RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/701781-12 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 15 juli 2015 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1977] , wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart 2015 en 1 juli 2015. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. B.J. de Groot, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is op de zitting van 25 maart 2015 gewijzigd. De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 primair: samen met anderen in een pand aan de [adres] te [woonplaats] 690 hennepplanten heeft geteeld, in elk geval aanwezig heeft gehad; subsidiair: medeplichtig is geweest aan hennepteelt door dit pand hiervoor ter beschikking te stellen; Feit 2 primair: samen met anderen in een pand aan de [adres] te [woonplaats] een hoeveelheid elektriciteit heeft gestolen; subsidiair: medeplichtig is geweest aan diefstal van elektriciteit door dit pand voor deze diefstal ter beschikking te stellen; Feit 3 primair: samen met anderen in een pand aan de [adres] te [woonplaats] 511 hennepplanten heeft geteeld, in elk geval aanwezig heeft gehad; subsidiair: medeplichtig is geweest aan hennepteelt door dit pand hiervoor ter beschikking te stellen; Feit 4 primair: samen met anderen in een pand aan de [adres] te [woonplaats] een hoeveelheid elektriciteit heeft gestolen; subsidiair: medeplichtig is geweest aan diefstal van elektriciteit door dit pand voor deze diefstal ter beschikking te stellen. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te verklaren. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat het huurcontract van de panden door verdachte is ondertekend en dat achter dit contract een kopie is opgenomen van het paspoort van verdachte. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte zelf heeft gekweekt. Wel is duidelijk dat verdachte deze panden huurde en gebruikte. Bovendien verklaart verdachte dat hij in mei en juni in het pand is geweest. In die maanden werd er hennep gekweekt, zodat het niet anders kan zijn dan dat verdachte hiervan op de hoogte was. Ook van de diefstal van elektriciteit moest verdachte wel op de hoogte zijn. De meterkast was zwartgeblakerd en de fraude in de meterkast was duidelijk zichtbaar. Op basis van deze feiten en omstandigheden kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte medeplichtig is geweest aan de hennepteelt en diefstal van elektriciteit in de panden aan de [adres] en [nummer] in [woonplaats] . 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft betoogd dat het onderzoek door de politie erg summier is geweest. Het huurcontract bevat een groot aantal onjuistheden, zoals een niet bestaand bedrijf, een onaannemelijk adres en een onjuist postcode. Ook is niet duidelijk waarom de sporen die in de kwekerij zijn aangetroffen niet verder zijn onderzocht. De vermeende betrokkenheid van verdachte is gebaseerd op een valse huurovereenkomst en ongeloofwaardige verklaringen. Er is geen direct verband tussen de hennepkwekerijen en verdachte. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De primair ten laste gelegde feiten De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte zelf dan wel als medepleger hennep heeft geteeld en elektriciteit heeft gestolen in de panden aan de [adres] en [nummer] in [woonplaats] . De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van alle primair ten laste gelegde feiten. De subsidiair ten laste gelegde feiten Voor de vraag of verdachte medeplichtig is geweest aan de hennepteelt en de diefstal van elektriciteit, is het van belang dat hij zowel opzet heeft gehad op het ter beschikking stellen van de panden, als opzet op de hennepteelt dan wel de diefstal van elektriciteit. Uit de verklaringen van verdachte blijkt dat hij in elk geval één van de panden aan de [straatnaam] heeft gehuurd. Verdachte verklaarde dat hij in dat pand slechts op de benedenverdieping kwam en dat de bovenverdieping -waar de hennepkwekerij is aangetroffen- voor hem was afgesloten. Volgens het door [A] overgelegde huurcontract zou verdachte beide panden in hun geheel hebben gehuurd. De rechtbank merkt op dat verdachte en [A] elkaar in hun verklaringen belasten. Deze verklaringen en het huurcontract van de panden bevatten echter teveel onduidelijkheden om vast te kunnen stellen door wie de bovenverdiepingen van deze panden werden gehuurd en feitelijk werden gebruikt. Gelet op het ontbreken van direct bewijs dat verdachte op de hoogte was van de hennepteelt en de voornoemde onduidelijkheden in het dossier, kan naar het oordeel van de rechtbank met onvoldoende mate van zekerheid worden afgeleid dat verdachte er van op de hoogte was dat in de panden aan de [adres] en [nummer] hennep werd geteeld. Daarom kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte het opzet had behulpzaam te zijn bij de hennepteelt in deze panden. Dit geldt eveneens voor de diefstal van de elektriciteit. De rechtbank zal verdachte daarom ook vrijspreken van alle subsidiair ten laste gelegde feiten. 5Beslissing De rechtbank: Vrijspraak Verklaart het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair, 2 subsidiair, 3 primair, 3 subsidiair, 4 primair en 4 subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzitter, mrs. N.E.M. Kranenbroek en O.P. van Tricht, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juli 2015. BIJLAGE: de tenlastelegging Aan [verdachte] wordt tenlastegelegd dat (de wijziging tenlastelegging staat cursief en vet gedrukt) 1. Primair hij meermalen, in elk geval eenmaal, in of omstreeks de periode van 15 maart 2012 tot en met 20 augustus 2012 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 690 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; art 3 ahf/ond C Opiumwet art 3 ahf/ond B Opiumwet art 11 lid 2 Opiumwet Subsidiair een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 15 maart 2012 tot en met 20 augustus 2012 te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, in elk geval in Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 690 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.