← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2015:4034

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling StrafrechtZittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/705307-14 (ontneming) vonnis van de rechtbank van 7 mei 2015 in de ontnemingszaak tegen [veroordeelde], geboren op [1989] te [geboorteplaats], thans gedetineerd te [verblijfplaats], Huis van Bewaring te [woonplaats]. 1Deprocedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/705307-14, waaruit blijkt dat veroordeelde op 7 mei 2015 door deze rechtbank is veroordeeld onder andere voor opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod; tot de in die uitspraak vermelde straf; - het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 16 december 2014 (pagina’s 511 tot en met 521 van het proces-verbaal met nummer PL0940/2014177851, onderzoek 094Citroen); - de vordering van de officier van justitie strekkende tot vaststelling van het genoten wederrechtelijk voordeel met veroordeling van veroordeelde tot betaling daarvan aan de Staat tot een bedrag van € 13.120,-; - de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 23 april 2015; - de overige stukken. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Ook is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam. 2De beoordeling 2.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft haar vordering ter terechtzitting gewijzigd, in die zin dat zij thans vordert te ontnemen een bedrag van € 12.280,-. De officier van justitie verwijst voor de voordeelsberekening naar de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel in het rapport van 16 december

  1. 2.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden vastgesteld op € 480,-. De verdediging heeft daartoe een alternatieve berekening gemaakt, waarbij uitgegaan wordt van een dealperiode van juni 2014 tot en met september 2014 en gemiddeld anderhalve bestelling per dag. Verder wordt in de alternatieve berekening rekening gehouden met de kosten die de veroordeelde heeft gemaakt voor de telefoons en benzine. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel in ieder geval op niet meer dan € 1.500,- dient te worden vastgesteld. Bij dit bedrag is de verdediging uitgegaan van de verklaring van de veroordeelde, zoals hij die heeft afgelegd ter terechtzitting. 2.3 Het oordeel van de rechtbank Het uitgangspunt van deze berekening is het hiervoor genoemde vonnis van deze rechtbank van 7 mei
  2. Veroordeelde is voor zover relevant in dit vonnis veroordeeld voor - kort gezegd -: het verkopen, afleveren en verstrekken van cocaïne in de periode van 28 november 2013 tot en met 30 september
  3. De rechtbank ontleent aan de inhoud van de bewijsmiddelen het oordeel dat de veroordeelde door dit handelen een voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht heeft gehad. 2.3.1 De berekening Periode Onderzoeksperiode van 28 november tot 1 oktober 2014 (= 307 dagen). Dealtelefoons De telefoonnummers [telefoonnummer], [telefoonnummer] en [telefoonnummer], welke in gebruik waren bij verdachte [veroordeelde], bleken aan te merken als zogenaamde dealtelefoons. Immers, diverse telefonische contacten van deze telefoons verklaarden dat zij cocaïne afnamen van de verdachte [veroordeelde] en [veroordeelde] hiertoe te bellen op voornoemde telefoonnummers. Gezien bovenstaande bevindingen worden de gesprekken met voornoemde telefoonnummers aangemerkt als zogenaamde dealgesprekken en worden per dag uitsluitend de unieke nummers meegenomen in de berekening van het gemiddeld aantal afnemers die dag: Telefoonnummer [telefoonnummer]: gemiddeld 4,7 unieke contacten per dag; Telefoonnummer [telefoonnummer]: gemiddeld 10 unieke contacten per dag; Telefoonnummer [telefoonnummer]: gemiddeld 5,9 unieke contacten per dag; -------------------------------------------------------------------------------- Gemiddeld per dag 6,5 unieke contacten per dag. Uit de interceptie van de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] is gebleken dat van de 6,5 contacten per dag met unieke telefoonnummers er gemiddeld 2 dealafspraken per dag tot stand zijn gekomen. Gezien bovenstaande bevindingen wordt in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan van 2 bestellingen van cocaïne per dag. Hoeveelheid Uit de verklaringen van afnemers is gebleken dat vijf afnemers een gram cocaïne per keer hebben gekocht van [veroordeelde]. Een andere afnemer verklaarde anderhalve gram cocaïne per keer af te nemen en één afnemer verklaarde een halve gram cocaïne per keer te hebben gekocht bij [veroordeelde]. Hiervan uitgaande bedraagt de minimale afname 1 gram cocaïne per keer. Gelet op het vorenstaande kan de totale verkochte hoeveelheid als volgt worden berekend: 307 dagen x 1 gram cocaïne x 2 bestellingen per dag = 614 gram cocaïne. Opbrengst [veroordeelde] rekende voor afnemers [A], [B], [C] en [D] een prijs van € 40,- per gram cocaïne. Afnemer [E] verklaarde € 50,- per gram cocaïne te betalen. Afnemer [F] verklaarde € 20,- per halve gram cocaïne te betalen. Getuige [getuige] verklaarde € 50,- te betalen voor anderhalve gram cocaïne. Gezien genoemde prijzen wordt uitgegaan van een prijs van € 40,- per gram cocaïne. Samengevat heeft [veroordeelde] over de periode van 28 november 2013 tot 1 oktober 2014 (= 307 dagen), 614 gram cocaïne verkocht voor een bedrag van € 40,- per gram cocaïne. Dit heeft [veroordeelde] in totaal € 24.560,- opgebracht. Inkoop [veroordeelde] heeft niets verklaard over de door hem gemaakte kosten bij de verkoop van cocaïne, over een versnijdingsverhouding of kosten voor versnijdingsmiddelen. Daarom wordt uitgegaan van de jurisprudentie, waaruit blijkt dat het aannemelijk is de winstmarge te waarderen op 50 procent van de omzet. De kosten voor inkoop zijn op grond van het bovenstaande gesteld op € 12.280,- (50% van de omzet). Het wederrechtelijk verkregen voordeel Het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt op basis van het vorenstaande: Opbrengst: € 24.560,- Inkoopkosten: € 12.280,- -/- ----------------------------------------------------------------- Wederrechtelijk verkregen voordeel: € 12.280,-. 2.3.2 Overwegingen Periode De verdediging heeft aangevoerd dat uitgegaan moet worden van een dealperiode van juni 2013 tot en met september
  4. De rechtbank overweegt als volgt. In het vonnis van 7 mei 2015 is door de rechtbank bewezen verklaard dat verdachte in cocaïne heeft gedeald in de periode van 28 november 2013 tot en met 30 september
  5. Voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt daarom uitgegaan van deze periode, te weten 307 dagen. Kosten De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte kosten heeft gemaakt voor de dealtelefoons en de benzine van de auto. De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt hiertoe dat [veroordeelde] op geen enkele wijze heeft onderbouwd dat hij kosten heeft gemaakt. Aan de enkele stelling van de veroordeelde dat hij kosten heeft gemaakt, wordt zonder nadere motivering voorbij gegaan (vlg. HR 5 februari 2008, NJ 2008/288). 2.3.5 Wederrechtelijk verkregen voordeel Op grond van het vorenstaande wordt vastgesteld dat [veroordeelde] een wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gekregen van € 12.280,-. Er is niets aangevoerd dat aanleiding geeft de betalingsverplichting op een lager bedrag vast te stellen. 3Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 4De beslissing De rechtbank: - stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 12.280,-; - legt aan [veroordeelde] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een geldbedrag ter grootte van € 12.280,- ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze beslissing is gegeven door mr. K.J. Veenstra, voorzitter, mrs. G. Perrick en V.M.A. Sinnige, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. van Elk en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 mei
  6. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van16 december 2014, p.
  7. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 16 december 2014, p.
  8. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 16 december 2014, p.
  9. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 16 december 2014, p.
  10. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 16 december 2014, p. 518 en
  11. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 16 december 2014, p.
  12. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 16 december 2014, p. 520.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.