RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/659328-15 (P) vonnis van de meervoudige strafkamer van 17 augustus 2015 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [1967] te [geboorteplaats] , Middelsex Co, Canada wonende te [adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 3 augustus 2015, waarbij de officier van justitie en de raadsvrouw, mr. J.M. Veldman, advocaat te Breda, hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: opzettelijk 421 hennepplanten heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt of in elk geval aanwezig heeft gehad; feit 2: een hoeveelheid elektriciteit heeft gestolen. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Het standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie acht beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft geen opmerkingen gemaakt over de ten laste gelegde feiten. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bekend en de raadsvrouw heeft geen vrijspraak bepleit. Onder deze omstandigheden zal de rechtbank met toepassing van artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met onderstaande opsomming van de bewijsmiddelen. Ten aanzien van feit 1: - de bekennende verklaring van verdachte; - het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij; Ten aanzien van feit 2: - de bekennende verklaring van verdachte; - de aangifte van [aangever] namens Liander B.V. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de onder 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
- op 23 mei 2013 te [woonplaats] opzettelijk heeft geteeld in een pand aan [adres] een hoeveelheid van in totaal 421 hennepplanten zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
- in de periode van 1 februari 2012 tot en met 23 mei 2013 te [woonplaats] telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V. waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 6De strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert de navolgende strafbare feiten op. Feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod. Feit 2: diefstal meermalen gepleegd, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd. 7De strafbaarheid van verdachte Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 8Motivering van de straffen en maatregelen 8.
- De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis. 8.
- Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft aangevoerd dat kan worden volstaan met de oplegging van een werkstraf van kortere duur dan door de officier van justitie is geëist. 8.
- Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van hennepplanten en diefstal van elektriciteit om de hennepkwekerij (kosteloos) van voldoende stroom te kunnen voorzien. Het kweken van een softdrug als hennep is een strafbaar feit dat overlast veroorzaakt en schade voor de maatschappij oplevert. Softdrugs zijn immers stoffen die bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Voorts levert een hennepkwekerij waarbij op illegale wijze elektriciteit wordt onttrokken aan het net en waarvoor de elektrische installatie ondeskundig is aangelegd, schade op voor het elektriciteitsbedrijf en (brand)gevaar voor de omgeving. Verdachte heeft zich kennelijk om al deze gevolgen niet bekommerd en slechts gehandeld uit winstbejag. Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 24 juni 2015, waaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten. Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank rekening heeft gehouden met de tijd die is verstreken sinds verdachte in verband met deze strafzaak op 23 mei 2013 is aangehouden. Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 140 uren subsidiair 70 dagen hechtenis een passende en geboden reactie op de bewezen verklaarde strafbare feiten. Verdachte is sinds 23 mei 2013 niet opnieuw aangehouden op verdenking van het plegen van strafbare feiten. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om over te gaan tot de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 10Beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals onder 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod; feit 2: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, meermalen gepleegd Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte daarvoor strafbaar. Strafoplegging Veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 140 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 70 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. R.B. Eigeman, voorzitter, mr. R.P. den Otter en mr. R.L.M. van Opstal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J. Verborg, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 augustus 2015 BIJLAGE: De tenlastelegging
- hij op of omstreeks 23 mei 2013 te [woonplaats] , gemeente Wijdemeren, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 421 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; art 3 ahf/ond B Opiumwet art 11 lid 2 Opiumwet
- hij op één of meer tijdstip(pen) gelegen in de periode van 1 februari 2012 tot en met 23 mei 2013 te [woonplaats] , gemeente Wijdemeren, in elk geval in Nederland, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking; art 310 Wetboek van Strafrecht art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 3 augustus
- Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij van 28 november 2013, pagina 15 en
- De verklaring van verdachte, afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 3 augustus
- Het schriftelijke bescheid, te weten: de aangifte [aangever] namens Liander B.V. van 30 mei 2013, pagina 88.