RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/997007-12 Vonnis van de meervoudige economische strafkamer van 8 juni 2015 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [1963], ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres], [woonplaats]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2015 en 18 mei 2015. Het onderzoek is gesloten op 1 juni 2015. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. C.C. Janssens, advocaat te Huizen. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is ter terechtzitting gewijzigd. De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Zaaksdossier 3.1 Feit 1: valsheid in geschrifte heeft gepleegd door gebruik te maken van gekoelde producten waarvan de tenminste-houdbaar-tot-datum is vervalst; Feit 2: tezamen en in vereniging heeft gehandeld in strijd met artikel 5 eerste lid van verordening (EG) 852/2004, omdat verdachte of zijn mededader(
- s)de tenminste-houdbaar-tot-datum heeft veranderd op verschillende gekoelde producten zonder de HACCP-procedure te volgen; Feit 3: tezamen en in vereniging heeft gehandeld in strijd met artikel 29 lid 1 van het Warenwetbesluit Etikettering van Levensmiddelen, omdat verdachte of zijn mededader(
- s)bij het verhandelen van verschillende gekoelde producten de tenminste-houdbaar-tot-datum heeft veranderd. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4. Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft bewezenverklaring gevorderd van alle drie de ten laste gelegde feiten. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit van feit 1, omdat het zo zou kunnen zijn dat de Philadelphia is weggegooid en daarmee niet bewezen is dat verdachte de Philadelphia heeft aangeboden of verkocht. Ook ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging vrijspraak bepleit, omdat verdachte niet als medepleger kan worden aangemerkt nu hij uitsluitend heeft ingestemd met het veranderen van de data. Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 Inleiding Naar aanleiding van een in een ander onderzoek getapt telefoongesprek tussen [medeverdachte 1] en [A], waarin wordt gesproken over het aanpassen van datums, wordt het onderzoek Lusitano gestart. Dit onderzoek richt zich op de [kaashandel] BV en haar bestuurders. Uit het onderzoek volgt de verdenking dat er door de BV structureel tenminste-houdbaar-tot-datums (hierna: tht-datums) op producten worden aangepast zonder dat daarvoor de benodigde procedures worden gevolgd. Op 21 maart 2012 volgt een actiedag. Er worden onder meer doorzoekingen verricht in het bedrijfspand van [kaashandel] BV en in de woningen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. 4.3.2 De bewijsmiddelen De rechtbank acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen op grond van het navolgende. Algemene bewijsmiddelen [medeverdachte 2], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] zijn in de periode november 2011 tot en met maart 2012 via hun eigen holding ieder bestuurder van [kaashandel] BV, gevestigd te Veenendaal. [B] heeft verklaard dat hij tht-datums verandert in opdracht van [medeverdachte 1]. Hij poetst de datums eraf en zet er een nieuwe datum op. Ze bekijken het product en als het nog goed is, wordt de datum aangepast. [medeverdachte 1] neemt de beslissingen over de producten. Als iets bedorven is, gooien ze het weg. [C] heeft verklaard dat hij werkt bij [kaashandel] BV. Zijn werk is het veranderen van datums. Soms stickeren ze het over, soms verwijderen ze de oude datum met aceton of thinner en zetten een nieuwe datum op het product. Er vindt geen controle van de producten plaats in een lab. Bij de rechter-commissaris heeft [C] verklaard dat hij schat dat hij al drie jaar lang datums veranderde op het moment dat hij door de politie werd verhoord. Hij moest de datums veranderen van allerlei producten, zoals buitenlandse kaas, koffie en zuivel. De bazen weten er allemaal wat van. Met de bazen bedoelt hij [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3]. Zaaksdossier 3.1 [medeverdachte 3] wordt op 20 februari 2012 gebeld door [verdachte]. [verdachte] wordt doorverbonden met [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] zegt dat hij Philadelphia tijm & honing heeft met de datum van de 28e. Hij kan er zo een maand verder opzetten. [verdachte] zegt: nou goh, drie weken verder of iets, ja geef er maar een stuk of twintig van, of hoeveel in een doosje? En vervolgens: euh, dan doe je 3 x 8 joh. Uit een aangetroffen verkooporder met als datum 20-2 blijkt dat er 24 stuks Philadelphia tijm/honing zijn verkocht aan [verdachte]. Achter de Philadelphia staat: nieuwe datum 28/3. [C] heeft verklaard dat hij de datum heeft veranderd op de Philadelphia tijm & honing. [verdachte] heeft verklaard dat hij heeft gevraagd om drie weken erbij. Hij heeft het binnen een week verkocht. De originele datum was volgens [medeverdachte 2] de 28e. De handtekening op de afleverbon is zijn handtekening. De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben. 4.3.3 Bewijsoverwegingen De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte gebruik heeft gemaakt van vervalste producten door deze te koop aan te bieden en te verkopen. De mogelijkheid dat de producten weggegooid zouden kunnen zijn, merkt de rechtbank aan als hoogst onwaarschijnlijk nu verdachte zelf heeft verklaard dat hij het product binnen een week verkocht heeft. Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van medeplegen en hiervan zal de rechtbank verdachte vrijspreken. Ook feit 2 en 3 acht de rechtbank gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen. Ten aanzien van die feiten is er wel sprake van medeplegen, omdat verdachte door opdracht te geven aan [kaashandel] BV om tht-datums te wijzigen en de vervalste producten vervolgens af te nemen een essentiële rol heeft gespeeld in dit delict. Er is geen sprake van een ondergeschikte rol van verdachte, maar juist sprake van een duidelijke taakverdeling tussen (groot-)handelaar en afnemer. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte 1. op meer tijdstippen in de periode van 20 februari 2012 tot en met 21 maart 2012 te Huizen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van vervalste verpakkingen van gekoelde zuivelproducten, te weten: - Philadelphia duo tijm & honing zijnde geschriften als ware deze echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij genoemde zuivelproducten ten verkoop aanbood en verkocht, bestaande die vervalsing hierin dat in strijd met de waarheid een andere tenminste-houdbaar-tot-datum was vermeld dan door de producent van de producten was aangegeven, 2. op meer tijdstippen in de periode van 20 februari 2012 tot en met 21 maart 2012 te Huizen en Veenendaal, telkens tezamen en in vereniging met een ander, heeft gehandeld in strijd met artikel 5 eerste lid van verordening (EG) 852/2004, immers heeft hij, als exploitant van een levensmiddelenbedrijf geen zorg gedragen voor de invoering en/of de uitvoering en/of de handhaving van één of meer permanente procedures die gebaseerd zijn op de HACCP-beginselen, immers heeft zijn mededader de Tenminste-Houdbaar-Tot-datum op zuivelproducten veranderd en deze producten op de markt gebracht, zonder eerst een HACCP-procedure uit te voeren op deze producten; 3. op meer tijdstippen in de periode van 20 februari 2012 tot en met 21 maart 2012 te Huizen en Veenendaal, telkens tezamen en in vereniging met een ander, Philadelphia duo honing & tijm heeft verhandeld anders dan met inachtneming van de in het Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen gestelde voorschriften met betrekking tot het bezigen van vermeldingen of voorstellingen betreffende de houdbaarheid, immers hebben verdachte en zijn mededader in strijd met artikel 29 van genoemd besluit bij het verhandelen van eet- en drinkwaren en bij de aanprijzing daarvan aanduidingen en/of vermeldingen gebezigd, die doordat zij onjuist waren, misleidend waren met betrekking tot de kenmerken van de betrokken eet- of drinkwaar, en met name tot de aard, identiteit, hoedanigheden samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, oorsprong of herkomst, wijze van vervaardiging of verkrijging. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. Waar in de ten laste gelegde feiten 12 maart 2012 is genoemd, merkt de rechtbank dit aan als een kennelijke verschrijving en leest dit verbeterd als 21 maart 2012. 6De strafbaarheid van het feit De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als Feit 1: valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd; Feit 2: voortgezette handeling van medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 4 van de Warenwet; Feit 3: voortgezette handeling van medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8c van de Warenwet. Feit 1 is een misdrijf gelet op artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. Feit 2 en feit 3 zijn overtredingen, gelet op artikel 2, vierde lid, van de Wet op de economische delicten. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.1. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 3.000,-- voor feit 1, een geldboete van € 1.000,-- voor feit 2 en een geldboete van € 1.000,-- voor feit 3. 8.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht een geheel voorwaardelijke boete van € 756,00 per overtreding op te leggen. 8.3. Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het frauderen met tht-datums op gekoelde kaasproducten. Hiermee heeft verdachte bewust het risico aanvaard dat hij bedorven producten op de markt zou kunnen brengen. Daarnaast heeft verdachte de consument misleid door hem voor te spiegelen dat de datum op het product de datum was van de producent. De rechtbank heeft gelet op het de verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 23 april 2015 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie. De redelijke termijn voor strafvervolging is overschreden met ruim een jaar. De rechtbank ziet om die reden aanleiding van de eis van de officier van justitie af te wijken en een lagere straf op te leggen. Alles afwegende zijn de hierna te noemen straffen passend en geboden. Een deel van de straf wordt voorwaardelijk opgelegd met het doel te voorkomen dat verdachte zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 56, 57 62 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 4 en 8c van de Warenwet, artikel 2 van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, artikel 29 van het Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de Economische Delicten en de artikelen 4 en 5 van de verordening (EG) 852/2004, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen. 10Beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Feit 1: valsheid in geschrifte, meermalen gepleegd; Feit 2: voortgezette handeling van medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 4 van de Warenwet; Feit 3: voortgezette handeling van medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 8c van de Warenwet; Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte daarvoor strafbaar. Strafoplegging Feit 1 Veroordeelt verdachte ter zake van het onder feit 1 bewezenverklaarde feit tot een geldboete van € 3.000,-- (zegge: drieduizend euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 40 dagen. Beveelt dat een gedeelte, groot € 2.000,--, van deze geldboete, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 30 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt. Feit 2 Veroordeelt verdachte ter zake van het onder feit 2 bewezenverklaarde feit tot een geldboete van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen. Beveelt dat deze geldboete, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt. Feit 3 Veroordeelt verdachte ter zake van het onder feit 3 bewezenverklaarde feit tot een geldboete van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen. Beveelt dat deze geldboete, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 10 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt. Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mrs. A.M. Verhoef en V. van Dam, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R. Willemsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 juni 2015. BIJLAGE: De tenlastelegging Aan [verdachte] wordt ten laste gelegd dat 1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2011 tot en met 21 maart 2012 te Huizen, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van (een) valse en/of vervalste verpakking(
- en)van gekoelde zuivelproducten, te weten: - Philidelphia Duo thijm&honing en/of zijnde geschrift(
- en)als ware het/deze echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij genoemde zuivelproducten ten verkoop aanbood en/of verkocht, bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat of in strijd met de waarheid (een) andere tenminste-houdbaar-tot-datum was vermeld dan door de producent van de producten was aangegeven, (art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht) art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht 2. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 november 2011 tot en met 12 maart 2012 te Huizen en/of Veenendaal, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft gehandeld in strijd met artikel 5 eerste lid van verordening (EG) 852/2004, immers heeft hij, als exploitant van een levensmiddelenbedrijf geen zorg gedragen voor de invoering en/of de uitvoering en/of de handhaving van één of meer permanente procedures die gebaseerd zijn op de HACCP-beginselen, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)de Tenminste-Houdbaar-Tot-datum op zuivelproducten veranderd en deze producten op de markt gebracht, zonder eerst een HACCP-procedure uit te voeren op deze producten; (strafbaarstelling: artikel 1 onder 4 Wet op de economische delicten juncto artikel 4 Warenwet juncto artikel 2 lid 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen juncto artikel 5 EG-verordening 852/2004 ) art 2 lid 1 Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen 3. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 november 2011 tot en met 12 maart 2012 te Huizen en/of Veenendaal, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, Philidelphia duo honing&tijm, althans zuivelproducten, althans waren, heeft verhandeld anders dan met inachtneming van de in het Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen gestelde voorschriften met betrekking tot het bezigen van vermeldingen of voorstellingen betreffende de houdbaarheid, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(
- s)in strijd met artikel 29 van genoemd besluit bij het verhandelen van eet- en drinkwaren en/of bij de aanprijzing daarvan aanduidingen en/of vermeldingen en/of voorstellingen gebezigd, die doordat zij onjuist of onvolledig waren en/of een onjuiste indruk wekten, misleidend waren met betrekking tot de kenmerken van de betrokken eet- of drinkwaar, en met name tot de aard, identiteit, hoedanigheden samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, oorsprong of herkomst, wijze van vervaardiging of verkrijging; (strafbaarstelling: artikel 1 onder 4 Wet op de economische delicten juncto artikel 8 onder c van de Warenwet juncto artikel 2 en 29 Warenwetbesluit etikettering van levensmiddelen) Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier (LUSITANO, ordner 1 tot en met 6) bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344.1.5° Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. DOC-637, pagina 20. V05-01, pagina 704 en 705. V06-01, pagina 738 en 739. De verklaring van [C], afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 23 maart 2015. DOC-417, pagina 1333. DOC-484, pagina 1344. V06-02, pagina 761. V12-01 en DOC-486, pagina 1346.