← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2015:5641

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Zittingslocatie Utrecht Afdeling Strafrecht Parketnummer: 16/659878-14 (ontneming) Vonnis van de rechtbank d.d. 15 juli 2015 in de ontnemingszaak tegen [veroordeelde], geboren te [veroordeelde] (Spanje) op [1982], wonende te [adres], [adres], hierna aan te duiden als: veroordeelde. 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken: - de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/659879-14, waaruit blijkt dat veroordeelde op 15 juli 2015 door de rechtbank Midden-Nederland is veroordeeld ter zake van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, tot de in die uitspraak vermelde straf; - het aan de strafzaak ten grondslag liggende proces-verbaal, nummer PL0900 2014002626 (pagina 1 tot en met 137); - de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting; - de overige stukken. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord. Tevens zijn veroordeelde en haar raadsman, mr. B.J. Tieman, gehoord. 2De beoordeling 2.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de ontnemingsvordering van € 64.248,75. De officier van justitie heeft deze vordering gebaseerd op zijn vordering in de strafzaak, waar hij heeft gevorderd dat het -kort gezegd- medeplegen van hennepteelt bewezen kan worden verklaard. 2.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen, omdat niet blijkt dat veroordeelde iets te maken heeft gehad met de hennepteelt. 2.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank gaat bij de beoordeling van de ontnemingsvordering uit van het in het vonnis bewezen verklaarde strafbare feit, te weten -kort gezegd- het aanwezig hebben van 153 hennepplanten. Hieruit volgt dat veroordeelde bekend was met de aanwezigheid van de hennepplanten in de woning. Uit het dossier blijkt echter niet dat zij een aandeel heeft gehad in de hennepteelt in of vóór de bewezenverklaarde periode. Eveneens kan uit het dossier niet worden afgeleid, dat veroordeelde uit het bewezenverklaarde feit of uit soortgelijke strafbare feiten voordeel heeft getrokken. Gelet hierop zal de rechtbank de ontnemingsvordering afwijzen. 3De beslissing De rechtbank: wijst af de vordering van de officier van justitie strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Deze beslissing is gegeven door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. N.H.J.M. Veldman-Gielen en N.E.M. Kranenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Reenen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 15 juli 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.