr. E. Kok, advocaat te Utrecht 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 1 mei 2015, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Ter terechtzitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: in de periode van 15 op 16 januari 2015 heeft ingebroken in een bedrijfspand en daarbij diverse goederen heeft weggenomen. 3De voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem ten laste gelegde feit heeft gepleegd en baseert zich daarbij op de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat op basis van het dossier niet gesteld kan worden dat het aangetroffen bloedspoor een zogenaamd daderspoor betreft, mede gelet op het feit dat er verder in het pand geen bloedsporen zijn aangetroffen. Niet uit te sluiten is dat het bloed daar al veel eerder terecht is gekomen, mede gelet op het feit dat uit het dossier niet volgt dat verdachte ten tijde van zijn aanhouding een verwonding had. Nu het dossier geen aanknopingspunten bevat waaruit afgeleid kan worden dat verdachte op enige wijze betrokken is geweest bij de inbraak, is het enkel aangetroffen bloedspoor onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van het feit. Verdachte dient daarom vrijgesproken te worden. 4.3 Het oordeel van de rechtbank [benadeelde 1] heeft op 16 januari 2015 aangifte gedaan namens de winkel [bedrijf 1], [bedrijf 2] en [benadeelde 2]. In de periode van 15 januari 2015 op 16 januari 2015 werd er ingebroken in de winkel van “[bedrijf 1]” gevestigd in het pand gelegen aan [adres] te [woonplaats]. Bij de inbraak werden de voordeur van het pand en de voordeur van de winkel vernield. Uit het pand werd een groot aantal sieraden weggenomen, waaronder ringen, armbanden, horloges en, kettingen eigendom van [bedrijf 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1]. Verder werden weggenomen: een tablet, merk Acer, een geluidsbox, merk Sangean en een printer, merk HP, alle eigendom van [bedrijf 1] en een muts, eigendom van [benadeelde 1]. Bij de inbraak werd de voordeur van het perceel geforceerd. Vervolgens werd het houten paneel in de onderzijde van de deur, welke toegang gaf tot de winkel, geforceerd en verwijderd. Aan de linker onderzijde van de deur, op de overgang van de sponning en het paneel bevond zich een bloedspoor. Uit onderzoek van het NFI volgt dat het aangetroffen bloedspoor afkomstig is van verdachte. Bewijsoverwegingen De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat bij verdachte ten tijde van zijn aanhouding geen wondjes zijn geconstateerd en dat het aangetroffen bloed derhalve niet bij de inbraak achtergebleven kan zijn. De rechtbank overweegt daar toe dat verdachte pas ca. 5 weken nadat de inbraak had plaatsgevonden werd aangehouden. De verwonding die verdachte eventueel opgelopen had bij de inbraak zou, als verdachte al onderzocht zou zijn op eventuele verwondingen, dan al genezen zijn. Gelet op de plaats waar het is aangetroffen, betreft het aangetroffen bloedspoor een daderspoor, waarvan aannemelijk is dat dit is ontstaan doordat verdachte zich verwond heeft bij het verwijderen van het houten paneel aan de onderzijde van de deur, danwel bij het betreden of verlaten van de winkel via het in de deur ontstane gat. Niet aannemelijk is dat een bloedspoor op die specifieke plek bij het op normale wijze betreden van de winkel terecht zou kunnen komen. Voorts is uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk geworden dat verdachte ooit eerder in het pand en/of de winkel is geweest. Verdachte zelf heeft op geen enkel moment een verklaring af willen leggen. De rechtbank acht op grond van voormelde feiten en omstandigheden het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: in de periode van 15 januari 2015 tot en met 16 januari 2015 te Utrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een winkelpand, '[bedrijf 1]', gelegen aan [adres]) heeft weggenomen een groot aantal sieraden en een tablet (Acer) en een printer (Hp) en een geluidsbox (Sangean) en een muts, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] en/of '[bedrijf 1]' en/of [bedrijf 2] en/of [benadeelde 2], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. 5De strafbaarheid 5.1 De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak. 5.2 De strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen: - plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft aangevoerd dat de in het dossier aanwezige stukken onvoldoende zijn voor het opleggen van een (voorwaardelijke) ISD maatregel. De aanwezige rapporten bevatten discrepanties en onjuistheden, eerdere rapportages ontbreken en men heeft niet gesproken met verdachte. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat, gelet op de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, een (voorwaardelijke) ISD maatregel een te zware sanctie is en verdachte door middel van zijn voorarrest al gestraft is conform de daarvoor geldende richtlijnen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een inbraak in een winkel en heeft daarbij een grote hoeveelheid voorwerpen en goederen weggenomen. Een dergelijk feit veroorzaakt niet alleen overlast en schade bij de slachtoffers, maar zorgt ook voor gevoelens van onveiligheid en onrust bij de slachtoffers en in de maatschappij. Verdachte heeft door zo te handelen getoond geen enkel respect voor de eigendommen van een ander te hebben. Uit het strafblad van verdachte volgt dat hij al vele malen is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder soortgelijke feiten als het onderhavige. De aan verdachte opgelegde (voorwaardelijk) gevangenisstraffen en proeftijden hebben verdachte er niet van weerhouden zich keer op keer schuldig te maken aan nieuwe strafbare feiten. De rechtbank heeft kennisgenomen van het reclasseringsadvies van GGZ [naam] & [naam] van 24 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.