RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND Afdeling Strafrecht Zittingslocatie Utrecht Parketnummer: 16/703111-13 (ontneming) (P) Vonnis van de meervoudige strafkamer van 20 oktober 2015 in de ontnemingszaak tegen: [veroordeelde] , hierna te noemen veroordeelde, geboren te [geboorteplaats] op [1953] , wonende te [adres] . 1De procedure De procedure blijkt onder meer uit het volgende: - de vordering, die binnen de in artikel 511b van het Wetboek van Strafvordering genoemde termijn aanhangig is gemaakt; - het strafdossier onder parketnummer 16/703111-13 waaruit blijkt dat veroordeelde bij vonnis van 20 oktober 2015 door de meervoudige strafkamer van deze rechtbank is veroordeeld tot de in die uitspraak vermelde straf ter zake van het medeplegen van valsheid in geschrift en het medeplegen van passieve ambtelijke omkoping; - de bevindingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting; - de overige stukken. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 29 september 2015 zijn de officier van justitie, veroordeelde en diens raadsman, mr. C.T.W. van Dijk, gehoord. 2De beoordeling 2.1 De vordering van de officier van justitie De vordering van de officier van justitie van 25 augustus 2015 strekt tot het opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 400,00.Ter terechtzitting van 29 september 2015 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat eerder genoemd bedrag dient te worden aangepast en dat van veroordeelde een bedrag van € 1.000,00 kan worden ontnomen. Daarbij heeft de officier van justitie naar voren gebracht dat er een verdeling heeft plaatsgevonden tussen veroordeelde en zijn collega van de met de omkoping gemoeide bedragen, maar dat de verdeling niet helder uit het dossier blijkt. De officier van justitie acht wel aannemelijk dat sprake is van een wederrechtelijk verkregen voordeel tot een bedrag van € 1.000,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.