← Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2015:5831

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/660211-14 (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 4 augustus

  1. in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [1964] , woonachtig aan de [adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is gelijktijdig doch niet gevoegd behandeld met de zaak tegen de medeverdachten [medeverdachte 1] (parketnummer 16/660210-14) en [medeverdachte 2] (parketnummer 16/705442-14) op de terechtzitting van 21 juli
  2. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. D.C. Dorrestein, advocaat te Utrecht. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in de periode van 21 februari 2013 tot en met 18 december 2013 al dan niet samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan flessentrekkerij. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en heeft vrijspraak gevorderd. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit en gesteld dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat voor het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. 4.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en zal hem dan ook vrijspreken. Dit oordeel berust op het volgende. Ten laste is gelegd dat verdachte zich in de periode van 21 februari 2013 tot en met 18 december 2013 schuldig heeft gemaakt aan, kort gezegd, flessentrekkerij. Op de tenlastelegging is vermeld dat verdachte vier keer -genoemd als de zaken 2, 3, 6, en 8- al dan niet samen met anderen goederen zou hebben gekocht met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over deze goederen te verzekeren. Flessentrekkerij is strafbaar gesteld in artikel 326a van het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel stelt strafbaar hij die een beroep of gewoonte maakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren. Voor de bewezenverklaring van het maken van een gewoonte is een meervoud van handelingen vereist waartussen een verband bestaat. De rechtbank stelt vast dat het dossier ten aanzien van de zaken 2, 3 en 6 geen aanknopings-punten bevat waaruit blijkt dat verdachte bij deze zaken betrokken is geweest. Alleen ten aanzien van zaak 8 bevat het dossier aanwijzingen dat verdachte hierbij betrokken zou kunnen zijn geweest. Zelfs indien deze zaak bewezen zou kunnen worden, is dat onvoldoende om te komen tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde, nu bij het eenmalig kopen van goederen zonder (volledige) betaling geen sprake is van een meervoud van handelingen waartussen een verband bestaat. Van flessentrekkerij is dan geen sprake, Op basis van het zich in het dossier bevindende bewijsmateriaal acht de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. 5Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel 5.
  3. De standpunten van de officier van justitie en van de verdediging De officier van justitie heeft, nu hij het ten laste gelegde niet bewezen acht, gevorderd de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] niet ontvankelijk te verklaren. De verdediging heeft zich hierbij aangesloten. 5.
  4. Het oordeel van de rechtbank Nu aan verdachte - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel zal worden opgelegd, is de benadeelde partij in de vordering niet-ontvankelijk. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 6De beslissing De rechtbank: Vrijspraak Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Vordering benadeelde partij Verklaart de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. Schotman, voorzitter, mrs. J.F. Haeck en R.B. Eigeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.C.J. Evers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 augustus
  5. Mr. J.F. Haeck is buitenstaat dit vonnis mede te ondertekenen. BIJLAGE : De tenlastelegging (zaak 2, zaak 3, zaak 6, zaak 8) hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2013 tot en met 18 december 2013 in Nieuwegein en/of Alblasserdam en/of Tilburg en/of Abcoude en/of Kampen en/of Culemborg en/of Utrecht en/althans (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten: - een (grote) partij bingo-goederen (ter waarde van in totaal 10.702,90 euro) op of omstreeks 28 februari 2013 te Nieuwegein (zaak 2) en/of - één of meerdere (grote) partij(en) bouwgoederen (ter waarde van in totaal 21.645,65 euro) op of omstreeks 1 maart 2013 en/of 8 maart 2013 te Nieuwegein (zaak 3) en/of - een (grote) partij laminaat en/of alufoam (ter waarde van in totaal 19.690,43 euro) op of omstreeks 16 december 2013 te Abcoude (zaak 6) en/of - één of meer (grote) partij(en) huishoudelijke artikelen en/of kantoorartikelen (ter waarde van in totaal 13.508,55 euro) op of omstreeks 11 juli 2013 en/of 26 juli 2013 te Culemborg en/of Utrecht (zaak 8); art 326a Wetboek van Strafrecht art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.