RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/700774-13 Datum uitspraak: 4 juni 2015 Beslissing op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Midden-Nederland van 2 april 2015, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van 4 maart 2014, in de strafzaak tegen: [veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [1994], ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [postcode] te [woonplaats], raadsman: mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht. 1De stukken De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder: - een afschrift van voormeld vonnis van 4 maart 2014, waarbij [veroordeelde] (hierna: de veroordeelde) is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, met bevel dat die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de daarbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet heeft nageleefd de bij dat vonnis gestelde bijzondere voorwaarden: * dat veroordeelde zich binnen twee dagen na onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij Reclassering Nederland en zich gedurende de proeftijd onder toezicht en leiding van Reclassering Nederland zal blijven en zich naar de door of namens die instelling te geven aanwijzingen zal gedragen; * zal deelnemen aan de gedragsinterventie GI-RN Cognitieve Vaardigheden; * zich ambulant moet laten behandelen bij de polikliniek De Waag te Utrecht of een vergelijkbare instelling; * wordt verplicht om een geschikte en zinvolle dagbesteding te hebben in de vorm van werk (of stage) en/of een opleiding - een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering; - een beslissing van de rechtbank Midden-Nederland van 22 mei 2014, waarbij de rechtbank de gedeeltelijke tenuitvoerlegging heeft bevolen van voormelde voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten tot een gedeelte van 2 weken; - een brief van Reclassering Nederland, unit Midden-Noord aan de officier van justitie van 1 april 2015, waaruit blijkt dat de veroordeelde voormelde bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd. 2De procesgang De rechtbank heeft op 21 mei 2015 ter openbare terechtzitting gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en diens raadsman mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, alsmede mevrouw [reclasseringsmedewerker], reclasseringsmedewerker van Reclassering Midden-Noord. 3De behandeling 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de voorwaardelijk opgelegde straf van drieënhalve maand ten uitvoer te leggen en om te zetten in een werkstraf. 3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de voorwaardelijk opgelegde straf van drieënhalve maand gedeeltelijk ten uitvoer te leggen, zodat de begeleiding daarnaast blijft doorlopen, en het ten uitvoer te leggen gedeelte om te zetten in een werkstraf. De verdediging heeft aangevoerd dat dit het kader was dat de rechtbank voor ogen had bij de oplegging van de straf en dat het van belang is dat veroordeelde begeleid blijft worden. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Uit het advies van de reclassering volgt dat het toezicht, na de beslissing van de rechtbank van 22 mei 2014 tot gedeeltelijke tenuitvoerlegging, weer is gestart vanaf 3 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.